Monteurs Roel van der Sloot (links), Milco Jager (midden) en ‘coördinator’ Geert Maas aan het werk in de onderhoudshangar op luchtmachtbasis Woensdrecht.
Volledig scherm
Monteurs Roel van der Sloot (links), Milco Jager (midden) en ‘coördinator’ Geert Maas aan het werk in de onderhoudshangar op luchtmachtbasis Woensdrecht. © Foto Joyce Rutjes

350 man defensiepersoneel op Woensdrecht bezig met onderhoud: 'Apaches kunnen tegen een ‘stootje’

oosterhoutWOENSDRECHT - Op de vliegbasis in Woensdrecht ondergaan de Nederlandse Apaches, die van de VN-missie in Mali terug zijn gekeerd, een grondige beurt. Met een klein hamertje tikt sergeant August van Gijsel op het rotorblad van de Apachehelikopter. “Luister… Zo kun je horen of er schade is onder de kunststof deklaag. Met röntgenstraling kom je er niet doorheen”, zegt hij.

Het lijkt een nogal primaire manier van repareren, maar in werkelijkheid is wat in de onderhoudshangar van vliegbasis Woensdrecht gebeurt specialistenwerk. Naast het rotorblad van de Apache ligt er een van een Chinookhelikopter. “Allemaal erg duur spul. Zo’n blad kost 180.000 dollar. Dat maakt het werk hier zo bijzonder. Je sleutelt hier niet aan auto’s”, zegt Van Gijsel.

In de onderhoudshangar wordt op dit moment gewerkt aan acht helikopters: drie Apaches, twee Chinooks, twee NH90-heli’s en een Cougar. Daarnaast wordt op Woensdrecht onderhoud gepleegd aan acht F16’s. Een dure business waar volgens squadroncommandant Marty van den Bersselaar 350 man personeel zoet mee is. “Het is niet zo eenvoudig om hoogwaardig technisch personeel te vinden. De mensen die hier werken komen uit heel het land. Ze volgen een specifieke opleiding van 2,5 tot drie jaar”, zegt Van den Bersselaar.

Apache
Aan elk van de Apachedocks werken twaalf mensen aan het onderhoud van de gevechtshelikopter: de ene helft bestaat uit gespecialiseerde monteurs op het gebied van elektronica en software, de andere helft uit monteurs die zich richten op de mechanica. De Apaches die onlangs uit Mali zijn teruggekeerd, worden vrijwel volledig ontmanteld om ze te kunnen ontdoen van het fijne woestijnzand.

Je zou denken dat helikopters die voor een militaire missie in een heet Afrikaans land zijn ingezet het flink te verduren hebben gekregen, maar dat valt volgens elektronicamonteur Milco Jager erg mee. “Eigenlijk is alleen het zand een probleem. Met de motoren bijvoorbeeld is helemaal niets aan de hand”, zegt hij.

Opleiding
Ruim drie jaar opleiding heeft de 23-jarige jager gevolgd om te mogen sleutelen aan de Apaches. Net als de andere monteurs, de meesten zijn ook in de twintig, is Jager enthousiast over zijn werk. In de hangar wordt met liefde voor het materieel gesleuteld.

Zelf is Jager (what’s in a name?) met name gecharmeerd van de Apache. “Ik heb bewust voor de Apache gekozen. Elke opleiding is gericht op een bepaald type vliegtuig of helikopter. Ik mag alleen werken aan de Apache. Mij trekt dat meer dan werken aan de Chinook. Dat is een vrachtheli, terwijl de Apache echt een gevechtshelikopter is. Een stuk spannender dus.”

Apache
Mechanicamonteur Roel van der Slot legt uit waarom de motor van de Apache zo goed uit Mali is teruggekomen. “De Apache zelf blaast het meeste zand zelf uit de motor. De lucht die er van voren inkomt, wordt als het ware rondgeslingerd.”

De schade blijft beperkt tot de lak. In Mali zelf is veel troep regelmatig met de hogedrukspuit van de heli’s gespoten. “Daar kwam een Apache weleens terecht in een zwerm sprinkhanen. Dat ziet er dan niet uit”, zegt sergeant en ‘inspector’ Daan de Groot die zelf in Mali was.

Aan het Apachedock werkt het twaalfkoppige team een half jaar lang aan het onderhoud. Twintig van de 27 Nederlandse Apaches worden in Woensdrecht en op de basis Gilze-Rijen onderhouden. Zeven krijgen speciaal onderhoud in Fort Hood in Texas. Voor bepaalde missies zijn oefeningen nodig die in Nederland niet of moeilijk zijn uit te voeren.

Ook de F16’s van de luchtmacht zijn op Woensdrecht in onderhoud. Geert Maas (hoofd Bureau Productie Engineering): “Die moeten tot de komst van de F35 (de Joint Strike Fighter, red.) nog mee kunnen. En dat duurt nog even.”

JSF
De JSF heeft vooralsnog alleen over Woensdrecht heen gevlogen. Commandant Van den Bersselaar is niet bang dat het daar bij zal blijven nu president Trump ervoor opteert om het onderhoud binnen de Verenigde Staten te houden. “Dan heb je over hele specifieke zaken. Het onderhoud wat wij hier nu plegen, dat zal zo blijven. En met de komst van de F35 komt er op termijn veel werk bij.”

Op Woensdrecht krijgen de helikopters en vliegtuigen een grote beurt. De Apaches hebben dan vijfhonderd uur gevlogen. Ze krijgen ook een software update. “Dat is meer dan alleen de software vervangen”, zegt dock chief Ton Los. “Er moet meteen ook van alles veranderen aan de bedrading, leidingen en andere zaken. Er komt echt veel bij kijken en dat maakt het een echte uitdaging. Anders zou het werk altijd maar hetzelfde zijn.”

Monteurs
Los loopt de hele dag om de Apache heen om de monteurs te helpen en om te kijken of alles volgens de strakke planning verloopt. Lopen de monteurs tegen een euvel opdat zijzelf niet kunnen verhelpen, dan volgt er voor advies contact met de fabrikant in de Verenigde Staten. Alleen als er in het uiterste geval helemaal niets aan te doen is, gaat de heli voor een eventuele reparatie naar Amerika.

Normaal gesproken gebeurt alles op de basis in Woensdrecht. Eenmaal geschoond worden de onderdelen weer in het geraamte van de Apache geplaatst. De geschoonde heli wordt vervolgens uitvoerig getest.

Na elke vlucht vanaf Woensdrecht wordt hij schoongespoten vanwege de zilte lucht in dit deel van West-Brabant.

Sergeant August van Gijsel inspecteert het rotorblad van een Apachehelikopter.
Volledig scherm
Sergeant August van Gijsel inspecteert het rotorblad van een Apachehelikopter. © Foto Joyce Rutjes
Eén van de uit Mali teruggekeerde Apaches die op de basis een grote onderhoudsbeurt krijgen.
Volledig scherm
Eén van de uit Mali teruggekeerde Apaches die op de basis een grote onderhoudsbeurt krijgen. © Foto Joyce Rutjes