BREDA - "Als de gerechtsbode mijn boodschap heeft overgebracht dat ik er bezwaar tegen had dat het vermeende slachtoffer in de rechtszaal wordt toegelaten omdat ik haar mogelijk nog als getuige wil horen, dan hebben we misschien wel te maken met jokkende rechters." Aan het einde van de zitting van de wrakingskamer van de Bredase rechtbank kwam het hoge woord eruit bij advocaat R. Neijndorff: hij vertrouwt de rechters niet meer.
De gewraakte rechters voelen zich onheus bejegend door de raadsman. "Dat wij hier zouden zitten jokken is een tendentieuze opmerking van de raadsman", aldus voorzitter H. van Gameren van de gewraakte rechters. "We waren met drie rechters en een griffier. Dan zouden vier mensen hebben moeten jokken." De rechters zeggen er niet van op de hoogte te zijn geweest dat advocaat Neijndorff het vermeende slachtoffer later nog als getuige zou willen horen. Neijndorff zou haar met name naar het signalement van de dader willen vragen. Dat zou zinloos worden als ze al vroegtijdig in de rechtszaal de dader zou zien. Daarom vroeg de advocaat aan de gerechtsbode om dat aan de rechters, die nog in hun eigen kamer zaten, te laten weten. "Mocht de bode ons die boodschap hebben overgebracht, dan hadden we ongetwijfels het meisje niet toegelaten", aldus voorzitter Van Gameren.
Dan maar de bode onder ede horen, besloot de wrakingskamer. De bode zei tot drie keer naar de rechters te zijn gegaan om te zeggen dat advocaat Neijndorff bezwaar had tegen de aanwezigheid van het slachtoffer. "De derde keer heb ik verteld dat de advocaat nadrukkelijk bezwaar heeft omdat hij het meisje later zou willen horen over een signalement." Officier van justitie R. de Brouwer zei te begrijpen dat de gang van zaken voor de advocaat 'bijzonder frustrerend' moet zijn. De wrakingskamer doet 'zo snel mogelijk' uitspraak.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.




Sorteer reacties




















