Heinz Wesselmann met zijn Bredase verloofde, Liesbeth, voor het (verdwenen) pand Prinsenkade 16. Hierin was ook de Handelsmaatschappij Frans van Heijst Hzn gevestigd.
Liesbeth, de Bredase verloofde van soldaat Heinz Wesselman, op een portret van de bekende Bredase fotograaf Anton Henning. Liesbeth, de Bredase verloofde van soldaat Heinz Wesselman, op een portret van de bekende Bredase fotograaf Anton Henning.
Liesbeth tijdens de bezettingsjaren, met haar terriër op de nog hekloze Prinsenkade.
BREDA - Ulrike Hasse-Wesselmann is van Bielefeld (D) naar Breda gereisd. 61 is de Duitse lerares en ze wil niets liever dan haar onbekende Bredase halfbroer ontmoeten.
En hem leren kennen. Voor beiden begint de tijd te dringen.
De onbekende man, zoon van een Duitse militair en diens Bredase verloofde,
moet nu rond de 65 zijn. De man is omgeven door raadsels en slechts half
vertelde verhalen. Zijn halfzuster kent zijn naam niet eens. Dus Ulrike
Hasse begrijpt ook wel dat ze naar een speld in een hooiberg aan het zoeken
is.
Niettemin speurde ze vorig weekeinde met haar man door de Bredase binnenstad.
De afgelopen week stapte ze bij de krant binnen. Voorzien van één scherpe
jeugdherinnering, losse flarden informatie, een fotoalbum en vooral veel
optimisme - tegen beter weten in.
Eén keer heeft ze hem gezien, die naamloze verwant uit Breda. Het moet 1954
zijn geweest.
"Ik was vijf jaar en zat bij mijn oma thuis, in Bielefeld. Mijn vader was
er ook , met een vreemde vrouw. En een jongen, die wat ouder was dan ik. Hij
zal acht of negen zijn geweest. Steeds zat ik maar naar hem te kijken. Ik
vóelde dat er wat was, dat er iets voor me verborgen werd gehouden en dat
het met hém te maken had. Toen stuurde oma mij weg. Ze zei, en ik zal het
nooit vergeten: 'Je hebt 't recht niet om zo naar hem te kijken'. Het recht
niet! Zo gek..."
Jarenlang berustte Ulrike erin dat die naamloze jongen - van wie ze zeker is
dat het haar halfbroer was - een onbekende voor haar bleef. Om haar moeder
te ontzien. De vrouw placht hardnekkig te zwijgen over zowel de oorlog als
haar mans voorechtelijke relatie.
Haar vader, Heinz Wesselmann (1922-2008), bleef daarentegen altijd over zijn
Nederlandse dienstjaren spreken. Al heeft hij kennelijk ook veel verzwegen.
De oorlog zat hem heel hoog.
Vader Wesselmann, die op zijn 17e al het leger inging, was als
Wehrmachtsoldaat bijna geheel de bezetting door in Breda gelegerd. Hij had
hier ook een verloofde, Liesbeth. De vrouw, wier achternaam Heinz in zijn
graf heeft meegenomen, was twee jaar ouder dan hij en woonde
hoogstwaarschijnlijk aan de Prinsenkade 16.
Althans, kiekjes in het meegebrachte fotoalbum - dat Ulrike pas na haar vaders
dood tussen diens spullen vond - lijken ons daar op te wijzen.
Meestal met een terriër, poseert de vrouw veelvuldig voor het pand waarin
sinds 1940 ook de Handelsmaatschappij Frans van Heijst Hzn gevestigd was.
Slechts één - wat onscherp - kiekje toont het verloofde paar. Heinz staat er
zowaar in burger op.
Dat pand, dat een karakteristieke, gebeeldhouwde entree met leeuwenkoppen had,
stond volgens onze naspeuringen op de hoek van de Prinsenkade met de
toenmalige Zoutstraat. Het is zo'n veertig jaar geleden gesloopt, om plaats
te maken voor het langgerekte appartementengebouw op de hoek van de huidige
Adriaan van Bergenstraat.
Een ander fotootje toont de vrouw met een aangelijnde terriër tegen de
achtergrond van het Spanjaardsgat, schuin aan de overkant. Je reinste
Aha-Erlebnis voor de Bredanaar die zo'n plaatje in een buitenlands
familiealbum aantreft.
Een portretfoto van de bekende Bredase fotograaf Anton Henning geeft het
duidelijkste beeld van de vrouw.
Een foto van het kind dat Liesbeth van Heinz Wesselman had, heeft Ulrike niet
kunnen vinden. Het blijft bij de ene, dubbelzinnige aanwijzing die haar
vader haar soms over het geslacht van het buitenechtelijke kind gaf: 'Je
hebt beslist geen zúsje in Nederland'.
Het begint haar intussen steeds duidelijker te worden dat haar vader, die na
zijn diensttijd handelsreiziger werd, een dubbelleven leidde. "Hij was
vaak lang van huis, kon overal en nergens zijn. De eerste tien jaar van zijn
huwelijk met mijn moeder heeft hij niet eens bij ons thuis gewoond. Mogelijk
had hij een tweede gezin. Misschien leefde hij al die tijd nog met Liesbeth
samen."
Beducht voor wraak, had hij de Bredase vrouw al in 1944 naar Bielefeld
gebracht. "Mijn vader wist dat Duitsland de oorlog ging
verliezen.Zoveel was hem wel duidelijk geworden uit de berichtgeving van de
BBC, die hij illegaal beluisterde. Hij voorzag dat, als het eenmaal zover
was, Liesbeth het erg zwaar zou krijgen. Dat had ie goed gezien. Weet u, wij
weten óók wat er hier met moffenmeiden gebeurde.
In Breda is Heinz Wesselmann, die in 1944 naar Arnhem werd gestuurd en daar de
bekende slag meemaakte, blijkbaar nooit meer teruggeweest.
"Angst", weet zijn dochter, "en schaamte. Hij durfde de
Nederlanders niet meer onder ogen te komen." Hij zei weleens: 'Na wat
wij hun in de oorlog hebben aangedaan, durf ik geen Hollander meer in de
ogen te kijken'. Hij had ook vaak heel erge huilbuien. Mijn moeder wilde
daar nooit iets over vertellen."
Hoe lang Liesbeth in Bielefeld is gebleven en wat er van haar en het kind is
geworden, weet Ulrike niet. Een man die een volmaakt dubbelleven leidt, weet
van geheimen bewaren. En Heinz Wesselmann had veel geheimen. Hoe kon hij
tientallen jaren later zo pertinent zeker weten dat Liesbeth dood was?
"Mijn vader leek soms dingen te weten, waarvoor hij geen verklaring gaf.
Bleek ie ineens Liesbeth weer ontmoet te hebben. 'Toevallig op de
Kurfürstendam tegengekomen'. Jawel, de drukste straat van Berlijn."
Maar tegen elke kansberekening in, houdt zijn dochter de hoop dat ze de speld
in de hooiberg kan vinden.
"Misschien zijn er lezers die zich nog iets herinneren, waarmee ik toch
mijn broer kan vinden."
leo.nierse@bndestem.nl






Sorteer reacties




















