vrijdag 25 april 2008 | 07:58 | Laatst bijgewerkt op:
vrijdag 25 april 2008 | 08:00
Op welk Bredaas terras kunnen deze Duitse soldaten op 15 mei 1940 gefotografeerd zijn, en door wie? foto NIOD-Beeldbank WO2
Engelbrecht II van Nassau - die superzinnelijke heer van Breda die ook zo graag ridderromans las (zie afl. 18 april) - kwam uit een behoorlijk vroom nest.
Dat aardse had de graaf zeker niet van zijn moeder. Maria van Loon en Heinsberg was een godvruchtige vrouw die drie kloosters stichtte. Haar invloed op echtgenoot Jan IV van Nassau moet van invloed zijn geweest op diens besluit in maart 1449 het Sacrament van Niervaert naar de Grote Kerk over te brengen. Waarmee hij Breda in het centrum van de regionale mirakeldevotie plaatste en een jarenlang aanhoudende, zeer profijtelijke pelgrimsstroom naar zijn stad op gang bracht. Denkelijk had Jan IV allereerst oog voor de onmiskenbare economische voordelen, toen hij de bedevaartsplaats Breda creëerde. Maria moet veeleer religieuze aspiraties hebben gekoesterd. Zo inspireerde zij haar echtgenoot ook tot de kloosterhervorming van Catharinadal, waar het rond het midden van de 15e eeuw niet devoot genoeg toeging. Blijkens de historische bronnen, staat Maria's vroomheid buiten kijf en ook haar boekenbezit wijst daarop. Dat brengt ons terug bij het onderwerp van vorige week, de Nassaubibliotheek. Daarover valt veel te vertellen, maar laat ik me vandaag beperken tot de boeken van Jan en Maria. Zij waren dan ook de - bescheiden - grondleggers van die fameuze bibliotheek, die deels tijdens de Tachtigjarige Oorlog, deels na de dood van Johan Willem Friso over heel Europa verspreid raakte. De grafelijke echtelieden lazen, in tegenstelling tot hun Frans georiënteerde zoon Engelbrecht, vooral Duits- en Nederlandstalige handschriften. Jan bezat een Lancelot-compilatie (koning Arthur en de Tafelronde), wat strookte met de adellijke voorkeur van die dagen voor Hoofse literatuur. Ook het Haagse Liederenhandschrift - eveneens een nog altijd cruciale bron van Middelnederlandse literatuur - had hij op de plank staan. Maria schafte vooral geestelijke lectuur aan: bijbels, psalm- en prekenbundels, biecht- en gebedenboeken. Die stichtelijke inbreng in de kasteelbibliotheek móet wel van haar zijn, gezien de bijzondere signering. In die weinig geëmancipeerde tijden was het namelijk allerminst gebruikelijk dat vrouwen hun naam in boeken plaatsten - het idee, zeg. Enkel hun wettelijke 'heer en gebieder' merkte het echtelijk bezit met zijn naam. Maar in die religieuze titels uit de 15e-eeuwse Nassaucollectie staan steevast de handtekeningen van Jan én Maria. Bekend is dat de gravin ook zelf - hoe uitzonderlijk - opdracht tot het kopiëren van handschriften verstrekte. Wat trouwens niet wil zeggen dat het Nassaupaar ook geen tweedehands boeken aanschafte; maar daarbij ging het in die periode van vóór de boekdrukkunst niet bepaald om koopjes. De kostbaarste titel die van hen bewaard bleef, is een Historienbibel van de Elzasser kalligraaf Diebold Lauber uit 1440-'45. Die ligt (net zomin als de meeste resterende Nassau-exemplaren) niet in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, maar in die van Kopenhagen.
Oproep. Via de gloednieuwe site
www.beeldbank.nl kwam jl. woensdag bovenstaande, niet eerder gepubliceerde foto in BN/DeStem. Welke lezer kan er nader licht op werpen?
- Reacties:
leo.nierse@bndestem.nl
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.