In 1953 trekt de Grote Optocht op 3 augustus door de straten van Breda. Carnaval was dat jaar uitgesteld vanwege de watersnoodramp. foto Gory Smits/GPV
Carnaval is een feest van tradities. Sommige daarvan gaan al heel lang mee, andere zijn jonger. BN DeStem-verslaggever Corné Luyken, zelf begenadigd vierder, gaat in de serie Carnaval Verklaard op zoek naar de verklaring voor een aantal leutgewoonten in Breda.
De hele wereld gaat gebukt onder een economische crisis, behalve ut Kielegat. In een tijd dat mensen massaal de hand op de knip houden, vieren ze uitbundig feest in ons Breda. Nooit eerder was het zo druk op de Nacht van ut Kielegat. Ook de sponsorinkomsten van de BCV zijn dit jaar gestegen. Rob Thomassen, voorzitter van de Commissie Verkoop, voorspelt opnieuw een stijgende verkoop van gadgets en leutpenningen.
Bredanaars zijn onverzettelijke carnavalsvierders, blijkt uit de historie. Tot dusver zijn alleen Adolf Hitler en kerkelijke moraalridders erin geslaagd om hét volksfeest tijdelijk lam te leggen.
De katholieke anti-carnavalisten waren eeuwen lang behoorlijk volhardend in hun strijd. Soms hadden ze succes met hun daverende donderpreken over geestelijk verval. In 1849 bijvoorbeeld, toen het stadsbestuur de carnavalsviering verbood. Dit besluit werd overigens snel herzien. De protesten van de woedende Bredase burgerij boezemde meer angst in dan het vooruitzicht op hel en verdoemenis.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog had niemand in Breda nog zin een feestje. Maar kort voor de Duitse inval in 1940 is in Breda, in tegenstelling tot de meeste plaatsen, nog wél carnaval gevierd. De bevolking mocht, gezien de oorlogsdreiging, dat jaar niet gekostumeerd over straat. Zo kon het gebeuren dat de kok van sociëteit Concordia in zijn kraag werd gegrepen toen hij buiten stond te roken. De recherche was ervan overtuigd dat het een vermomd personage betrof. De bezoekers van het carnavalsbal moesten vervolgens iets langer op hun eten wachten.
'Breda lacht weer' was het motto van de carnavalsoptocht in 1953. Dat lachen verging snel toen delen van Nederland twee weken voor het carnaval op dramatische wijze werden getroffen door de stormvloed. De BCV blies alle activiteiten af, maar de carnavalsvierders revancheerden zich die zomer op gedenkwaardige wijze op het natuurgeweld.
Toevalligerwijs vierde de KMA haar 125-jarig bestaan. De stad was versierd, wat een prima decor opleverde voor een carnaval d'été. Prins Maskerado III maakte op zaterdag 1 augustus zijn entree. Twee dagen later trok er een leutstoet over de druk bezochte zomerse Grote Markt.
Ook in 1990 hangt er onheil in de lucht. Op carnavalsmaandag raast een storm over Breda. De optocht wordt uitgesteld, maar veroorzaakt enkele weken later een extra carnavalsdag. Tijdens halfvasten, dat normaliter alleen wordt gevierd door hardcore carnavallers met heimwee naar het echte feest, staan duizenden Bredanaars te genieten van de optocht. De horeca is er blij mee.
Het feest moet worden gevierd, leert de Bredase carnavalstraditie. Die mentaliteit is sterker dan de dwingende internationale politiek. Als gemeenten in soberheid vervallen omdat Nederlandse troepen zich mengen in de bloedige Golfoorlog, heffen Bredanaars uitbundig het glas. Hiermee grijpt ut Kielegat terug op de middeleeuwse oorsprong van het carnaval: ontsnappen aan de malheur van alledag. Juist in tijden van tegenspoed.
Stilte op de Grote Markt
Ook carnaval ontkomt niet aan het noodlot. In 2004 komen vier leden van CV De Meikevers om het leven bij een verkeersongeval op de E19. De Bredase carnavalsgemeenschap is in shock. Op de Grote Markt, tegenover café De Kleine Wereld, ligt een gedenktegel voor de vier slachtoffers.
Ieder jaar komt de immer imposante carnavalswagen van De Meikevers hier tot stilstand. De blaaskapel zwijgt. Eén minuut oorverdovende stilte op een zinderende Grote Markt. Een even uniek als aangrijpend moment van bezinning. Daarna trekt de karavaan van de leut weer verder.


Sorteer reacties




















