De Laarhovense hoeve uit 1710 staat al drie eeuwen overeind. Het huidige adres is Seminarieweg 26. Het sterk gelijkende buurpand (op de plaats van het huidige nr. 26) werd door Van Campen in de as gelegd.
Het type pijnbank waarop Adriaan van Campen is geradbraakt. Extra langzaam werden alle beenderen in zijn lijf met ijzeren staven stukgeslagen.
De Bredase drossaard Benjamin baron Van der Borch was een van de ondertekenaars van het vonnis.
Op de lessenaar: het eerste en laatste vel van het 18 pagina's tellende doodvonnis. Aan het wand: het beulszwaard. In de hoek: het deurtje van de vierschaar. Alle bruiklenen van Breda's Museum. foto Ron Magielse/het fotoburo
Het (enige) portret van Van Campen is van drie dagen voor z'n dood.
BREDA - Eerst is hem de rechterhand afgehakt. Toen is hij langdurig geradbraakt. Ten slotte is ie onthoofd. Hoofd en hand zijn op een staak tentoongesteld. Zijn lijf is opgestookt.
Adriaan van Campen staat te boek als de beruchtste misdadiger in de Bredase stadshistorie. Vrijwel iedere Bredanaar kent in grote lijnen het verhaal - of toch op z'n minst de naam - van de afperser die met zijn brandbrieven de 18e-eeuwse Baronie van Breda jarenlang d'n duvel aandeed. Waarna hij op zaterdag 17 april 1787 in duizend pijnen op de Grote Markt stierf.
Van Campen is ook de laatste man die in Breda gerechtelijk ter dood is gebracht. Dat alleen zal al aan zijn beruchtheid hebben bijgedragen. Anderhalf eeuw of langer zijn op de Grote Markt doodvonnissen publiekelijk aan booswichten voltrokken en zachtzinnig gebeurde dat nooit.
Maar de laatste in die lange reeks is het scherpst in de herinnering gebleven. Omdat die er - allereerst bij Van Campen zelf - zo ongenadig hard inhakte. Maar meer nog omdat in deze contreien een crimineel zelden zo massaal was gevreesd en gehaat als de brandbrievenlegger uit Dorst.
Daarbij is, in tegenstelling tot veruit de meeste zo niet alle geëxecuteerden, een eigentijds portret van Van Campen overgeleverd. Dat gaf het kwaad zijn gezicht. Het werd gemaakt bij zijn veroordeling op 14 april '87 in het stadhuis aan de Grote Markt en is getekend door de zoon van Cs Haack, de onderschout die de booswicht had gevangen.
Behalve dat portret is ook een pijnlijk getrouw ooggetuigeverslag bewaard gebleven waarin elke kreet van de veroordeelde nauwkeurig is opgetekend. Opdat Breda niet zou vergeten?
Nee, omdat Breda niet wílde vergeten, maar zich zo lang mogelijk aan 's mans wettig lijden wilde verlustigen. Want de publieke instant bevrediging van een zo lang mogelijk gerekte marteling was nóg te kort om écht van te genieten.
225 jaar na dato wordt van de boosaardige werken van Adriaan van Campen en zijn gerechte straf nog steeds verhaald. Het lugubere jubileum is de aanleiding voor een boekuitgave en een expositie.
Het boek, geschreven door Bredanaar Karel van Campen, een 80-jarige nazaat van het historisch geboefte, verschijnt op 12 maart bij Van Kemenade & Hollaers.
De expositie, samengesteld uit eigen materiaal en bruiklenen van Breda's Museum, opent zondagmiddag al in heemkundig museum Paulus van Daesdonck in Ulvenhout (Pennendijk 1).
De betrokkenheid van de heemkundekring is snel te verklaren. De club richt zich helemaal op het gebied van de vroegere gemeente Ginneken en Bavel - zelfstandig tot 1942 - en op dat uitgestrekte gebied pleegde de boerenknecht uit Dorst zijn misdaden. (De expositie toont onder meer een overzichtskaart van Van Campens 'werkgebied' met bijbehorend beeldmateriaal én een aantal brandbrieven).
Zo'n negentig rijke streekgenoten in Bavel, Ulvenhout, Dorst en Dongen - doorgaans boeren - ontvingen een anonieme brief waarvan de inhoud zich indertijd bondig liet samenvatten als (geld) brengen of branden.
Anders gezegd: Adriaan van Campen joeg zijn slachtoffers op kosten - of anders de brand in hun woning. De rest van de streek joeg hij de stuipen op het lijf. Want hoewel hij zijn dreigement slechts vijfmaal uitvoerde, overtrof het totale aantal slachtoffers van zijn daden vele malen het aantal geadresseerden. Ruim zestien jaar lang hing een inktzwarte wolk van verzenuwde angst boven het platteland rondom de Baroniestad. Ziedaar het motief voor de publieke wraakzucht
Maar wraak loopt als een rode lijn door het héle verhaal heen. Adriaan was op 24 februari 1746 in Turnhout geboren als het onwettige kind van de Baarlese schout Peter Aart van Camp, een weduwnaar, en diens 32-jarige meid Jacomijna Willemse. Zoveel blijkt uit een oudere publicatie van Karel van Campen.
Een kwart eeuw na dato - Jacomijna was na een 'nette' verbintenis intussen weduwe van een Ginnekenaar - bewoonde Adriaans moeder een huisje in het toenmalige Ginnekense gehucht Ulvenhout dat zij huurde van de rijke brouwersweduwe Leenaars uit Bavel. Het zal in 1770 zijn geweest, toen de rijke weduwe de arme weduwe een bikkelhard voorstel deed: het woninkje kopen of opkrassen.
Jacomijna had geen geld. Haar verontwaardigde zoon zon op een manier om wraak te nemen. Die vond hij. De weduwe Leenaars kreeg Adriaan van Campens eerste brandbrief. Ze zwichtte en betaalde. Uit die zoete wraak werd Van Campens criminele bijverdienste geboren. Hij had thuis negen monden te voeden, zat altijd krap bij kas en op deze manier kwam geld makkelijk binnen...
Rijk is Adriaan van Campen van zijn afpersingen niet geworden. Dodelijke slachtoffers heeft hij er niet mee gemaakt. En nadat hij - door een domme verspreking - eindelijk was opgepakt, legde hij een volledige bekentenis af. Voor een moderne rechtbank zouden dat verzachtende omstandigheden zijn, maar de 18e-eeuwse justitie zat anders in elkaar. En de volkse wraaklust accepteerde geen wisselgeld, maar eiste het volle pond.
En afgerekend werd er.
Jonkvrouw Hanneke Prisse van de Hondsdonk, Karel van Campen en kringvoorzitter Gerard Oomen hebben ieder voor zich historische (familie)banden met het verhaal. Zij openen zondag de expositie.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.




























