ETTEN-LEUR - In de periode 1950-1970 vestigden zich tal van (industriële) bedrijven in Etten-Leur. Veel van het personeel werd klaargestoomd op ambachtsschool Don Bosco. In aflevering 4 vertelt Ad Manniën over de sfeer op de voormalige lts.
Zie ook:
Ad Manniën (62) wijst naar z'n oren. "Het is een wonder dat ze nog recht staan. Broeder Leonardus heeft er maar wat vaak aan getrokken. Hoef je nou niet meer te doen, maar in die tijd wist je niet beter. Als je niet luisterde, kon je er donder op zeggen dat je pijn kreeg aan je oren."
Manniën is hoofd opleidingen bij de Vakopleiding Metaal in Etten-Leur. Zijn basiskennis leerde de Hoevenaar op ambachtsschool Don Bosco.
"Ik wist al vroeg dat ik naar een technische opleiding wilde. Toen ik op de lagere school zat, hielp ik regelmatig op een boerderij. Machtig interessant vond ik het om in de schuur spullen te repareren en te maken. Ik deed bijna niks met hamer en spijkers, met timmeren had ik niks. Wel met metaal. Frezen, lassen, dat soort werk."
Na de basisschool ging Ad op de fiets naar Don Bosco. Met de industrialisatie van Vosdonk, kwam er steeds meer behoefte aan technisch onderlegd personeel. In opdracht van de congregatie broeders van liefde werd in 1952 de ambachtsschool aan de Hoevenseweg gebouwd. De meeste lessen werden gegeven door de broeders zelf. Al snel stroomde de school vol met honderden leerlingen uit Etten-Leur en omliggende dorpen. "Niet uit de stad hoor, die kwamen er niet in", lacht Ad. "Nee, zonder dollen, jongens van het platteland hadden meer met techniek dan stadsjongens uit Breda. Wij waren het gewend om met de handen te werken."
Manniën denkt met warme gevoelens terug aan zijn tijd op Don Bosco. "Ik heb er vier jaar lang met veel plezier rondgelopen. Op die school heb ik echt het ambacht geleerd. Het voordeel was dat je je na twee jaar kon specialiseren. Voor mij was die keuze niet moeilijk; dat werd metaaltechniek. We kregen zowel theorie- als praktijkonderwijs. Docenten als broeder heer Hubertus, meneer Goldenbeld en meneer Van Peer zullen me altijd bijblijven. Echte vakmensen waar we nu zo'n tekort aan hebben."
Met alleen maar jongens in een schoolgebouw, kwam het ook weleens voor dat er rottigheid werd uitgehaald. „Maar het liep nooit uit de klauwen, daar zorgden de broeders wel voor. Eén voorval vergeet ik nooit meer. Tijdens een klassikale les gooide de jongen waar ik naast zat, een traangasbommetje onder mijn stoel. Vervolgens kreeg ik de schuld en werd ik naar de gang gedirigeerd. Dat vond ik niet erg want iedereen in dat lokaal zat daar met betraande ogen. Toen ik dat op een nogal triomfantelijke toon tegen een van de broeders zei, werd ik meteen naar de directeur gestuurd.”
Volgens Manniën vat het woord ‘discipline’ de lts-opleiding kernachtig samen. „Je wist wat wel en niet kon. Niet dat het er heel streng was of zo, want we hebben heel wat afgelachen met z’n allen. Het gebouw had zeker voor de jaren zestig een moderne uitstraling. Toen ik er zat, in de periode 1962-1965, was het gebouw vrij nieuw, dat scheelde ook.”
Wie van de Don Bosco afkwam en niet verder leerde, was bijna honderd procent zeker van een baan. „Die broeders waren zo slim om al tijdens de opleiding bij bedrijven op bezoek te gaan. Zo gingen we een keer op excursie naar Byron Jackson (het huidige Flowserve, red.). Ik was danig onder de indruk van die onderneming. Mijn keuze was na de lts niet moeilijk: ik ging bij Byron Jackson aan de slag.”
Bijna 35 jaar lang werkte de Hoevenaar bij Byron Jackson/Flowserve. „Ik was er hoofd opleidingen metaal. Totdat de Amerikaanse eigenaar met de interne opleiding stopte en ik in 1999 aan de slag kon bij de Vakopleiding Metaal. Met pijn in het hart ziet Manniën niet alleen het aantal leerlingen maar ook het aantal vakdocenten dalen dat voor (metaal)techniek kiest. „Ze hadden het concept van de lts nooit moeten loslaten. Het huidige vmbo is qua oriëntatie veel te breed. Ik was vroeger dolblij dat ik me kon specialiseren in metaal en niet meer hoefde te zagen en timmeren. Dat kan nu niet meer.”
Ad voelt zich in het onderwijsgebouw aan de Munnikenheiweg een soort vaderfiguur voor ‘zijn jongens’. „Deze jongemannen hebben net als in onze tijd een garantie op werk. Wij kunnen ze hier nog een vakopleiding geven, maar de spoeling wordt steeds dunner. Hadden we de broeders nog maar hè!”
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.




Sorteer reacties
























