ZUNDERT - Als hij lacht, knijpt hij zijn ogen samen van pret, waardoor de 74-jarige broeder Gerard een ondeugende, jongensachtige uitstraling krijgt.
Zie ook:
Ondertussen komen de verhalen los, het ene na het andere, over zijn nieuwe
scholenproject, de straatmeisjes, het werk op de boerderij, zijn hachelijke
avonturen. Maar ook over het wrede bestaan op Haïti, de verschrikkingen van
de aardschok, en hoe het beeld van de dode vrouw die net aan het bevallen
was, met het kind half uit haar lichaam, nog steeds op zijn netvlies gloeit.
Zijn relaas doorspekt hij veelvuldig met grappen, bijbelse teksten en
ongezouten uitspraken over 'flapdrollen' en 'klootzakken'.
De geestkracht van de boerenzoon uit Huijbergen lijkt immer ongebroken. Zelfs
een allesverwoestende aardbeving, zoals op 12 januari van dit jaar, die aan
tienduizenden Haïtianen het leven kostte, krijgt hem niet klein. "Ik
ben geen paniekerig mens. Het heeft geen zin om lang bij de ellende stil te
staan, je moet verder. Er is werk aan de winkel. Ik ben na de ramp meteen in
actie gekomen; er moest voor onderdak gezorgd worden, voor voedsel."
Hij schenkt thee in de schaduw van oude beuken. In de kloosterhof van abdij
Maria Toevlucht in Zundert hangt de serene, vrome stilte die er altijd
hangt. Een enorm contrast met de chaos en anarchie waar hij vandaan komt,
knikt hij. Haïti is er volgens hem slechter aan toe dan ooit. Het is een
levensgevaarlijk oord, met plunderende bendes, corrupte ambtenaren,
troosteloze tentenkampen, hongerige weeskinderen en heel veel wanhopige
mensen die op de puinhopen weer een bestaan proberen op te bouwen. "Het
is een hel", klinkt het hartgrondig.
Sinds een paar weken is de monnik weer in Zundert, naar huis gehaald door de
abt. Omdat hij aan het einde van zijn krachten was. "Ik was
oververmoeid. Ik kon niet meer slapen en had geen eetlust meer. Ik was
gewoon helemaal op.'' Zo gesloopt was hij, dat hij zijn familie nog niet
heeft gezien. "Die begrijpen dat wel, we kennen elkaar."
Het dagelijkse ritme van het kloosterleven heeft hem snel weer op de been
geholpen. Vijf gebedsoefeningen op een dag en tussendoor werken in de
moestuin. Verschrikkelijk saai, dat wel, lacht hij. "Het is hier een
dooie boel, iedere dag hetzelfde, maar het is heel goed voor je innerlijke
verdieping."
De komende weken gaat hij langs scholen, bedrijven en particulieren om ze te
bedanken voor het geld, dat besteed werd aan wederopbouw van gebouwen,
noodhulp en voedsel, en alle hulpgoederen die het afgelopen halfjaar zijn
ingezameld. Maar liefst twaalf grote containers vol, vertelt hij. Vijf
daarvan zijn al aangekomen, zes zijn er nog op zee en één staat nog in
Antwerpen. "Beroerd is wel dat er ook spullen in zitten die het land
niet in mogen, zoals meubels en tweedehands kleding." Nog erger is dat
hij zo veel steekpenningen moet betalen voordat de transporten gelost mogen
worden. "Jullie zijn allemaal dieven, riep ik een keer tegen de douane,
en toen kreeg ik meteen een revolver tegen mijn hoofd."
Bang is hij niet meer. Als ze hem overhoop schieten, ach, dan is dat maar zo.
Afgelopen maanden werd hij tweemaal beroofd, er werd zelfs op hem geschoten
en één keer probeerden bandieten hem het ravijn in te rijden. Grinnikend: "Mijn
broers zeggen altijd dat ik minstens vijf engelbewaarders heb."
Moedeloos wordt hij eigenlijk nooit, verklaart hij. "De hulpprojecten
draaien magnifiek. Zelfs als ik doodga, blijven die voortbestaan. Daar ben
ik van overtuigd." Zijn inspiratie haalt hij nog steeds uit dat ene,
voor hem zo dierbare boek, de bijbel. En zijn grote voorbeeld is en blijft
de timmermanszoon uit Nazareth. "Net als Jezus ben ik van de hoertjes
en de boertjes. De kunst is om mens te zijn tussen de mensen en in alle
omstandigheden meer mens te worden."
Zaterdag 31 juli is er gelegenheid om broeder Gerard de hand te drukken.
Iedereen is welkom vanaf 14.00 uur in het oudste café van Brabant: In den
Anker, Zundertseweg 35 in Zundert.



Sorteer reacties




















