Bijzonder moment in de herdenking is de kranslegging op het water, op de plaats des onheils. Hier door oud-burgemeester Henk den Duijn. ;Bijzonder moment in de herdenking is de kranslegging op het water, op de plaats des onheils. Hier door oud-burgemeester Henk den Duijn. ;Bijzonder moment in de herdenking is de kranslegging op het water, op de plaats des onheils. Hier door oud-burgemeester Henk den Duijn.
Zie ook:
Maar de herdenking van de ramp met de Rhenus 127 trekt nu, zeventig jaar na de
klap, nog altijd zeker duizend mensen. Onder hen veel nabestaanden van de
ongeveer tweehonderd Belgische krijgsgevangenen, die zijn omgekomen op die
fatale dertigste mei 1940, tweede pinksterdag.
Reeds in 1945 vond de eerste herdenking plaats. Maandag dus voor de 65e keer.
Het ceremonieel doet Vlaams aan. Met veel vlaggen en vaandels. Indrukwekkend
is het wel. Te zien met welk een toewijding de Belgen , maar ook de
Willemstadse bevolking de ramp herdenkt.
Hoezeer zeventig jaar later nog wordt meegeleefd met de nabestaanden, met de
drie nog in leven zijnde overlevenden en met de heldhaftige hulpverleners,
die de verschrikkingen nog kunnen navertellen. Hun verhaal is overgebracht
op hun kinderen en van hen weer op hun kinderen. Zo houden ze de herdenking
levend.
De organisatie van de jaarlijkse Dodenhulde berust bij het Belgisch comité
Willemstad 1940 en een Willemstads comité met Toos in 't Veld, Puck Böhm en
Simon Nieuwkoop. Een lustrumherdenking, zoals nu, wordt grootser aangepakt.
Dan draagt de gemeente de verantwoordelijkheid voor de ceromonie, al is de
betrokkenheid van de burgemeester - eerst Den Duijn en nu Denie - altijd
groot geweest. Ook de oud-burgemeesters van Willemstad houden tweede
pinksterdag steevast vrij in hun agenda's.
Tot aan het Hollandsch Diep was het varende konvooi van vier rijnaken niet
eens zo ellendig, zou één der opvarenden later in een dagboek optekenen. Wij
voeren als sierlijke zwanen hoog boven het water. Op het dek van de Rhenus
127 kon je nog lachen, je verdreef er de tijd met kaarten of lag in groepjes
op het dek te keuvelen. Daar mochten ze volop van het goede weer genieten.
Dat genot veranderde op slag toen rond 19.20 uur een oorverdovende ontploffing
het vestingstadje op zijn grondvesten deed schudden. De rijnaak, met aan
boord zo'n 1400 Belgische gevangen genomen soldaten op weg naar Duitsland,
bleek op een magnetische mijn te zijn gelopen. Honderden gewonden en
drenkelingen dreven in het koude water, anderen zonken met de opengescheurde
boot in de diepte. De oorlog was twintig dagen oud en Willemstad werd er met
een gigantische knal vanaf het water bij betrokken.
De bevolking aarzelde geen moment onder leiding van dokter Schiphorst en de
luchtbeschermingsdienst kwam de hulpverlening onmiddellijk op gang. Een deel
van de opvarenden sloeg op de vlucht, de overige overlevenden werden
doodgewoon een dag later op een andere rijnaak verder gestuurd naar
Duitsland, Willemstad verdoofd achterlatend.
Reeds in mei 1945 stond het bevrijde Willemstad stil bij de bootramp. Vijf
jaar later werd het monument op de erebegraafplaats onthuld, waar maandag
weer honderden mensen buigen uit respect voor de slachtoffers van toen. De
Rhenus 127 werd twee maanden na de ramp gelicht en vaart onder Roemeense
vlag nog steeds.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.



























