Oud-wijkzusters en de nieuwe lichting wijkzusters, die dit jaar in de pilot aan de slag gegaan zijn, in gesprek.foto Peter van Trijen/het fotoburo
FIJNAART – Vroeger werden verpleegkundigen geschoold tot wijkzuster.
leven in geblazen is door drie thuiszorgorganisaties, is de vraag 'hoe deden jullie dat destijds?' weer opportuun.
Voor de zorgaanbieders kruisvereniging West-Brabant (RKV), Surplus en De Algemene Thuiszorg reden om oud-wijkzusters bijeen te halen en hen in contact te brengen met de nieuwe lichting verpleegkundigen, die dit jaar in het pilotproject 'De wijkzuster terug' gestapt zijn. Gisteren kwamen ze samen in de Fendertshof op wat RKV-voorzitter Henk van Tilborg zowel een reünie als een ervaringsuitwisseling noemde.
"Leerzaam, maar ook gezellig. Wat me opvalt, is hoe de wijkzusters van weleer nog altijd met liefde over hun vak spreken. Dat uit zich ook in grote betrokkenheid bij de zorgwereld van nu." In zijn inleiding schetst Van Tilborg het beeld van zijn tante Nellie uit Bergen op Zoom. "Die had op twee maanden tijd 37 verschillende verpleegsters aan haar bed. Het fenomeen wijkzuster kantelt de organisatie van aanbod naar vraag. Drie zorgorganisaties hebben dat ingezien, zodat we aan het einde van het jaar in dertien wijken in West-Brabant de zuster terug hebben."
Nel Obels en Mieke van Amelsfort waren wijkzuster in de jaren zeventig en tachtig. Ze zitten aan tafel met Els Meeuwisse, sinds juni wijkzuster in Fijnaart. "Wij hadden onze eigen wijk, eigen verantwoordelijkheid. Dat maakte het zo persoonlijk", zegt Mieke. Nel valt haar bij: "Je wist alles van die mensen, nam daar ook de tijd voor. Als iemand vroeg de krullen in te zetten, deed je dat vanzelfsprekend."
In een groot logboek schreven de dames de bezoekjes op. Coördinerend wijkverpleegkundige Els moet zich veel meer aan tijd en afspraak houden. Dat werkt zelfs met een kloksysteem aan de deur van de cliënt. Toch vindt ze het werk als wijkzuster een verademing ten opzichte van de jaren daarvoor, toen ze als verpleegkundige werkte. "Door het regelmatige contact met de cliënt kan ik veel beter een indicatie beoordelen. Aan sommige zorg is nog helemaal geen behoefte. Dat koppel ik meteen terug naar het CiZ, die de indicaties doet. Samen met de goede contacten met de huisartsen maakt het mijn werk waardevol." Voor Van Tilborg klinkt het als muziek in de oren. "Dit krijgt een vervolg. De wijkzuster verdwijnt niet nog eens uit het straatbeeld."


reageer op: 



















