Zie ook:
Bij toeval doken in de loop der jaren veel kleine eigendommen van hen op. Foto's, voorwerpen en ook twee schriftjes. Vader Drukker had daarin, kort voor hun arrestatie in mei '44, de pijnlijke oorlogservaringen van zijn kleine gezin genoteerd. Enkele (plaatselijke) publicaties zijn aan de familie gewijd en op de website van het Regionaal Archief Alkmaar staat een transcriptie van de schriftjes.
Met zijn persoonlijke toon en details geeft Drukkers relaas een indringend beeld van de angsten, vernederingen en verschrikkingen tijdens de Jodenvervolging in Nederland. In weerwil van zijn onbeholpen schrijfstijl, ontstijgt de koopman in jutezakken het particuliere leed van hemzelf (1895), zijn vrouw Juliette Cohen (1890) en dochtertje Marjan (1929). De ouders - beiden actieve leden van de toenmalige orthodox-joodse gemeenschap van Alkmaar - hadden lang moeten wachten op hun enige kind, dat ze als de kroon op hun huwelijk beschouwden.
Het gezin bewoonde een grachtenpand, was gelukkig en leefde in redelijke welstand. Al voor Marjans tweede verjaardag op 18 november 1931 liet Abraham een schitterend poppenhuis maken. Amsterdammer Henk Meijer (1899-1980), de man van hun vroegere dienstmeisje, vervaardigde een schaalmodel van een Amsterdams grachtenhuis met vijf etages dat hij samen met zijn vrouw van een eigentijdse mini-inventaris voorzag. Alles handwerk, Amsterdamse stijl. In het huiskamertje stond zelfs de negenarmige Chanoekalamp op het dressoir. Het cadeautje moet een lieve duit gekost hebben.
Hoe lang het meisje er mee gespeeld heeft is onbekend, maar waarschijnlijk heeft de intussen van haar kapitaal beroofde familie het in maart '42 zolang bij de maker in bewaring gegeven. De hele Joodse populatie van Alkmaar werd gedwongen naar Amsterdam te verhuizen. De Drukkers waren toen al zo wanhopig, dat zij zich in het grachtenwater voor hun huis wilden verdrinken, (bleek pas in 1995).
Vrienden weerhielden hen ervan, maar het was uitstel van letterlijke executie. Na een ruim tweejarige zwerftocht vol ontreddering langs tal van onderduikadressen werd het echtpaar met hun - veelbelovende - oogappeltje opgepakt. In oktober '44 vonden ze hun voortijdige einde, niet in het water van Alkmaar, maar in het gas van Auschwitz. Marjan was net geen 15 jaar.
Toen Henk Meijer na de oorlog duidelijk werd dat de familie niet zou terugkeren, schonk hij Marjans poppenhuis aan haar Hilversumse nichtje Jetty. Zij gaf het hem terug bij haar emigratie naar Amerika. In 1953 bracht Meijer het poppenhuis na een opknapbeurt voor de laatste maal weg: als sinterklaascadeau voor zijn eigen nichtje, Ingrid Ehlert.
De Arnhemse hield het pronkstuk in ere; lange jaren sierde het haar huiskamer. Totdat zij in februari 2008 bij toeval op de poppenhuiscollectie in het Begijnhof stuitte. "Dit is een warme plaats voor mijn poppenhuis", besloot de vrouw. Een week later bood Ingrid Ehlert haar kleinood om niet aan het Miniatuurmuseum aan.
Drieënhalf jaar kon de museumdirectie niet vermoeden wat zij wérkelijk in huis had. Tot een stagiaire onlangs navraag ging doen - en het balletje steeds verder rolde. Naar de Kop van Noord-Holland. En tachtig jaar terug de tijd in.
In Alkmaar wordt sinds een week in kleine kring stilletjes getreurd.
Volgende maand wordt daar de herbouwde synagoge in gebruik genomen. De stad had dan graag dat nog onbekende poppenhuis getoond. En het hartverscheurende verhaal erachter verteld.
www.archiefalkmaar.nl/themas























