Toespraak Ramsey Nasr in de Mezz

  vrijdag 17 september 2010 | 17:41 | Laatst bijgewerkt op: vrijdag 17 september 2010 | 18:38

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Foto ANP

Foto ANP

(Een globale weergave van de toespraak die Ramsey Nasr, dichter des vaderlands, donderdagavond in de Mezz hield bij de opening van BredaPhoto 2010:)

De vraag was een inleiding te houden op Breda Photo. Nu houd ik erg van fotografie, dus ik zei meteen ja. ‘O ja, het thema is Tilt,’ hoorde ik nog net voor het ophangen. Ik voelde me direct in de val getrapt. Tilt, wat moet je daar nu over zeggen. Het zei me niets. Geen idee hoe zich dat zou moeten vertalen in fotografie, laat staan wat ik daar dan weer over zou moeten zeggen.

Ik pakte het festivalplan erbij. De infomap.

“Breda Photo is geïnteresseerd in alle mogelijke visies op de wereld die op TILT is geslagen, de wereld waarin onze oude zekerheden ter discussie staan.”

Nou, dat hielp ook niet echt. Alles kon dus. Ik stond in een donkere kamer.

Des te onvoorstelbaarder is het, nu e dag van de opening is aangebroken. Vraag me niet hoe, maar wie alle foto’s en reportages op deze expo langs wandelt en bekijkt, heeft een volmaakt parcours op tilt gedaan. Zo huiverig en wantrouwend als ik van tevoren was – ze hebben weer eens een lekker breed thema genomen – zo overdonderd ben ik door wat je hier ziet. Daarom: proficiat, en dat meen ik oprecht.

Alle reportages verwijzen naar elkaar, als een netwerk. Dat is de kracht ervan – en ook de ellende, als je er iets over moet zeggen. Want waar te beginnen?

Het eerste wat mij opvalt als ik de verschillende sequenties bekijk, is de onnatuurlijkheid versus de natuurlijkheid. Zo vaag als ik de term Tilt had gevonden, zo helder werd het nu ik het op beeld zag – en dat is zeldzaam voor iemand die leeft van het woord. Onnatuurlijkheid, zo zie je hier, lijkt te ontstaan wanneer je twee zaken bij elkaar brengt, waarvan de ene de ander uit evenwicht duwt.

Daarbij kun je natuurlijk aan de natuur zelf denken, en veel foto’s behandelen ook juist dat thema. Een natuur die uit het lood geslagen is, of liever: uit het lood geslagen wórdt. De gevolgen van Katrina, bekeken als een stilleven (Polidori). Of de bizarre foto’s van Chris Jordan: vogellijken in ontbinding, met daarin blootgelegd als een kunstwerk, aanstekers, doppen en plastic voorwerpen, die in de maag zijn achtergebleven. Het geheel vormt een schoonheid, maar wel een schoonheid die ik liever niet aantref. Ook: de teringzooi die we achterlaten, karkassen van wagens, gsm-opladers maal duizend, op een hoop gegooid, waardoor het lijkt op een hoop krioelende schorpioenen of andere geleedpotigen. Of neem de verstilde foto’s van een afgebroken ijsschots, onbewogen afdrijvend langs het landschap. Foto’s van Groenland. Ik ben ook enorm geraakt door de natuurfoto’s van Ikka Halos – krankzinnige foto’s van ‘te restaureren bomen’, in stellingen geplaatst als een te behandelen kunstwerk of gebouw; vreemde creaturen zijn het, met als toppunt een boom waarvan de stam is samengevoegd tot een ring. Totaal kunstmatig. Peter Bialobrzeski lijkt daarop voort te borduren in de serie Paradise Now. Bij de World Press-tentoonstelling eerder dit jaar was ik deze foto’s al tegengekomen en ook nu laten ze me niet onberoerd. De totale kunstmatigheid: natuur belicht door de stad.

Ik zie foto’s over transseksuelen in Thailand, jongens en meisjes verkleed als hobbit of als goedaardige padden.

