Fred de Ron, schilder en muzikant, opent zondag de tentoonstelling Sax- en Schilderwerk in Den Enghel. De opening wordt opgeluisterd met een optreden van zijn band DownBeat 59.foto Peter van Trijen/het fotoburo
De Ron ademt muziek. Stilzitten valt hem zwaar en hij praat graag vlug en snel over een van zijn vele passies. Veel passies inderdaad, want muziek is er slechts één. Hij wil jazz maken, zoals jazz bedoeld is. Maar ook schilderen, zoals schilderen bedoeld is, hoewel hij moeite heeft met de benaming 'kunstschilder'. Dat is valse bescheidenheid. Na jaren van artistieke omzwervingen is hij terug bij waar het volgens De Ron eigenlijk om draait: schilderen. Geen ingewikkelde composities, samengesteld uit tal van attributen, maar 'gewoon' schilderijen. Krachtige portretten zijn het voornamelijk; soms ingetogen, soms explosief van expressie. Die in Den Enghel zijn soms al weer enkele jaren oud, maar nog steeds niet openbaar tentoongesteld.
Ruim een jaar geleden werd hij 50. Die jaren sleet hij deels met het geven van tekenlessen op het Mollerlyceum, deels met het opzetten van het ene muzikale project na het andere. Vervelen deed hij zich nog nooit. Wel oriënteert Fred zich van tijd tot tijd graag opnieuw. "Het begin van een lente leent zich daar uitstekend voor. Ook symbolisch kan ik me geen beter tijdstip voorstellen. Als je al geen wintermens bent, dan is een winter van het formaat van dit jaar een regelrechte marteling."
Net als in zijn schilderwerk beleeft hij ook in het maken van muziek een soort van nieuwe lente. "Fred goes back to basics", lacht hij. "Geen ingewikkelde, volledig uitgeschreven arrangementen meer, maar jazz, echte jazz. Spontaan, improviserend, swingend en met een ziel. Een cd van tenorsaxlegende Lester Young opende anderhalf jaar geleden mijn ogen, én oren."
Daar zat hij toen, bijna vijftig jaar jong, met tal van instrumenten om zich heen. Er was in zijn optiek niet één instrument bij dat hij blindelings kon bespelen. Daar moest verandering in komen. Voor het eerst ging hij dagelijks op een instrument oefenen, om te kijken wat dat zou opleveren. "Geïnspireerd door Young werd dat zonder aarzelen de tenorsaxofoon. Die stond al jaren op de standaard, nadat ik die enkele jaren had bestierd in het swingensemble Stoffer en Blik (voorganger van Bop Till You Drop, WJ), maar daarna beschamend had verwaarloosd."
Zijn herontdekking van de tenorsax en een aantal stukken van Lester Young, Stan Getz en anderen zijn als omlijsting van de eigen expositie zondag te beluisteren als hij samen met Jac Goddrie (piano), Tony Wesdijk (contrabas) en Jos Nuijten (drums) als DownBeat 59 speelt. Het jaartal 1959 in de bandnaam is niet toevallig. "Het is het jaar dat Lester Young van het toonaangevende jazzmagazine DownBeat de DownBeat Award in de wacht sleepte als beste tenorsaxofonist." Voor De Ron is dat het begin van de jaartelling. Hij heeft het over de jazz vóór en de jazz ná Lester Young. Alle na hem gekomen saxgrootheden noemen hem als grote voorbeeld, of ze nu Charlie Parker, Stan Getz, Sonny Rollins of Dexter Gordon heten. Na een half jaar spelen en zijn cd's draaien, wijdde de Ron tijdens het vorige jazzweekend al een tribute optreden aan Young, in Den Enghel komen ook zijn opvolgers aan de beurt. "Niet om ze na te bootsen, wel als bron van inspiratie. Net als de lente dat is. Suddenly It's Spring dat Stan Getz in 1955 opnam, fungeert niet voor niets als openingsnummer."
Aanvang zondag 16.00 uur.





















