Koning-stadhouder Willem III is (sinds 1921) de enige Oranje Nassau met een standbeeld in Breda. foto Stadsarchief Breda
Koning-stadhouder Willem III is (sinds 1921) de enige Oranje Nassau met een standbeeld in Breda.foto Stadsarchief Breda
Willem van Oranje (1533-'84) is de zesde Bredase graaf van Nassau. Hij droeg weliswaar ook een Franse prinsentitel – van een gebiedje waar hij nooit is geweest – maar als edelman was hij een telg uit het Duits-Nederlandse adelsgeslacht dat Breda in de 15e eeuw tot zijn glorieuze hofstad maakte.
De Duitse Nassaubezittingen zijn menigmaal vanuit Breda bestierd. En een in
Duitsland geboren gravenzoon als Hendrik III kon een Bredase Nassau
(Engelbrecht II) als heer van Breda opvolgen. Willem maakte precies
diezelfde gang in 1544. Als Nederlands edelman begon zijn leven dus in
Breda, waar hij tot eind 1549 op het Kasteel woonde. Net als zijn oom
Hendrik III en diens zoon René van Châlon – Willems neef en erflater –
bereidde de jonge Duitser zich daar voor op zijn latere bestaan als edelman.
Daarna verkaste hij naar Brussel om, ook net als zij, tot Habsburgs hofedele
te worden opgeleid. Die functie bracht voor vier van de zes Bredase Nassaus
veelvuldige en langdurige uithuizigheid met zich. Hendrik III, die Breda
ingrijpend veranderde, verbleef ook niet vaak op het Kasteel; hij woonde
zelfs acht jaar lang onafgebroken in Spanje. Willem keerde al binnen twee
jaar naar Breda terug, als getrouwd man. Door zijn aanvankelijke baan als
legeraanvoerder verbleef hij hier alleen 's winters, totdat hij zich in 1555
als diplomaat in Brussel vestigde. De Bredase Nassaus bezaten daar al vele
generaties lang een herenhuis, terwijl Engelbrecht II – die hoogstzelden in
Breda was – en zijn neef Hendrik III er een kast van een kasteel bewoonden.
Daar kon Willem leuk terecht, terwijl zijn gezin op het Bredase Kasteel
bleef wonen. Met zijn tweede vrouw verbleef Willem van 1561-'67
episodegewijs in Breda, Antwerpen – waar hij burggraaf was – en Brussel.
Toen de prinselijke Nassaugraaf zich steeds meer als de leider van de
Opstand tegen Spanje profileerde, werd het Bredase Nassaukasteel een
broeinest van hoogadellijk verzet tegen de Spaanse koning. Willem schreef er
spraakmakende stukken als zijn historische redevoering in de Raad van State
(1555) en werkte er anoniem mee aan het Smeekschrift der Edelen (1566). Nog
tot twee maanden vóór zijn vlucht voor Alva in april 1567, beraadslaagde hij
er met andere adellijke opstandelingen. Vanuit Antwerpen vluchtte Willem via
Breda naar de Dillenburg. Na Alva's vertrek als landvoogd, ontving hij in
1574 diens opvolger Requesens op het Kasteel voor (vergeefse)
vredesbesprekingen. Ondanks zijn veelvuldige uitstedigheid, bleef Willem de
Zwijger toch steeds naar Breda terugkeren. In 1579 is hij, voorzover mij
bekend, voor het laatst in de stad gesignaleerd. Niettegenstaande zijn
leidersrol in de nationale Opstand, staat deze Oranje dus nog middenin de
Bredase Nassautraditie. Ook zijn Duitse familieleden zagen dat zo. Het waren
pas Willems kinderen die van hun Duitse neven de bijnaam de Oranjes kregen.
Je zou bijna zeggen, zo'n man verdient een standbeeld – net als zijn vijf
voorgangers trouwens. Maar het is de Bredase bestuurderen nog niet gelukt,
in Willem van Oranje een Bredase Nassaugraaf te herkennen. Vooralsnog is
Willems achterkleinzoon, koning-stadhouder Willem III, het enige familielid
met een standbeeld in de stad. Maar het is een begin...
Reacties?
leo.nierse@bndestem.nl
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.







Sorteer reacties




