En kijkende naar al die foto’s moest ik denken aan een reis naar Tanzania die ik in 2008 heb ondernomen. Ik was in de bevoorrechte positie om met biologiestudenten van de Universiteit Antwerpen op expeditie te gaan in gebieden waar toeristen slechts mondjesmaat worden toegelaten, in de savanne, het oerwoud, het koraalrif. En daar, midden in de vrije natuur, op een van de meest ongerepte plekken ter wereld, werd ik geconfronteerd met de vraag hoe vrij die natuur eigenlijk was – zelfs daar. Ik heb mogen overnachten op een strand, in mijn eentje, aan een kuststrook die afgezet wordt, omdat daar een zeldzame schildpad zijn eieren komt afzetten. Mensen die een voet op dat strand zetten worden neergeschoten en je kunt je dus afvragen in hoeverre dat nog natuurlijk is. Hoeveel moeite moeten we doen om de natuur te behouden? Er zijn allerlei corridors die door mensen worden aangelegd, opdat de dieren ‘vrij’ kunnen rondtrekken. De pijnlijke conclusie is, dat elke vrije natuur een door ons vrijgehouden natuur is. En daarmee van ons afhankelijk. Kunstmatig. Ik zou een fragment uit mijn dagboek willen voorlezen, dat dit illustreert. Het volledige boek is uitgegeven bij De Bezige Bij en heet ‘Homo safaricus’:

Ik blijf me afvragen waarom ik deze dag, die voor velen de meest grandioze en intense van ons verblijf in Ruaha zou worden, zelf in een waas van ontastbaarheid heb ervaren: de voetsafari.

Onze cameraman, die vaker in Afrika heeft gedraaid, sprak verbluft van ‘het mooiste dat ik ooit heb gezien’. En dat was het ook. Technisch gezien was het fabuleus.

Voor het eerst tijdens onze safaritochten mochten we deze dag de bussen uit. Sterker nog, we zijn de bus niet eens in geweest, maar rechtstreeks vanuit het kamp de rivierbedding in gelopen om in kleine groepjes langs de oever te wandelen. Niet langer beschermd door ons ronkend ijzeren karkas konden we de wilde dieren van dichtbij aanschouwen.

Misschien was het juist deze nabijheid, van talloze hippo’s in hun poelen en van de massa’s krioelende krokodillen – een lag op nog geen tien meter afstand te zonnen in het gras, met enkel wat ondiep water tussen hem en ons in – die ervoor zorgde dat ik het niet langer als reëel aanvaardde.

Het was té echt. Dat maakte het onwerkelijk.

Ik vroeg onze park ranger, bewapend met een geweer dat meer op een proppenschieter leek, of die krokodil niet naar ons kon komen. Jawel hoor.

O? En hoelang doet zo’n beest er dan over om hier te geraken – puur hypothetisch? Mwah, een paar seconden, niet meer.

Op de een of andere manier maakte die omstandigheid het minder eng. Want welbeschouwd zouden we hier dan niet moeten staan. Dit moest wel fictie zijn.

We hebben nog lang naar het beest staan kijken, naar zijn gepantserde huid en monstrueuze gebit. Een verrekijker was leuk, maar niet nodig.

Zou het dan het hek zijn, tussen mij en de kroko, dat ervoor zorgt dat hij echt wordt? Een hek in de zoo is duidelijk, zo’n ding zegt: levensgevaarlijk.

De ranger keek op zijn horloge; we moesten maar weer eens verdergaan. Boven ons hoofd zweefden de pelikanen.

Eigenlijk weet ik wel waaraan de voetsafari mij deed denken; het had alleen weinig met biologie te maken en dus hield ik mijn mond.

Het leek op het paradijs. Niet het hemelse, maar het aardse. Het voldeed aan alle beschrijvingen van de Tuin van Eden. Een kroko, dat meest voorhistorische van alle reptielen, lag gemoedelijk in het groene gras; achter hem stonden geelbek- en zadelbekooievaars, Afrikaanse maraboes, goliathreigers en ibissen gezamenlijk aan het kabbelende water; en dáárachter weer rustte een grote groep impala’s uit, beschut door de bomen aan de andere oever. Er was een beekje, er waren rotspartijen. Achter mij trokken de bavianen langs. En niemand vrat de ander op.

Misschien was het de idylle van dat krankzinnig mooie landschap die het minder echt maakte dan de bussafari’s de dag ervoor. Ik vond de wandeling prachtig zoals het hooglied en de fresco’s van Masaccio dat zijn.

Zo paradijselijk was het gebeuren dat het gemaakt leek; alsof de dieren er geplaatst waren, de poelen aangelegd, de stenen en rotsen vooraf uitgehouwen. Een beetje zoals in de dierentuin, eigenlijk. Ja, daar deden de nijlpaardenpoelen mij misschien nog het meest aan denken: aan de kunstige architectuur van de zoo, die met zijn grote neprotsblokken de wijde, verafgelegen natuur zo treffend kan evoceren, als een afbeelding van het paradijs. Een herinnering in een schaal van één op één.

Het was alleen wat onmetelijk allemaal.

Misschien, zo bedenk ik me halverwege de busrit terug naar het kamp, heb ik ramen nodig.

