Het ministerie van Binnenlandse Zaken in Düsseldorf wilde alle 17.000 dienders met nieuwe wintermutsen uitrusten en kwam met de oesjanka, de Russische pelsmuts.
De oorflappen, die je onder je kin kunt vastbinden, houden een politiehoofd ook in barre kou lekker warm, zo dacht het ministerie. Maar daar kijken de agenten heel anders tegenaan. Zij zijn massaal in opstand gekomen tegen de muts.
Gezag uitstralen
De agenten vinden dat ze er met een pelsmuts belachelijk uitzien. De politie heeft al steeds meer moeite om zijn gezag te laten gelden en dan ook nog zo'n muts.
De mutsenoorlog in Noordrijn-Westfalen is deze winter zijn derde jaar ingegaan. Eerst kwam het ministerie met groene pelsmutsen, maar die passen niet bij de blauwe uniformen. Vervolgens testte de vakbond mutsen met een klep en oorbescherming, maar die bleken te koud.
Inmiddels zijn er blauwe pelsmutsen, maar ook die vallen dus niet in goede aarde. Vier op de vijf agenten keurt de muts af, aldus de vakbond. De agenten willen enkel fleece of wol.
Jeukende pelsmuts
Heeft de politie niets beters te doen dan zich over mode druk te maken? Nee, meent een vakbondswoordvoerder. "Dit is geen luxeprobleem." Goede hoofdbedekking is in de winter heel belangrijk. Maar de pelsmuts jeukt, door de flappen hoor je niets meer en je kunt het ding niet in je zak stoppen.
De vakbond heeft 5.000 zwarte wollen mutsen met politie-embleem uitgedeeld, maar dat lijkt het probleem niet op te lossen. Die muts hoort niet bij het officiële uniform. Agenten mogen het ding dus niet in diensttijd dragen.






















