Het zijn vooral kermisfamilies die de weg naar de orgeldagen weten te vinden. Twee dagen lang blazen de orgels hun orkestrale klanken van 10.00 tot 18.00 uur door de loods. Er waren naar schatting zo'n tweehonderd toehoorders. foto Charlotte Akkermans/het fotoburo ;Het zijn vooral kermisfamilies die de weg naar de orgeldagen weten te vinden. Twee dagen lang blazen de orgels hun orkestrale klanken van 10.00 tot 18.00 uur door de loods. Er waren naar schatting zo'n tweehonderd toehoorders. foto Charlotte Akkermans/het fotoburo ;Het zijn vooral kermisfamilies die de weg naar de orgeldagen weten te vinden. Twee dagen lang blazen de orgels hun orkestrale klanken van 10.00 tot 18.00 uur door de loods. Er waren naar schatting zo'n tweehonderd toehoorders. foto Charlotte Akkermans/het fotoburo
Eén van de pronkstukken van de familie De Voer. Dit orgel was tot de jaren '60 te horen op de kermis in Breda. ;Eén van de pronkstukken van de familie De Voer. Dit orgel was tot de jaren '60 te horen op de kermis in Breda. ;Eén van de pronkstukken van de familie De Voer. Dit orgel was tot de jaren '60 te horen op de kermis in Breda.
De familie De Voer praat even bij na de eerste festivaldag. Tweede van links is Theo. Richard zit helemaal rechts. ;De familie De Voer praat even bij na de eerste festivaldag. Tweede van links is Theo. Richard zit helemaal rechts. ;De familie De Voer praat even bij na de eerste festivaldag. Tweede van links is Theo. Richard zit helemaal rechts.
BREDA - De Bredase familie De Voer heeft vijftien kermisorgels in bezit. Eén keer per jaar houden ze een festival in een loods aan de Annevillelaan in Ulvenhout. Met zo'n tachtig decibel wordt Bachs Orpheus door de loods geblazen.
Willem van Grootheest heft beide handen ten hemel. "Moet je horen, hij gaat nu opwerken. Voel je die lage tonen? In dit orgel zit een compleet symfonie-orkest. Daar kan geen kerkorgel tegenop."
De Amsterdammer komt al jaren naar de orgeldagen in de achtertuin van de familie De Voer. Het evenement werd afgelopen weekend voor de negentiende keer gehouden. Het concept is in al die jaren nooit veranderd. Elf muziekmachines uit de familiecollectie produceren een weekend lang om beurten een imponerende klankwaterval. "Dit is uniek", weet Willem. "Zoveel kermisorgels bij elkaar, dat hoor je nergens."
Bij de familie De Voer weten ze niet beter. De meeste orgels zijn al vier of vijf generaties in bezit van de Bredase kermisfamilie. Rond 1910 werd de eerste muziekmachine aangeschaft voor zo'n vijfduizend Duitse rijksmarken; een vermogen in die tijd. Toch was de investering lucratief. "Je had toen bijna geen mechanische muziek. Het hele dorp liep uit als ze met zo'n orgel kwamen aanlopen. En waar mensen zijn, is handel", legt Theo de Voer uit.
Deze wervingstactiek werd ook door andere exploitanten toegepast, waardoor op een beetje kermis zo'n vijf orgels tegen elkaar stonden te blazen. "Dat gaf een hoop kabaal, maar die hectiek hoort bij de kermis."
Dit verklaart waarom een kermisorgel veel harder gaat dan een draaiorgel. "Je moest natuurlijk wel gehoord worden", vertelt Richard de Voer.
De glorietijd van het kermisorgel duurde zo'n tien jaar. In de jaren '20 werden de orgels gaandeweg verdreven door de grammofoon. "Die plaatjes waren veel goedkoper. En het scheelde een hoop gesjouw."
Ook qua onderhoud had de grammofoon voordelen. "Een orgel bestaat uit fijn mechaniek. Er kan veel kapot gaan. In de crisisjaren '30 was er geen geld om de orgels te onderhouden. Ik weet dat mijn opa kranten in kapotte pijpen stopte om een einde te maken aan het gejank."
Richard durft het in dit gezelschap nauwelijks te zeggen. "We hebben na de oorlog een paar orgels opgestookt. Er was geen geld om de boel op te knappen. Wat moest je anders met een versleten orgel?"
Theo weet dat zijn vader tot de jaren '60 met een orgel op pad ging. "Uit pure liefhebberij. We trokken rond met een houten rups. Overdag kon hij zijn orgel nog laten spelen. Maar 's avonds kwam er meer jeugd op de kermis en die wilden rock & roll."
De broers De Voer vinden elkaar bijna iedere zaterdag in de loods. Een orgel moet regelmatig spelen, weten ze, wat een mooie gelegenheid biedt om samen een biertje te drinken. Soms gaan ze met een orgel op pad. Meestal op uitnodiging van een museum of een evenement. Theo gaat regelmatig naar de Blauwe Kamer om te spelen voor meervoudig gehandicapten. "Die lui vinden het prachtig. Maar er zijn ook mensen die niks met ons te maken willen hebben. Die zien dit als een soort bedelarij."
De ware liefhebbers bevinden zich vooral in kermiskringen. Het festival wordt bezocht door gekende families uit het wereldje. Jaap Orsel bijvoorbeeld. Hij komt uit een dorp bij Groningen en heeft, zoals zoveel gasten, zijn woonwagen bij de loods geparkeerd.
Het festival heeft het karakter van een reünie. Plastic tuinmeubels omringd door magistrale kermisorgels. Bekertjes koffie, flessen bier en af en toe een borreltje.
De familie De Voer maakt geen reclame voor de orgeldagen. De liefhebbers weten het festival toch wel te vinden.
"In Amsterdam hebben ze ook een orgelfestival", weet Willem. "Mooi aangekleed enzo. Maar daar zetten ze een koor voor zo'n orgel. Doodzonde. Dit zijn instrumenten van de gestampte pot. Die hebben geen opsmuk nodig."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.




























