Terwijl docent Kees Stikkers toekijkt, laat Thomas Miegielsen horen waarom hij muziek van Chopin zo mooi vindt. foto Ramon Mangold/het fotoburo
BREDA - "Thomas." In zijn kamer op de Nieuwe Veste buigt pianoleraar Kees Stikkers naar voren, wrijft zich in de handen.
"Thomas is ontegenzeggelijk begaafd", zegt hij dan en aarzelt: "
Maar getalenteerd? Talent is ook het vermogen iets te doen met die begaafdheid.
" En Thomas? Tja, Thomas Miegielsen is een jongen van dertien. En
jongens van dertien hebben meer te doen dan louter pianospelen. Dus oefent
hij dagelijks net drie kwartier. Veel te kort, oordeelt zijn docent. Twee
uur studeren per dag. Dat benadert het ideaal.
Toch was het Thomas
die zondag bij het Prinses Christina Concours een prijs in de wacht sleepte.
En opnieuw omdat hij de beste vertolking gaf van het werk van een
Nederlandse componist: Léon Orthel. Enige tijd geleden leverde diens 'Eerste
Sonatine' Thomas thuis in Breda al een Jan de Breetprijs op. Waarom? Thomas
gaat achter de vleugel zitten, strekt zijn handen en speelt. Prachtig.
Thomas is blij met zijn prijzen. "Het is een hele eer." Maar nog
verheugder is hij met de juryrapporten. "Eigenlijk zijn die voor mij de
belangrijkste reden om mee te doen aan concoursen. Het zijn anderen dan je
eigen docent die je werk beoordelen en dat vastleggen in een rapport. Er
staan adviezen in waarmee ik verder kan komen, me verder kan ontwikkelen."
Dat klinkt allemaal gedreven, ambitieus. Thomas houdt ook van de
piano, absoluut. Acht jaar geleden sloeg hij zijn eerste noot aan, in razend
tempo werkte hij zich door de beginnersboeken heen, om uiteindelijk uit te
komen bij dat wat hij echt mooi vindt: Bach, Satie, Chopin. Thomas begint
iets van Chopin te spelen, legt uit: "Het is muziek met hele mooie
klanken. Er is een goede balans tussen hard en zacht. Je kunt er je gevoel
goed in kwijt." Dat geldt overigens voor veel klassieke muziek, vindt
Thomas. Natuurlijk, hij luistert wel naar pop, kent de hitjes, maar zegt: "
Als ik een popliedje hoor, verveelt het me na twee weken, terwijl ik maanden
hetzelfde klassieke stuk kan spelen, zonder dat ik er genoeg van krijg. Dat
is voor mij het verschil."
Hij houdt van de muziek, dat
blijkt, maar toch. "Toch vind ik het ook leuk om met grafische
vormgeving bezig te zijn, en met kunst, met zo veel eigenlijk. Dus echt een
carrière op het concertpodium? Altijd studeren? Ik weet het niet, eerder zie
ik mezelf als pianoleraar. Dan houd ik nog tijd over."























