De statenfracties in Den Bosch vergaderden opnieuw over de aanleg van een extra idustrieterrein bij Etten-Leur, nadat het plan van de gemeente om een bedrijventerrein in de Oosthoek aan te leggen, aan de zuidkant van de A58, op fel verzet was gestuit.
Na interventie van de provincie werd besloten een studie te doen naar andere plaatsen binnen de gemeenten, waar nog plaats is voor nieuwe bedrijven.
Daarin scoort Middendonk, waar volgens de onderzoekers nog plaats is voor twaalf hectare industriegrond, erg hoog.
Een meerderheid in de Brabantse staten ziet Middendonk ook wel zitten. Zij het met de nodige bedenkingen.
Of zoals D66'er Paul de Beer het verwoordde: "Middendonk, moeten we dat wel doen? Er liggen buisleidingen, hoogspanningsmasten. Wat blijft er netto aan industriegrond in dat gebied over? Niet veel, denken wij."
De bewoners van de Middendonk zullen dus nog wel even in onzekerheid blijven zitten. Dat geldt veel minder voor de Oosthoek, waar de komst van industrie definitief afgewend lijkt te zijn.
In de studie werd de deur voor vestiging van bedrijven in het gebied nog op een kiertje gehouden door te zeggen dat dit de eerste tien tot vijftien jaar niet nodig is.
Daarmee de vraag open latend wat er daarna zou moeten gebeuren.
Maar veel fracties in de staten gaven gisteren te kennen dat er nu maar eens definitef besloten moet worden dat industrie in de Oosthoek ook op langere termijn geen optie is.
Commissielid Johan Martens (GroenLinks): "We moeten het gebied niet laten bungelen."


zie ook: 




















