Kees van Gemert traint op het Zwanenmeer in Willemstad voor de Elfstedentocht. 'foto Robert van der Berge/het fotoburo
De weersverwachting ziet er goed uit. Hij is ingeloot. 2012 kan zomaar het jaar zijn waarin hij zijn eerste Elfstedentocht schaatst. De Elfstedenkoorts loopt ook in West-Brabant op. Wie voor 1997 lid werd van de Koninklijke Vereniging de Friesche Elf Steden heeft startrecht.
Startbewijs
Meer recente leden worden om het jaar 'ingeloot'. Schaatsers met startbewijs checken hun materiaal, trainen veel en houden het weerbericht scherp in de gaten. Hoe lager de temperatuur, des te hoger de verwachtingen. Voormalig wedstrijdrijder Louis Vromans (72) uit Roosendaal noemt de Elfstedentocht verslavend.
Hij reed mee in '86 en '97. "Het geluid, het gevoel, de mensen langs de kant, de witte vlakte tussen de stadjes. Onvoorstelbaar voor wie het nooit ervaren heeft." Vromans noemt zichzelf 'verrekte goed getraind'. Als de tocht doorgaat, is hij er weer bij.
Trabantje
Zo ook Jo Jansen (73) uit Raamsdonk, die de tocht in '85, '86 en '97 reed. Als zijn geleende Trabantje het niet had begeven, was Jansen er zelfs in '63 al bij geweest. Verlopen zijn oefenrondjes deze week naar wens, dan meldt Jansen zich weer aan de start als er een tocht komt. De Elfstedentocht is als een knappe meid in de kroeg, zegt Jansen: "Eén blik en je bent verkocht. Zodra je op het ijs staat, valt alles van je af. Blik op oneindig en blijven rijden."
Zelf was hij dertig jaar ijsmeester in Geertruidenberg. "Het is nu volle maan: als het dan wintert, blijft het in de regel lang winteren. Bij temperaturen van min vijf groeit het ijs per nacht anderhalve tot twee centimeter aan - maar alléén als er geen sneeuw op ligt. Als ze in Friesland de sneeuw van het ijs krijgen, komt het goed."
Ook Willemstadter Kees van Gemert kan niet wachten. Zijn conditie is goed, een slaapplaats al geregeld. „Als het zover komt, kunnen alleen materiaalpech of een valpartij nog roet in het eten gooien. Als je er aan begint, ga je tot het uiterste.”
Niet ingeloot
Van Gemerts schaatsmaatje Wim Dambruin (51, Willemstad) werd dit seizoen níet ingeloot. „Maar ik heb het in 1997 al eens meegemaakt. Daardoor zou ik het kunnen accepteren als de tocht doorgaat en ik niet meedoe.” Al zal hij wel de pest in hebben. Want de tocht is ‘fantastisch’. Dambruin: „Je ziet de wereld vanaf het ijs zoals je hem normaal nooit ziet - het is een beetje magie. En dan schaatsen, urenlang: bijna ballet. Een dansende, zwevende beweging, evenwichtskunst. De Elfstedentocht maakt iets los dat je niet uit kunt leggen.”
Eerst ijs zien en dan geloven, zegt Harry Bakker uit Terheijden, raadslid in de gemeente Drimmelen. Ook hij mag starten als het ‘it giet oan’ klinkt. Het zou zijn tweede keer zijn. Bakker deed in 1997 een uur of vijftien, zestien over de tocht. „Ik heb daarna pas leren schaatsen. Ik had helemaal geen techniek.” Je moet vooral wíllen, zegt Bakker: „Doorzettingsvermogen is belangrijk. Je ziet mensen vallen, hun heup breken, bloed op het ijs. De vorige keer moest ik voor het ene na het andere bruggetje bukken. Iemand waarschuwde me op net op tijd voor een stalen biels: ik was bijna onthoofd.”
Toch schaatste hij door. „Het is uniek dat je het mee mag maken. Heel Nederland kijkt naar Friesland, en daar mogen maar zestienduizend mensen het ijs op. De voorpret alleen al! De weermannen, de statistieken, de spanning. Of het ijs aangroeit, daar doe je niks aan. Je kunt alleen zorgen dat je er zelf klaar voor bent.”
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.



Sorteer reacties




















