Jacques Le Jeune bedacht een plan om de wederopbouw van Bergen op Zoom te financieren, na de dramatische val in 1747. Zijn afbeelding is in het Markiezenhof te zien.
Nederland lijkt inzamelmoe. Het duurde immers nogal lang voordat er een landelijke actie op touw werd gezet voor de miljoenen Pakistani die door een overstroming zijn getroffen.
Wie denkt dat acties een modern tijdverschijnsel zijn, kunnen wij snel uit de
droom helpen. Zo'n 250 jaar geleden werd al op landelijk niveau
gecollecteerd. Voor…jawel, zielige Bergenaren! In 1748, een jaar nadat de
onneembaar geachte vestingstad in Franse handen viel, werd een nationale
collecte voor de stad gehouden. In eerste instantie om de verwoeste kerken
in Bergen (en Sas van Gent, dat ook gevallen was) te herstellen, maar ook om
de bevolking te ondersteunen met eerste levensbehoeften, simpelweg noodhulp
dus. De huis-aan-huiscollecte leverde alleen al in de twintig grootste
steden van de Republiek 200.000 gulden op (nu: 4.470.393
euro).
"Die hoge opbrengst geeft vooral aan dat de impact van de val van Bergen
op Zoom in het hele land enorm groot was", zegt stadshistoricus Yolande
Kortlever. "Voor zoiets ergs als de verwoesting van zo'n supersterke
vesting wilden de mensen best in de beurs tasten."
Voor de wederopbouw van de ex-Pucelle werd bovendien een fonds in het leven
geroepen. De schuld van de stad bedroeg bijna 300.000 gulden, zo valt te
lezen in Geloof kan Bergen verzetten van Charles de Mooij. Daarnaast was er
een schade aan honderden particuliere woningen van zo'n 700.000 gulden.
Het was de plaatselijke substituut-ontvanger Jacques Le Jeune die een plan
bedacht hoe de wederopbouw gefinancierd kon worden. De stadshistoricus
omschrijft hem als 'een handige man' die postmeester was in Steenbergen en
'altijd veel geld verdiend heeft aan het postvervoer tussen West-Brabant en
Zeeland'. De kern van zijn plan was een rentevrije lening van de
Staten-Generaal aan de verarmde stad en haar inwoners. "Je moet je
voorstellen dat na een bombardement van twee maanden een groot deel van de
stad in puin lag en dat de mensen die niet dood of gevlucht waren niks
bezaten."





















