Uitbater Tonny van Haperen van rookcafé Victoria in Breda mocht gisteren heel wat keren aan journalisten uitleggen hoe blij hij is met de uitspraak van de rechtbank in Breda. Die sprak hem vrij van het overtreden van het rookverbod. ‘Ík ben in de zevende hemel, net als al mijn collega’s’, aldus de Bredase cafébaas. foto Ron Magielse/het fotoburo
Uitbater Tonny van Haperen wordt gefeliciteerd met de vrijspraak. Foto Ron Magielse/het fotoburo
Arfchieffoto: Na de zitting is het verzamelen in Victoria en gaat het levenslied door de zaak. foto Gerard van Offeren/ het fotoburo
BREDA - De rechtbank in Breda haalt een streep door het rookverbod voor horecaondernemingen zonder personeel. De rechters vinden dat minister Ab Klink van Volksgezondheid de kleine horecazaken discrimineert door hen een algeheel rookverbod op te leggen.
Zie ook:
De rechtbank sprak gisteren rokerscafé Victoria uit Breda vrij van overtreding van het rookverbod. Uitbater Tonny van Haperen is blij: „Ik ben in de zevende hemel, net als al mijn collega’s.”
Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep. Het wil een principiële uitspraak van de hogere rechter.
Horecazaken met personeel kunnen volgens de nu geldende wettelijke regelingen volstaan met maatregelen om hun personeel te vrijwaren van hinder of overlast van rokers. Dat gaat minder ver dan het algehele rookverbod zoals dat vanaf 1 juli 2008 geldt, stelde de rechtbank vast. „Het is niet uit te sluiten dat de zaken met personeel zelfs kunnen volstaan met de installatie van een ventilatiesysteem. Aldus worden zaken met en zonder personeel niet gelijk behandeld.”
Dat komt extra hard aan, omdat kleine zaken vaak niet in staat zijn om aparte rookruimten in te richten. Rokende klanten zullen dan wegblijven en de kleine zaken kunnen daardoor grote omzetverliezen lijden, meent de rechtbank.
Koninklijk Horeca Nederland is ook blij met het vonnis. „Eenmanszaken zijn disproportioneel getroffen door het rookverbod. Dit biedt een oplossing”, zegt een woordvoerder. „Maar wij adviseren onze leden nog niets. Dit is één uitspraak van één rechter. Er komt hoger beroep.”
Volgens het ministerie van Volksgezondheid is er kennelijk sprake van verschillende interpretaties van de regels. Bij de besluitvorming is er juist bewust voor gekozen om álle horecaondernemers gelijk te behandelen. „Wij wilden geen uitzondering maken voor eenmanszaken, om te voorkomen dat die een oneerlijke concurrentiepositie zouden krijgen ten opzichte van zaken met personeel waar niet gerookt mag worden”, aldus een woordvoerder.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.







Sorteer reacties




















