Daarentegen is de vergane glorie van de kermis in onze stad ruimschoots vertegenwoordigd in meerdere zalen. En kosten noch moeite zijn gespaard om de rijke historie als vestingstad mooi weer te gegeven. Touchscreens om historische figuren tot leven te roepen, een maquette van de stad met lichtshow, harnassen, schilderijen en noem maar op. Maar pas als je in een hoek van de Industriezaal een kleine trap oploopt, kom je in een ruimte waar twee (!) vitrines zijn gewijd aan de vastenavend. Het enige waar ik warm van kan worden is de originele helm van de echte hoofdagent Marinus Steketee. En dan staat er nog een oude rode jurk van een gewezen Prinseske. Voor de rest overstijgt de verzameling een gemiddelde Bergse rommelzolder niet.
Kortom het geeft maar een mager inkijkje in de geschiedenis van de huidige vastenavendtraditie. Twaalf jaar geleden is er voor het 55-jarige bestaan van de Stichting Vastenavend een poging gewaagd om een vastenavendtentoonstelling vorm te geven in het stadspaleis. Maar verder dan een paar poppen met onder andere een oud prinsenpak met het kaarsvet nog op de schouders kwam dat ook niet. Ook niet heel eerbiedwaardig.
Ik zou het wel weten. Ik wil mooie oude meuk achter glas. Ik wil oog in oog staan met het oude Warringakostuum dat Nillis 1 aan had bij de intocht van 1946. Ik wil met m'n neus boven schetsen van Louis Weijts hangen. Ik wil het echte manifest zien. Ik wil alles zien waar het ooit mee is begonnen. Ik wil tastbare geschiedenis. Ik wil stille getuigen van historie. Ik wil een Graceland voor de vastenavend. Maar wie ben ik?
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.




Sorteer reacties




















