De paoters van het Kielegats Taole Instituut geven in 2010 een lesje Bredaos in een bomvolle Grote Kerk. archieffoto René Schotanus/het fotoburo
Carnaval is een feest van tradities. Sommige daarvan gaan al heel lang mee, andere zijn jonger.
Zie ook:
BN DeStem-verslaggever Corné Luyken, zelf begenadigd vierder, gaat in de serie Carnaval Verklaard op zoek naar de verklaring voor een aantal leutgewoonten in Breda. Het carnavalsmotto van ut Kielegat is volslagen koeterwaals voor iedereen die niet uit Brabant komt. K'ebb'ut licht gezien roepen ze de komende dagen op de Grote Markt. K'ebb'ut? Er is geen Rotterdammer te vinden die bij benadering begrijpt wat hier wordt bedoeld.
De BCV, die het Bredase carnaval in grote lijnen organiseert, is trots op het laagdrempelige carnavalsfeest in ut Kielegat. Toch presenteert Prins Carnaval ieder jaar een motto dat de bovenslootse bezoekers onmogelijk kunnen uitspreken. "Dat is geen kwade opzet. Het is meer een kwestie van koesteren. Wij zijn zuinig op onze tradities en één daarvan is een plat Bredaas carnavalsmotto", zegt Frans van den Broek, die met zijn commissie de motto's van de BCV bedenkt.
Dialect en carnaval horen bij elkaar. Kijk maar naar de leuzen in de optocht. Er is geen deelnemer die het Groene Boekje hanteert. Ook in de kroegen wordt tijdens het carnaval ongebruikelijk veel dialect gesproken. Mensen, die het hele jaar op vocaal gebied algemeen beschaafd lopen te zijn, bezigen tijdens het carnaval plotseling de platte spreektaal van hun voorouders.
Deze taalkundige metarmorfose wordt versterkt door twee zelfbenoemde paoters. Terrepetijn en Sjaggerijn staan sinds 1982 aan het hoofd van het Kielegats Taole Instituut, waarmee de twee sindsdien een zeer populaire Cursus Bredaos verzorgen.
Volgens paoter Theo (Sjaggerijn) Borghouts spreken mensen sowieso graag in hun eigen dialect, maar wordt dit uit algemene beschaafdheid zelden gedaan. "Met carnaval laten veel mensen die schroom na een paar glazen bier van zich afvallen." Omdat het carnaval hoofdzakelijk wordt gevierd door stads- en streekgenoten, komt het dialect tijdens de feestdagen volkomen tot zijn recht, meent Borghouts.
Voor de paoters is het carnaval een belangrijke bron van inspiratie. "Dialectsprekers zoals wij, zijn een uitstervend ras. Het echte Bredaos hoor je alleen nog in het bejaardentehuis en tijdens het carnaval. Daarom spitsen wij de komende dagen onze oortjes."
Van den Broek is niet van plan om de boven-Moerdijkers tegemoet te komen met een keurig Nederlands carnavalsmotto. "Wij moeten ons niet aanpassen, zij moeten zich aanpassen aan onze tradities", zegt hij ferm. Van den Broek heeft wel een tip. "Als je het motto niet begrijpt, spreek het dan uit. Dialect wordt fonetisch opgeschreven, dat moet dus lukken. Klanken zijn in dit geval heel verhelderend."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.



Sorteer reacties




















