Christ Schipper (links) en Jean-Jacques Mulleman speuren naar wildschade tussen de prei. foto Igor Timmermans
Schipper kan het niet genoeg benadrukken: jagen doe je niet zomaar. Dat doe je uit overtuiging. "Als je met een nuchtere blik naar de natuur kijkt, dan weet je dat je soms moet ingrijpen om een populatie evenwichtig en gezond te houden. Maar ook om te voorkomen dat er schade wordt toegebracht aan gewassen. Dat een waterkering wordt ondermijnd of de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht. Goed beheer van de wildstand is geen sinecure en vergt een grote zorgvuldigheid."
Volgende week is het de Week van de Wildbeheereenheid. Een landelijke campagne om het werk van samenwerkende jagers nog eens onder de aandacht te brengen van het grote publiek. En ook dat is bittere noodzaak. "De jacht is nog altijd omgeven met onbegrip", weet Jean-Jacques Mulleman, bestuurslid van de wildbeheereenheid De Brabantse Wal, waarvan Schipper mede- oprichter is. "Veel mensen hebben er moeite mee dat een haas wordt afgeschoten, maar meestal kennen ze de achtergronden niet."
En die zijn divers, verzekeren Schipper en Mulleman. Want wildbeheer kent vele facetten. Schipper: "De kans dat je een jager met een verrekijker ziet, is groter dan een jager met een geweer. De meeste tijd besteden we aan het registreren van het wild."
Mulleman beaamt dat. "Negen van de tien keer kom je met lege handen thuis. Maar dan heb je wel anderhalf uur in een sloot gezeten. Om wild te spotten."
Gezamenlijk brengen de jagers binnen de wildbeheereenheid de diverse populaties in kaart. Op basis daarvan wordt een wildbeheerplan opgesteld. De faunagegevens worden landelijk vastgelegd in de databank van de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging. "Op basis van die statistieken worden uiteindelijk ontheffingen verleend voor afschot van (wat jagers noemen) 'beheer- en schadesoorten'.
"Als er in een bepaald gebied te veel reeën zijn, dan kan het noodzakelijk zijn om in te grijpen. Bijvoorbeeld uit oogpunt van verkeersveiligheid. Als er teveel reeën op een klein gebied zijn, gaan ze op zoek naar nieuwe leefgebieden. Die er vaak niet zijn. Ze steken de weg over en zijn een gevaar voor automobilisten."
Te grote populaties kunnen leiden tot ziektes of wildschade. Aan gewassen van boeren, maar bijvoorbeeld ook aan belangrijke waterkeringen. Schipper: "Ik heb het beheer over de Molenplaat. Daar zitten nogal wat konijnen. En die ondermijnen de Markiezaatskade, een primaire waterkering. Daar moet je dus iets tegen doen, willen we in Bergen op Zoom droge voeten houden."
Schipper voert ook het beheer over ruim 10 hectare landbouwgrond bij de Vetterik, op de grens van Bergen op Zoom en Halsteren. "En dat was hard nodig ook dit jaar. De overlast van duiven was gigantisch. Ik heb er heel wat geschoten." Tuinder Peter Suijkerbuijk, die zijn boerderij heeft aan de Stapelakker, looft de inzet van de jager. Hij is een van de laatste telers die kleinschalig gewassen verbouwt in de volle grond. "Voor die vogels is mijn land één grote snoepwinkel. Ze worden steeds brutaler. Als je een vogelverschrikker wegzet en je komt een uur later terug, zitten die duiven aan de voet van die pop te feesten."
Dit voorjaar richtten houtduiven een ravage aan op een veld met Chinese kool. "Als die duiven voor enkele duizenden euro's aan plantgoed dreigen te vernielen, dan moet je ingrijpen. Ik moet er tenslotte wel van leven."
De bestrijding van wildschade is aan regels gebonden. "Alles is nauwkeurig vastgelegd in de Flora- en faunawet. Alles wat we doen, moeten we ook verantwoorden", zegt Mulleman. "Als je een ree wilt schieten, moet je dat vooraf aanvragen en ook kunnen verantwoorden. Hoeveel mannetjes zitten er in het gebied? Hoeveel vrouwtjes? De jager weet het allemaal. Alles wordt geregistreerd. Resultaat is wel dat we nu het mooiste en zuiverste reeënbestand van heel Europa hebben."
Schipper knikt. Elke jachthouder is verplicht om jaarlijks door te geven wat hij (of anderen) exact hebben geschoten in zijn domein. Want meten is weten. "We hebben een tijd gehad dat de vos niet mocht worden bejaagd. Totdat de populatie zo sterk groeide dat er sprake was van overlast en ze zelfs in woonwijken op zoek naar voedsel gingen. Op basis van door jachthouders aangeleverde gegevens zijn ze er gelukkig op teruggekomen. Zo zie je dat die statistieken waarde hebben."
Schipper jaagt al meer dan vijftig jaar, Mulleman is een stuk jonger, maar niet minder gepassioneerd. "Het is iets in je bloed. Als kind vond ik het helemaal niet leuk om met legoblokken te spelen, mijn interesse was de natuur. Gezin en werk hebben voorrang, maar diep in mijn hart ben ik het liefst dag en nacht in het veld."
Schipper lacht. "Ik ben al net zo'n buitenmens, terwijl mijn broer al bang is voor een beetje slik aan zijn schoenen. We woonden in Halsteren, maar ik ging in Bergen op Zoom naar school. Ik had daar zo'n bloedhekel aan: maanden heb ik gespijbeld. Dan sloeg ik bij Villa Nova rechtsaf en trok de polder in. Toen mijn vader daar achter kwam, was hij boos. Maar hij begreep het wel. Hij heeft me op het spoor van de jacht gezet. Ik ben hem nog dankbaar."
- www.wbedebrabantsewal.nl





















