"Het doet wel wat met me", zegt Larissa, "dat er zoveel mensen achter me staan."
Volledig scherm
"Het doet wel wat met me", zegt Larissa, "dat er zoveel mensen achter me staan."

Staatssecretaris Dijkhoff buigt zich persoonlijk over dreigende uitzetting Larissa uit Oud-Vossemeer

DEN HAAG/OUD-VOSSEMEER - Staatssecretaris Klaas Dijkhoff gaat zich persoonlijk bemoeien met de zaak van Larissa (14) en Narek (11) Soeprigian, de twee Armeense kinderen uit Oud-Vossemeer die de overheid samen met hun moeder wil uitzetten naar Armenië. De bewindsman (Veiligheid en Justitie) heeft de familie laten weten dat hij het dossier zelf gaat lezen.

Of dit betekent dat de gezinsleden in Nederland mogen blijven, is de vraag, maar Larissa put hoop uit de reactie van Dijkhoff. Dat zegt leerlingbegeleider Michael Schoonen van ’t Rijks, de school van het meisje in Bergen op Zoom. Onder meer via de school zijn de afgelopen weken ruim 10.000 handtekeningen verzameld tegen de dreigende uitzetting.   IJskast Twee pogingen om de steunbetuigingen in Den Haag aan Dijkhoff te overhandigen, mislukten deze week. Er kon geen contact worden gelegd met de staatssecretaris. Schoonen zegt dat de handtekeningenactie nu in de ijskast is gezet.   „We gaan de handtekeningen en petities voorlopig niet overhandigen. We geven de bewindsman graag de tijd om het dossier goed te bestuderen en willen zeker niemand tegen de schenen schoppen.”   Dolblij Volgens Schoonen is Larissa dolblij met de steun die ze ontvangt uit de gemeenschap. Zij en haar broertje zijn in Nederland geboren en nooit in Armenië geweest. Hun vader ontvluchtte het land in de jaren negentig toen er een oorlog woedde met buurland Azerbeidzjan. De moeder volgde later en verbleef korte tijd in een opvangcentrum.   Te kort, volgens de overheid. Ze zou vijftien jaar geleden te snel bij haar man zijn ingetrokken die al een verblijfsvergunning had. Daarom wil de overheid moeder en kinderen nu uitzetten. De vader kan in Nederland blijven.