We proberen twee van dit soort oefeningen per jaar te doen, legt clustercommandant Claus Meijers uit. Deze training is groot opgezet, aangezien het een samenwerking van hulpdiensten betreft: niet alleen de brandweer, maar ook politie en ambulance werken mee. Samenwerking en communicatie zijn de belangrijkste aspecten van een dergelijke oefening.
Een transportbedrijf aan de Munnikenheiweg is overvallen, zo schrijft het plot voor. De twee overvallers proberen te vluchten per auto, maar schampen tijdens hun rit een personenbusje met acht inzittenden. Het busje slipt en knalt op tegen een personenauto, die hierdoor over de kop gaat. De overvallers botsen op tegen een tankwagen. De vrachtauto bevat een gevaarlijke stof, die tot overmaat van ramp is gaan lekken.
Het is geen alledaagse situatie, vertelt commandant Meijers. Maar mocht het gebeuren, is het belangrijk dat we getraind zijn. Daarom is het een allesomvattende oefening.
Het ongeluk is tot in de details opgezet. In het busje zitten figuranten en een auto ligt ingedeukt ondersteboven. Aanvankelijk lijkt weinig actie te worden ondernomen. Maar schijn bedriegt. "Omdat er een mogelijk gevaarlijke stof bij is betrokken, moet we er voorzichtig mee omspringen", legt Meijers uit.
Op het moment dat hij is uitgesproken, arriveren de eerste brandweerwagens. Ze rijden naar het busje, waar de inzittenden worden geholpen. Al snel loopt er zo'n vijftig man rond op de plaats van het ongeval. Meijers: "Maar dat zijn niet enkel hulpverleners. Op elke leidinggevende hebben we een waarnemer gezet, om te controleren of alles goed verloopt. Nu mogen er nog fouten gemaakt worden, bij een echt ongeluk kan dat fataal zijn."


zie ook: 




