Ik heb veel expeditieleden horen zeggen dat ze de bussafari’s wel mooi maar ook nogal afstandelijk hadden gevonden; voor hen begon alles pas te leven op deze tweede dag. Ik ervoer het omgekeerde. Het busgeronk en het gekraak van grassen onder de wielen waren totaal niet storend geweest; daardoor hoorde je de vogels des te beter zodra we eens ergens stopten en de motor werd afgezet. Juist tijdens deze ritten, waarbij we de olifanten terzijde zagen wandelen met hun kroost, besefte ik voor het eerst wie ik was: een passant in andermans leven. Ik bestond dus.

De voetsafari had me echter op slag weer tot toeschouwer gemaakt, voortschuifelend langs een driedimensionale foto.

Opklimmend langs een almaar droger wordende helling hadden we nog een keer omgekeken naar de ruisende rivier die we de gehele ochtend hadden gevolgd. Naast de krokodil, de watervogels en de impala’s in de verte ontdekten we onverwachts nog een hippo. Hij had aldoor vlak bij de krokodil, vlak bij ons in het water staan pootjebaden; alleen was hij beneden aan ons zicht onttrokken geweest door een rots. Vanaf hier, op deze hoogte, zagen we eindelijk alles. Volledig. De kronkelende rivier was een samenvatting geworden van de afgelopen voettocht. Ze strekte zich uit in de diepte, zover we konden kijken. Het benam me de adem. We stonden als goden aan de rand van de schepping.

Maar ik ben een mens. En er zijn grenzen aan wat een mens kan bevatten.

Wezenloos staarde ik naar het panorama, waarvan het teveel in mijn eigen tekort overliep.

Onnatuurlijkheid. Te veel om te bevatten. Je zou hetzelfde kunnen zeggen van de industriële foto’s van Rena Effendi. Ze zijn van een grondeloze tristesse. Maar nergens wordt de hopeloosheid daarvan wordt zo mooi weergegeven als bij Nick Hannes – al is dat uiteraard mijn persoonlijke mening. Hij maakte een reeks foto’s in de Kaukasus, in de voormalige satellietstaten van de Sovjet-Unie, landen waar niets nog natuurlijk lijkt te zijn. De tristesse van pijpleidingen, petroleumvelden, booreilanden aan het strand; het lijkt allemaal geconstrueerd, gouden standbeelden van de leiders, alomaanwezige industrie. Bij elk strand duikt wel weer een pijplijn op, of een stel neppalmbomen? De vervreemding is ook mooi: biljartende Tadzjieken met de lokale hoofddeksels op, Oezbeekse albinomeisjes met onwezenlijk oranje haar. Bij Nick Hannes gebeurt wat in feite op de hele expo gebeurt. Het is een pretpark waar alles op tilt slaat: een olijk marcherende bejaarde die nog altijd in een communistische staat lijkt te leven, een blonde stoot uit Vladivostok, met een strak T-shirt waardoor op haar grote borsten in even grote letters staat te lezen: Jesus died for you. Het is bijna Amerikaans in zijn ‘Sovjettisme’. De cirkel sluit zich. Plastic. Over the top. Het is hier dat de verroeste restanten van het communisme naadloos overgaan in de excessen van het vrije kapitalisme: beiden zijn ontaard in onnatuurlijkheid.

Dat brengt ons op een ander thema dat de expo Tilt aanraakt: de economische crisis.

Denis darzacq’s freezebeelden van mensen rondzwevend in supermarkten, volle rekken op achtergrond, vormen het affiche van de expo. Verder zijn er de beelden van beursspeculanten, van huizen in de VS, badend in een wit etherisch licht: alles weerspiegelt de crisis.

Ik wil u wederom een citaat voorlezen uit het Festivalplan:

“De scheidslijn tussen beheersing en totale wanorde is vaak flinterdun. (?) Systemen waarvan we ooit dachten dat ze goed werk¬ten, dat ze niet stuk konden, blijken niet te werken. (?) De financiële crisis maakt het opeens veel gemakkelijker om de exorbitante bonussen van bestuurders ter discussie te stellen. De crisis maakt ons duidelijk dat we ons veel te lang niet goed gereali¬seerd hebben wat werkelijke waarde is. (?) Niet dat er oplossingen verwacht kunnen worden van fotografen. Daarvoor is de materie te complex.”

Wel, daar ben ik het niet mee eens. Fotografen dragen wel degelijk oplossingen aan. Juist door die complexiteit te tonen. Of vooral door mensen te leren kijken. Fotografen geven ons ogen.

