Rob van Engelen: 'De Manderssluis is te klein en te traag voor al die jachtjes en beroepsvaart die er door moet'. foto's Jan van Zuilen
"We hebben op zich niks tegen de verzilting van het Volkerak, sterker nog voor de pleziervaart wordt het er alleen maar leuker op. Varen leer je op zoet en varen doe je op zout, geldt in de pleziervaart, maar als de sluis permanent dicht moet, gaat de lol er gauw af", aldus Van Engelen.
Het punt is volgens hem dat de huidige schutsluis, de Manderssluis te klein en te traag is. "Die kan in het seizoen de drukte bij lange na niet aan. Ik voorzie urenlange wachttijden, vooral omdat er ook regelmatig grote schepen passeren." Alsof het zo moet wezen komen op het moment dat we samen met Van Engelen op de Manderssluis staan, twee grote zandschepen de haven uit. "Zie je", zegt Van Engelen, "ze passen maar net in de sluis. Met één zo'n schip zit de sluis meteen vol; daar past geen jacht meer bij." Gemiddeld per week varen zo'n 75 beroepsschippers het Dintelsas in en uit, met een piek tijdens de bietencampagne. In het watersportseizoen komen daar de plezierjachtjes bij. Dat zijn er volgens Van Engelen alleen uit Dinteloord al zo'n 1200. "Maar ook de boten in de jachthavens van Etten-Leur en Oudenbosch komen hierlangs als ze naar open water willen. Die krijgen straks dus net zo goed last van de sluiting van de sluis."
De uit 1966 daterende sluis staat sinds de afsluiting van het Volkerak en het Zoommeer vrijwel altijd open. Alleen als er blauwalg op het Volkerak drijft, gaat de sluis dicht, dit om te voorkomen dat dat giftige goedje de haven van het Dintelsas en de achterliggende Dintel binnendringt. "Dan is het al dringen geblazen om in de sluis te komen. Laat staan als die sluis straks het hele seizoen dicht is." De vereniging Varen in Brabant gaat nu mede namens een aantal bedrijven op het industrieterrein Dintelmond, die bereikbaar moet zijn voor de beroepsvaart, aandringen op de bouw van een grotere sluis in het geval de verzilting doorgaat.
Wie ook niet blij is met de verzilting van het Volkerak is Jilles van der Kolk die een drijvende winkel in scheepsbenodigdheden heeft. Hij ligt met zijn winkel net buiten de sluis. Dat betekent dat zijn schip straks weer in zout water dobbert en bovendien te maken krijgt met eb en vloed. "Dat houdt in dat ik straks, als ik het dek wil schrobben niet zomaar een emmertje water meer kan putten, maar leidingwater moet gebruiken en ik zal ook mijn leidingen naar de wal moeten aanpassen zodat ze straks met eb en vloed mee op en neer kunnen bewegen, zonder af te breken. Allemaal te overkomen, maar ik vraag me wel af waar het voor nodig is", zegt Van der Kolk.
Zelf twijfelt hij sterk aan de noodzaak van de verzilting. "Ik denk dat het met de blauwalg net zo gaat als met de muggen- en de spinnenplaag die we kregen nadat het van zout zoet werd. Dat was na een paar jaar weer voorbij. De blauwalg wordt ook minder. Afgelopen zomer was het best een mooie zomer; toch hebben we maar drie weken last van blauwalg gehad. Bovendien; wat voor onheil krijg je als je het van zoet weer zout gaat maken? Reken maar gerust op nieuwe vissterfte."


Sorteer reacties


















