Linda De Vos in haar tuin vol beelden uit Zimbabwe: 'Er kwamen bij ons altijd mensen over de vloer die iets met Afrika hadden'. foto Peter van Trijen/HET FOTOBURO
Linda De Vos in haar tuin vol beelden uit Zimbabwe: 'Er kwamen bij ons altijd mensen over de vloer die iets met Afrika hadden'. foto Peter van Trijen/HET FOTOBURO
Onder de titel Titambire op de Koekoek zijn honderd beelden uit Zimbabwe in het weekend van 11 en 12 september (beide dagen van 11.00 tot 18.00 uur) te bezichtigen op het buitengoed van Hetty Mol aan de Koekoekstraat in Etten-Leur. Dat ligt in het buitengebied vlakbij de Zundertseweg. Mol heeft daar vorig jaar de vijftiende en laatste aflevering van Kunst op de Koekoek gehouden. De jaarlijkse buitententoonstelling was er een van naam en faam, maar naar eigen zeggen zijn ook voor Mol de jaren gaan tellen. Reden om te stoppen met de expositie in de tuin, hei en bos rondom haar huis. De Vos: "Afgelopen mei is Gift Bandason overleden. Hij was een aidsslachtoffer. In 2007 was hij een van de kunstenaars die werk exposeerde op Kunst op de Koekoek. Hetty Mol las over zijn dood en nam contact met me op. Of ik er voor voelde een tentoonstelling met Zimbabwaanse kunst in te richten? Ter ere van Gift en ook omdat een jaar zonder kunst op De Koekoek raar aanvoelde. Ik heb haar onmiddellijk gezegd dat ik het een heel grote eer vind. Maar dat mocht ik van haar nooit meer zeggen. Toch, De Koekoek heeft een geweldige reputatie. Die wil ik zeker niet beschamen. Af en toe lig ik er wakker van."
Intussen zijn achthonderd uitnodigingen de deur uit. Maar iedereen met belangstelling voor kunst staat het vrij Titambire op de Koekoek te bezoeken. De buitenexpositie wordt muzikaal omlijst door Richie Martina (djembé), Francis Lock (gitaar) en het kwartet Cuatro Emil-Y-Jo. "Hopelijk werkt het weer mee", zegt De Vos, die sinds 1975 in Etten-Leur woont. Ze verdient de kost als klinisch medisch analist in het Amphia Ziekenhuis aan de Molengracht in Breda.
Sinds twaalf jaar is zij in haar rijtjeshuis en tuin in de Grauwe Polder omringd door beelden uit Zimbabwe, het vroegere Zuid-Rhodesië. Het land is de laatste jaren met harde hand geregeerd en tot de bedelstaf gebracht door Robert Mugabe, terwijl het onder diens bewind ook lange tijd de graanschuur van Afrika is geweest. Tweemaal, in 1999 en 2004, heeft De Vos Zimbabwe bezocht. "De laatste jaren zeggen de mensen daar: 'Blijf maar thuis'. Ik skype wel."
Het was aanvankelijk zeker niet de bedoeling dat haar huis en tuin zouden veranderen in een soort galerie met Zimbabwaans beeldhouwwerk. "Ik mocht een tentoonstelling inrichten in de vide van het toenmalige Ignatiusziekenhuis, nu het Amphia. Maar de beelden kwamen te laat uit Afrika aan. Toen ze er eenmaal waren, was de ruimte in het ziekenhuis niet meer beschikbaar." Ze heeft daarna van de nood een deugd gemaakt en de permanente expositie in haar huis geregeld voor het publiek geopend.
Hoe is je belangstelling voor beeldhouwwerk uit Zimbabwe ontstaan?
"Als Vlaamse maakte ik als kind al kennis met kunst uit Kongo, de vroegere Belgische kolonie. Maar in 1974 leerde ik Guido kennen. Hij komt uit de omgeving van Hulst. Vrij snel daarna zijn we getrouwd. Hij was een aantal jaar daarvoor uitgetreden bij de Witte Paters. Als broeder had hij tien jaar gewerkt in Zambia, het voormalige Noord-Rhodesië. Als je eenmaal een band met Afrika hebt, gaat die niet snel los. Zo kwamen er altijd mensen die iets met Afrika hadden bij ons over de vloer. Broeder Kees Dielemans uit Etten-Leur onder anderen.
Onze dochter Glenda ging in 1994 voor een uitwisseling naar Zimbabwe. Zij wilde graag over de grenzen heen kijken en vormde een koppel met Charity. Die kwam hierheen en ontdekte onder meer dat Europa niet het land van melk en honing is dat ze zich altijd had voorgesteld. Ze was stomverbaasd dat ze in Amsterdam zwervers zag. Later is Glenda in Zimbabwe terechtgekomen in het kunstenaarsdorp Tengenenge. Charity, die beeldhouwwerk maakte, trouwde met Gift Bandason. Ze is nu zijn weduwe."
Als geboren en getogen Vlaamse woon je nu 35 jaar in Nederland. Ben je al helemaal gewend?
"Waar ik tot op de dag van vandaag moeite mee heb, is de hokjesgeest hier. Ik zal je een voorbeeld geven. Toen ik me indertijd in Etten-Leur in liet schrijven, werd me gevraagd: 'Wat is uw geloof?' Is het noodzakelijk om dat te weten? Moet iedereen in een vakje passen? Waar ik me in het begin over heb verbaasd is de haat tegen Duitsers. Door jonge mensen die na de oorlog werden geboren. Misschien is het intussen een stuk minder. Al denk ik wel eens dat de haat zich verplaatst heeft van de Duitsers naar een groep die begint met een M.






zie ook: 




















