Geen grote spandoeken of schreeuwende massa's gisteren op het station in Eindhoven tijdens de eerste regionale actiedag van de schoonmaaksector. Slechts een handjevol schoonmakers - allen werkzaam op het Eindhovense station - tekende een petitie. foto Ton van de Meulenhof/ED
De Arbeidsinspectie repte in een rapport uit 2009 van het 'fysiek zware werk, de lastige werktijden en de lage status' die bij het beroep horen.
Geen wonder dat de schoonmakers in 2010 in opstand kwamen. Tijdens de langste Nederlandse staking sinds de jaren '30 dwongen zij een loonsverhoging van ruim drie procent af. Bovendien zouden werkgevers in de schoonmaakbranche zorgen voor meer opleidingen voor hun personeel, onder andere in de vorm van taalcursussen voor de vele schoonmakers van allochtone afkomst.
Nog geen twee jaar later klimmen de schoonmakers opnieuw op de barricades. Gisteren klonk het startschot voor een serie estafette-acties. De in 2010 zo zwaar bevochten cao is afgelopen. De onderhandelingen over een nieuwe cao liepen vast, nadat de werkgevers in de branche een bundel met eisen van de FNV afwezen.
Wat willen de schoonmakers anno 2012? 'Doodnormale dingen', stelt de vakbond. Op de FNV-site licht Khadija Tahiri, voorzitter van de Vakbond van Schoonmakers, toe wat haar beroepsgroep wil bereiken. Doorbetaling van salaris bij ziekte, bijvoorbeeld; nu krijgen schoonmakers de eerste twee dagen van een ziekbed geen geld. En: "Genoeg tijd om ons werk te kunnen doen. Een respectvolle behandeling. Voor de meeste mensen in Nederland de normaalste zaak van de wereld, en wij gaan dat nu ook afdwingen."
Niet als het aan de werkgevers ligt, overigens. Volgens een woordvoerster van de OSB, de belangenvereniging van werkgevers in de schoonmaak- en glazenwassersbranche, loopt de FNV voor de muziek uit. "Wij vinden ook dat er iets moet gebeuren aan de hoge werkdruk. Daarom hebben we vorig jaar een code ingesteld, samen met een aantal partners - waaronder de vakbond. Die Code Verantwoord Marktgedrag moet er voor zorgen dat bij aanbestedingen niet alleen naar geld wordt gekeken, maar ook naar wat afspraken betekenen voor mensen op de werkvloer. De code vraagt een gedragsverandering van alle betrokkenen. Zoiets heeft tijd nodig. Maar de vakbond slaat een half jaar na de introductie van de code al weer met de vuist op tafel."
De OSB bood tijdens de onderhandelingen over een nieuwe cao een loonsverhoging van twee procent - een procent minder dan geëist. De werkgevers boden aan een quotum in te stellen voor het aantal opleidingen per jaar: een dode mus, vindt de vakbond, want die opleidingen zijn in 2010 ook al beloofd maar sindsdien nauwelijks aangeboden.
Ook het aanbod te komen tot een 'goede oplossing' voor een reiskostenvergoeding (die krijgen de meeste schoonmakers nu niet) stemde de FNV niet tevreden. 'Na al die jaren waarin schoonmakers tegen een van de laagste uurlonen in Nederland steeds harder moesten werken, willen zij respect, erkenning, genoegdoening. Begrijpelijk.'
Maar de OSB vraagt ook begrip voor de positie van de werkgevers. "Zij verkeren niet in een luxe positie. De markt krimpt, maar het aantal aanbieders blijft gelijk."
Dat concludeerde de Arbeidsinspectie eerder ook: de concurrentie in de schoonmaakbranche is groot, dus staan prijzen en marges onder druk. Personeelskosten vormen bij de meeste schoonmaakbedrijven zo'n tweederde van de kosten. "Daar zit spanning."
Bedrijven in een steeds krappere markt moeten hun diensten steeds scherper prijzen. "Dat beperkt de ruimte die werkgevers in deze cao-onderhandelingen hebben."






Sorteer reacties




















