Een rekenfout uit 2002 is er de oorzaak van dat de exploitatie van het vorig jaar geopende Graphic Design Museum in Breda leidt tot een financieel 'knelpunt' in 2009.
Zie ook:
De werkelijke kosten zijn 'substantieel hoger', constateren burgemeester en
wethouders in een rapport over het museum. Gevolg: een
exploitatietekort van twee ton per jaar waar nog een oplossing voor moet
worden gevonden.
Volgens het stadsbestuur is het ontbreken van
vergelijkbare musea de belangrijkste reden waarom het fout is gegaan met het
berekenen van de exploitatie. Met andere woorden: nog nooit eerder is een
gebouw als De Beyerd verbouwd tot Museum voor Grafische Vormgeving, dus is
er met de natte vinger een begroting opgesteld. Dat was nodig, omdat het
museum er hoe dan ook moest komen. Het was namelijk al snel onderwerp van
politieke geef-en-neemspelletjes geworden. Destijds speelde natuurlijk óók
de acute vraag wat er moest gebeuren met de aftakelende kunsthal De Beyerd.
De vestiging van een speciaal museum in de Boschstraat voor een kunstvorm die
nog geen eigen onderdak had in Nederland, leek niet eens zo'n gek idee. Goed
voor de uitstraling van Breda en een mooi lokkertje voor internationale
bedrijven. Dat soort concerns vestigt zich graag in plaatsen die culturele
meerwaarde bieden. 'Een interessante toevoeging aan het Nederlandse
cultuurspectrum', werd het project in 1998 al genoemd.
De komst van
het 'grafisch museum' was al snel onvermijdelijk. Goed, de gemeenteraad
stelde nog wel vraagtekens bij de kosten, maar de politici werden bijna
altijd om de oren geslagen met deadlines die moesten worden gehaald, omdat
anders allerlei subsidies zouden worden ingetrokken.
Tegelijkertijd
werd een begroting opgesteld die nu voor een deel op 'wishfull thinking'
blijkt te zijn gebaseerd. Maar ja, het museum moest en zou er komen.
Eventuele tegenvallers werden voor lief genomen in de hoop dat het wel zou
meevallen. Daar zit Breda nu mee.
Maar er kleeft nog een ander, nog
vervelender, aspect aan het natte vingerrekenwerk van het museum. Want wie
garandeert dat de berekeningen van andere projecten wél kloppen?























