article
1.6054873
Aalscholvers zijn dol op ansjovis. De weervissers uit Bergen op Zoom hebben hun handen vol aan deze concurrenten. Als Henk van Schilt niet aan het vissen is, doet hij dienst als levende vogelverschrikker. Urenlang zit hij in zijn bootje, dichtbij de visfuik, enkele kilometers uit de kust van de Oesterdam bij Tholen.
Natuurlijk Brabant!: Aalscholvers azen op ansjovis
Aalscholvers zijn dol op ansjovis. De weervissers uit Bergen op Zoom hebben hun handen vol aan deze concurrenten. Als Henk van Schilt niet aan het vissen is, doet hij dienst als levende vogelverschrikker. Urenlang zit hij in zijn bootje, dichtbij de visfuik, enkele kilometers uit de kust van de Oesterdam bij Tholen.
http://www.bndestem.nl/regio/brabant/natuurlijk-brabant-aalscholvers-azen-op-ansjovis-1.6054873
2016-05-28T07:00:00+0000
http://www.bndestem.nl/polopoly_fs/1.6054904.1464353909!image/image-6054904.JPG
Nederland,Fauna,Flora,natuurlijkriet,natuurlijkbrabant,hermes
Brabant
Home / Regio / Brabant / Natuurlijk Brabant!: Aalscholvers azen op ansjovis

Natuurlijk Brabant!: Aalscholvers azen op ansjovis

Foto's
2
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      Eenzame aalschover op de houten staken van de anjsovisfuik
      Fotograaf
    • Aalscholver
      Titel
      Aalscholver
      Beschrijving
      Aalscholver droogt zijn vleugels
      Fotograaf
      Locatie
      Kanaal door Walcheren ter hoogte van de draaibrug bij Souburg
    Aalscholvers zijn dol op ansjovis. De weervissers uit Bergen op Zoom hebben hun handen vol aan deze concurrenten. Als Henk van Schilt niet aan het vissen is, doet hij dienst als levende vogelverschrikker.
    Urenlang zit hij in zijn bootje, dichtbij de visfuik, enkele kilometers uit de kust van de Oesterdam bij Tholen.

    Hij verjaagt vooral aalscholvers. De zwarte vogels azen op zijn kostwinning, de Bergse ansjovis. Het kleine, blauwzilveren visje is in het voorjaar een geliefde lekkernij bij de plaatselijke bevolking, net als asperges en aardbeien. Ook aalscholvers zijn er dol op. Als eentje zich in de buurt van de netten waagt, klapt de visser met zijn handen. Meer is niet nodig, zegt hij. Zijn aanwezigheid is voldoende om de schuwe vogels op een afstand te houden.

    Vroeger hadden de ansjovisvissers een geweer bij zich, om alle ‘visdieven’ af te schieten. Zelfs zeehonden waren doelwit. Maar sinds de Oosterschelde een erkend natuurgebied is, en vogels en zoogdieren beschermd zijn, mag dat niet meer. Het aantal aalscholvers is daardoor de afgelopen jaren explosief gestegen. De enige natuurlijke vijand van de viseters is de zee-arend, maar die jaagt (nog) niet op de Oosterschelde.

    Van Schilt blijft er laconiek onder. Hij is gewend om met de grillen van de natuur te leven. En op zo’n mooie, zonnige dag als deze hoor je hem niet klagen. Het is tien uur in de ochtend en hoogtij. Pas als het water tot één meter is gezakt, kan hij zijn netten binnenhalen.
    Van Schilt is een van de laatste ‘weervissers’ in ons land. Hij maakt deel uit van de enige vissersfamilie uit Bergen op Zoom die nog op Zeeuwse ansjovis vist. Weervisserij is een eeuwenoude, eenvoudige vismethode. Een ‘weer’ bestaat uit 5.000 meterslange houten staken, die in een v-vorm in het water staan. Daaraan zijn fijnmazige netten genageld. Door de stroming in zee worden de vissen als het ware de enorme fuik in gedirigeerd.

    Maar geen vis is zo onvoorspelbaar en wispelturig als ansjovis. Het ene moment zwemmen er duizenden in de val, het andere moment nog geen handvol. Waar dat aan ligt? Van Schilt trekt zijn gezicht in een vraagteken. Het heeft te maken met de windrichting, de zeestromingen en de watertemperatuur, maar het fijne weet niemand. Ondanks wetenschappelijke onderzoeken blijft het gedrag van de trekvis een raadsel.

    Wel bekend is dat grote scholen in het voorjaar vanuit Zuid-Engeland de zee oversteken om te paaien in baaien en inhammen langs de Europese kust. Om te kunnen voortplanten, hebben ansjovis ondiep en warm water nodig. Het warmere, oostelijke deel van de Oosterschelde, met de vele zandplaten, is niet alleen een geschikt paaigebied, maar ook een goede kraamkamer voor de visjes. Echter, sinds de aanleg van de Oesterdam, zijn er nog maar weinig paaiplaatsen overgebleven. Vroeger stonden er dertig ‘weren’ in zee, nu nog maar drie. Vergeleken met vroeger, trekt er nog maar weinig ansjovis naar de Zeeuwse delta.

    Tegen elven is het laagtij. Van Schilt en zijn collega laten zich, gestoken in een leren waadpak, in het water zakken. Het wateroppervlak krioelt van ontelbare, piepkleine spierinkjes. De mannen lopen de fuik in en trekken langzaam de netten binnen. Met een schepnet wordt de vangst op het dek gegooid. De buit valt echter zwaar tegen. Op de planken happen een paar makrelen, gepen en panharingen naar adem.

    Er zitten ook krabben bij, en veel kleine kwallen, doorzichtig als glazen knikkers. Maar geen ansjovis deze keer. Niet eentje. Niet alleen de aalscholvers, maar ook de vissers moeten met lege handen naar huis.

    Meer info: behoudweervisserij.nl