Volledig scherm

Drie grote rampen in ruim zestig jaar kernenergie

BERGEN OP ZOOM - Sinds in de jaren vijftig in de Verenigde Staten en de SovjetUnie de eerste kerncentrales in gebruik werden genomen, is deze manier van energieopwekking omstreden. De gevaren zijn groot, getuige de rampen in Harrisburg (1979), Tsjernobyl (1986) en Fukushima (2011).

Verschil
De rampen verschillen aanzienlijk. Die in het Amerikaanse Harrisburg was te wijten aan een mankement in het koelsysteem. Het gevolg was een melt down: de kernreactor begon te smelten met als gevolg een grote uitstoot van radioactieve stoffen. Toch bleef de schade beperkt. Er vielen geen slachtoffers. Ook niet op lange termijn.

Dat was in Tsjernobyl anders. Door de ontploffing van de kernreactor kwamen 31 mensen om het leven. Hoeveel doden er op langere termijn zijn gevallen, onder meer door kanker, is onduidelijk. Zeker enkele tientallen, maar het werkelijke aantal kan veel hoger liggen dan in de officiële statistieken staat vermeld.

Tsunami
De recente kernramp in Fukushima was een direct gevolg van een onderzeese aardbeving. De tsunami die als gevolg hiervan over de Noord-Japanse kust rolde, vernielde de kerncentrale waardoor brand in de kernreactor ontstond. De tsunami kostte 24.000 mensen het leven, de melt down geen één. Toch waren de gevolgen groot: een massa-evacuatie uit het getroffen gebied en grootschalige besmetting van de grond en het grond- en zeewater.

Volledig scherm
© GraphicNews