Iemand die dat ook deed, was de schilder Johannes Vermeer. Mijn eerste gedicht dat ik schreef voor het vaderland is een gedicht over een schilderij. Ik heb overwogen om een afbeelding mee te nemen en te projecteren, maar dat heb ik niet gedaan. In de geest van Alfredo Jaar – wiens foto’s van Rwanda op deze expo niet getoond worden omdat ze te gruwelijk zijn, doe ik hetzelfde. Ik zal u de vrouw beschrijven. Zij biedt tevens een oplossing een uitweg uit deze chaos. Weg van Tilt.

(NB zie voor de beschrijving van het schilderij: http://www.ramseynasr.nl/boekboek/show/id=148781

In feite maakt Vermeer altijd gebruik van dezelfde elementen: er is altijd een raam op links, altijd eenzelfde glas-in-lood-raam dat te zien is, er is heel vaak een geel hermelijnen jakje te zien op zijn schilderijen, er zijn schilderijen te zien op zijn schilderijen; het kwam uit zijn eigen inboedel. De vrouw op het schilderij is zwanger – maar ze zou ook een soort rok kunnen dragen dat in die tijd in zwang was, en dat vrouwen zwanger deed lijken. Je zou in haar verschijning in blauw, in haar hoofdsluier, een Mariafiguur kunnen ontwaren, maar het zou ook gewoon een vrouw kunnen zijn die daaraan doet denken. Vermeer speelt met wat je ziet. Verder heeft ze een weegschaal in haar handen, erop liggen glanzende parels en goud. Alleen, bij microscopisch onderzoek is gebleken dat het de weegschaal zelf is die glanst: er ligt niets op. de vrouw is m.a.w. aan het ijken. Vandaar het volgende gedicht, in drie delen: Wat ons rest.

WAT ONS REST

(Voor het gedicht zie wederom: http://www.ramseynasr.nl/boekboek/show/id=148781" )

Dames en heren, de expo biedt al met al een zeer beklemmend beeld van een wereld die niet op instorten staat, maar die over een afgrond helt, tilt. Maar, in alle eerlijkheid, is dat verschijnsel niet van alle tijden? Was het vroeger wezenlijk anders? Neem de excessen in de Katholieke kerk, het misbruik. Is dat nieuw? Nee, het gebeurt al sinds de middeleeuwen, het wordt nu alleen geopenbaard.

Stilaan wordt alles getoond en openbaar gemaakt. Wij leren langzaamaan kijken en zien. En het is mede dankzij fotografen dat dit gebeurt.

Bij dezen verklaar ik een grootse expo voor geopend.

* Voor alle gedichten voor het vaderland: www.ramseynasr.nl



© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.

Reageren

blij blozend boos cool verrast droevig egaal gemeen huilend vertwijfeld knipoog lachen rollendeogen tongeruit wijdogig

Klik hier en lees het Privacy Statement


Zo reageert u:

Op de website van BN DeStem kunt u reageren op de artikelen. Soms worden (delen van) reacties ook gepubliceerd in de krant.

De redactie kan bijdragen zonder opgaaf van reden weigeren.

Daarbij hanteren wij onder meer de volgende voorwaarden:

Onder de reactie moet altijd uw voornaam, achternaam en woonplaats staan.

De reactie moet kort en bondig (max. 400 tekens) zijn.

De reactie mag niet beledigen, discrimineren of nodeloos kwetsen.

De reactie mag geen scheldwoorden of bedreigingen bevatten.

De reactie moet betrekking hebben op het artikel waaronder de reactie wordt geplaatst.

De reactie mag geen reclame-uiting bevatten.

De reactie mag geen privé-gegevens van derden bevatten.

De reactie mag geen links naar illegale zaken bevatten (software, muziek, etc.).

De reactie mag geen inbreuk zijn op het auteursrecht van anderen.

Reacties onder overduidelijk valse naam kunnen worden geweigerd.

De reactie moet begrijpelijk en leesbaar zijn.

De redactie houdt zich aanbevolen voor tips, maar zal niet tot plaatsing overgaan van:

Reacties die (impliciete) beschuldigingen of verdachtmakingen van misdrijven bevatten, zolang er (nog) geen gerechtelijke uitspraak is.

Reacties die de identiteit van verdachten onthullen. Evenmin van slachtoffers, zolang de redactie geen bevestiging van de politie heeft (en wij mogen aannemen dat de familie is ingelicht)

Over het al dan niet plaatsen van reacties wordt niet gecorrespondeerd.

Het IP-adres van de afzender van een reactie wordt automatisch opgeslagen in het redactioneel systeem. Het kan worden afgestaan aan derden in het kader van een strafrechtelijk (voor)onderzoek, namelijk als de redactie van mening is dat een groot maatschappelijk belang in het geding is. Ook daarover wordt niet gecorrespondeerd.