MOERDIJK - Begin maart stapte Ferdinand van den Oever als directeur het kantoor binnen van het Industrie-en Havenschap Moerdijk (IHM). De oud-wethouder van Dordrecht (VVD) voelde zich meteen thuis in zijn nieuwe werkomgeving.
Zie ook:
Negen maanden na zijn aantreden als directeur van het Havenschap Moerdijk, zegt Ferdinand van den Oever met een brede grijns: "Ha, de krant komt eens kijken of ik al bevallen ben." En na een klap op zijn ietwat bollende buik: "Jaaah, iets dikker geworden, klopt.Sporten doe ik niet, maar in Dordrecht waar ik wethouder was, deed ik alles met de fiets. Dat lukt nu niet meer. De afstand van huis naar het werk is iets te groot om met de fiets te gaan. Jammer."
Meer jammer is er niet. "Absoluut niet. O nee. Ik heb het ontzettend naar mijn zijn. Weer terug naar het ondernemerschap met raakvlakken naar politiek en bestuur. Een heerlijke baan. Ik voel me als een vis in het water."
Een uurtje heeft hij. Want de directeur van het Havenschap heeft het altijd druk. Niet erg. Voor de vlot pratende Ferdinand van den Oever is een uur lang genoeg om negen maanden Havenschap in te proppen, maar ook weer veel te kort. "Man, er is zoveel te vertellen. Over wat we willen met het schap, hoe we de toekomst zien. Daar zijn we nu uitermate druk mee bezig."
Zoals het maken van een toekomstvisie. Het industrieterrein ligt er al meer dan veertig jaar en dan kan zo'n blik op de horizon niet ontbreken. Van den Oever: "Plannen zijn er zeker, vaak losse plannen. Een echte toekomstvisie voor het hele gebied ontbrak. Luister, anderen vinden van alles over ons. De haven van Rotterdam, het Rijk, en ga zo maar door. Maar een echte visie voor 2030 en later, is er niet. En die moet er uiteraard wel komen."
Breed gedragen door de gemeenteraad Moerdijk en provincie, knoopt Van den Oever daar meteen aan vast. "Halverwege december zal de raad van Moerdijk naar verwachting instemmen met het werken aan een havenstrategie. Dat moet dan niet vanuit een ivoren toren gebeuren. Nee, iedereen en alles wat betrokken is bij het havenschap moet meedoen. Voor het hele gebied moet er een economische visie komen, moet duidelijk zijn hoe de industrie ingepast wordt en moet er uiteraard ook aan de leefbaarheid in de omgeving gedacht worden."
Dat mag best met het nodige elan uitgedragen worden, vindt Van den Oever. "Want Moerdijk heeft altijd wat met zijn rug naar het industrieterrein gestaan. Zo van: het is niet van ons. Het is ons ook maar overkomen en we hebben er last van. Dat is niet mijn persoonlijke mening, maar dat haal ik uit onder andere onderzoeksrapporten na de brand bij Chemie-Pack. Wat me ook opviel: er is weinig oog voor het indirecte werk en belang dat het industrieterrein oplevert. De bakker uit Moerdijk is er nog omdat hij ook levert aan het industrieterrein. Kijk naar de hotels in de omgeving die vaak vol zitten met mensen die tijdelijk op het industrieterrein werken. De gemeente mag best wat trotser zijn op dit industrieterrein."
Het havenschap zélf ook, meent de directeur. "Het is allemaal erg naar binnen gekeerd. Het heeft me verbaasd dat het schap weinig contacten had met de zogeheten achterlandterminals in de provincie. Het havenschap ging niet naar de Nationale Havenraad die overigens binnenkort verdwijnt. Het schap liet zich weinig zien bij andere bijeenkomsten. We zijn nu bezig om dat aan te trekken. Wél je gezicht laten zien, zoveel mogelijk zelfs."
Regelmatig overleggen met grote broer Rotterdam hoort daar ook bij.
Van den Oever: "Waar liggen onze gezamenlijke belangen? Jawel, directeur Hans Smits van de Rotterdamse haven steekt niet onder stoelen of banken dat Rotterdam zeer geïnteresseerd is in Moerdijk. Maar nergens staat dat het één bedrijf moet worden. Die discussie, samenwerken, moeten we wel blijven voeren. We moeten ook naar Antwerpen kijken. Boeiend allemaal. Zoals ook de discussie over verzelfstandiging van het havenschap. Dat is nu geparkeerd tot 2015, maar die discussie moet wél gevoerd worden. En vergeet niet de invulling van het Logistiek Park Moerdijk. Dat is ook een hele klus."
Met de omgeving moet er daarom altijd gepraat worden, meent Van den Oever. "We willen groeien. Duidelijk verhaal. Dat moet je goed communiceren met de omgeving. Ik hou me actief bezig met de Burenraad waarin gesproken wordt over het industrieterrein en de bedrijvigheid. En luister: er zal altijd een beleving van overlast zijn. Als je niet weet wat het is, kan een vlam bij het fakkelen al behoorlijk bedreigend zijn. Dus goed uitleggen, goed communiceren en je met elkaar zo inspannen dat de beleving van die overlast zo minimaal mogelijk is."
Groene buffers rond het industrieterrein uitbreiden, hoort daar ook bij. "Kun je gewoon aanleggen, maar daar kun je de bewoners bij betrekken. Kun je het zo inrichten dat het meer is dan een geluidswering? Dat er ook recreatie mogelijk is. Samen praten en zoeken naar de beste oplossingen, alles bespreekbaar maken. Dat is zo belangrijk."
Het is hem op het lijf geschreven, vindt Ferdinand van den Oever. "Toen ik de profielschets voor deze job zag, dacht ik meteen: dat is iets voor mij. Leuke baan vol uitdagingen, terug naar Brabant waar ik vandaan kom. Na negen maanden zeg ik: het is nog veel leuker dan ik gedacht heb en ik heb echt het gevoel dat ik met open armen ontvangen ben. Dat geeft me zoveel energie, heerlijk. Dit is echt een prima plek voor mij." IHM-directeur Ferdinand van den Oever: 'We willen groeien. Dat moet je goed communiceren met de omgeving.' foto Robert van den Berge/het fotoburo
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.




Sorteer reacties



















