Maria van Hassel in de weer met een van de door haarzelf vervaardigde wandkleden, die ook geëxposeerd worden. foto's Ramon Mangold/het fotoburo
Anton van Tuyl sneed zijn Pelgrimsstaf en versierde de handgreep met de Jacobsschelp en de (als veldfles gebruikte) kalebas.
De kathedraal van Santiago de Compostela, einddoel van de St.-Jacobspelgrims. Pentekening van Ad Rietveld (ongedateerd).
BREDA - In de Begijnenzaal van het Begijnhof hangt vanaf morgen negen dagen lang kunst (-nijverheid) van pelgrims aan de wanden. Verzameld door Maria van Hassel.
Ze vallen in het stadsgewoel amper op, maar jaarlijks trekken in vijf (min of meer) zomerse maanden heel wat moderne pelgrims vanuit Noord-Nederland en Noordwest-Europa door Breda, op weg naar het zuiden.Ze gaan te voet of op de fiets.
Speciaal voor hen hangt op de Grote Markt 't wat excentrieke bordje Santiago de Compostela tussen de richtwijzers naar de bezienswaardigheden van het stadshart. Santiago ligt liefst 2.500 kilometer verder. Maar de 11e-eeuwse bedevaartsplaats is tegenwoordig een populair reisdoel, zij het eerder recreatief dan devoot.
De Spaanse stad in Galicië trekt steeds meer snelle types, die zich tijdens een sabbatical een sportief doel stellen dat hun na terugkeer ook nog eens de status van mens-met-diepgang oplevert. Voorwaar een aantrekkelijk imago voor de moderne hedonist. Fietsclubs die met inbegrip van een volgwagen vol proviand comfortabel 'op bedevaart' gaan, zijn al geen uitzondering meer.
Maar het wonderlijke van de pelgrimage over de minstens tien eeuwen oude Sint Jacobusroute naar Noordwest-Spanje is, dat het precies die niet serieus beoogde uitwerking van verdieping op de gelegenheidspelgrim kan hebben.
"Dat hoef je niet te zoeken, het overkomt je gewoon vanzelf. Al is het wel zo, dat je de mooiste bedevaart in je eentje maakt", weet Maria van Hassel.
De 62-jarige Bredase kan uit ervaring spreken. De afgelopen tien jaar ondernam ze zes gefietste pelgrimstochten naar Santiago. Bovendien was de naar Jacobus vernoemde bedevaartsplaats haar startpunt voor pelgrimages naar Rome en Jeruzalem
"Op de camino (=de weg) vallen alle sores, haast en onrust van je af. Mits je zonder psychische problemen vertrekt, kun je alle gehaastheid achter je laten. Wat niet lukt als je drie weken aan het strand van de Costa del Sol gaat liggen, want dan kom je niet tot jezelf."
Toch zal Maria van Hassel geen volledige pelgrimstocht meer volbrengen. Haar hartconditie verhindert dat. "Ik mag nu voor mede-pelgrims zorgen", zegt ze eenvoudig. In haar huisje op het Begijnhof heeft ze de afgelopen vijf jaar al heel wat bedevaartgangers refugio (=onderdak) en een eenvoudig maal geboden. Doorgaans gaat het dan om leden van het Nederlandse St.-Jacobsgenootschap die haar naam hebben doorgekregen. Zijn ze op heenreis, bereidt hun gastvrouw hen op hun eerstvolgende drie dagetappes voor, stempelt hun pelgrimsboekje af en geeft ze een Sint Jacobsschelp mee.
Na hun terugkeer, constateert Van Hassel bij herhaling, hebben de moderne pelgrims haast onvermijdelijk een reis door hun binnenste gemaakt.
De creatieven onder hen verwerken hun ervaringen en emoties tot kunst. Maria van Hassel verzamelde een aantal van die kunstwerken en exposeert ze nu - naar voorbeeld van mede-hofbewoonster Cora van Beek - negen dagen in de Begijnenzaal (naast de pastorie). Een mooie aanleiding vond Maria in een persoonlijk lustrum: sinds 2 december 2006 bewoont ze haar refugio op het Begijnhof.
Haar expositie wordt morgen ingeleid met een pelgrimsviering in de Begijnhofkapel (12.00 uur).
Aan het slot van elke expositiedag branden buiten, op de bleek, de 320 lichtjes van een labyrint, dat is gebaseerd op het vloermozaïek van de kathedraal van Chartres (F) die door veruit de meeste Santiago-pelgrims wordt bezocht.
Expositie Pelgrimage naar Santiago de Compostela, van 2 tot en met 11 december (12.00-16.00 uur), Begijnhof 45a; vrij entree.



























