Je moet maar durven. In een tijd waarin ontwikkelingssamenwerking van alle kanten onder vuur ligt, beweren dat je de sleutel hebt tot het succes ervan: een model dat samenwerking moet bevorderen. Rutger van den Noort promoveert woensdag op zijn proefschrift met de ambitieuze titel Towards the end of global poverty.
Zie ook:
Wat is het geheim tot goede ontwikkelingssamenwerking?
"Dat hulporganisaties, overheden en bedrijven uitgaan van het land dat ze helpen en niet van wat ze zelf goed kunnen. Laat hen kijken naar hoeveel armen een land heeft, hoe hoog de werkloosheid is, maar ook naar wat de kracht van een land is. Op die manier kun je maatwerk leveren, terwijl er nu vaak hulp wordt geleverd die niet nodig is.
Om te meten wat een land nodig heeft, heb ik een wiskundig model ontwikkeld, dat het percentage armen van een land in een grafiek afzet tegen het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking. Daarin zie je twee dingen: dat de ontwikkeling van landen een bepaald patroon volgt van armoede naar rijkdom en dat er vijf clusters van landen zijn waar de problematiek ongeveer hetzelfde is. Je hebt zo een referentiepunt en kunt voorspellingen doen over de armoedeontwikkeling van een land.
Dat stelt hulporganisaties en overheden in staat gericht aan het werk te gaan. Nu is nog altijd te onduidelijk wat het uiteindelijke doel moet zijn en wat de werkelijke resultaten zijn."
Wat kun je concreet met uw model?
"Als je weet wat waar nodig is, kun je samenwerking tot stand brengen tussen hulporganisaties en overheden. Die opereren nu nog veel te versnipperd. Iedere club heeft zijn eigen meningen en doelstellingen en ze trekken niet samen op, spreken niet dezelfde taal.
Allemaal krijgen ze een zak geld en doen datgene waar ze denken goed in te zijn. Maar er moet over de partijen worden heengekeken en een visie worden neergelegd over wat een land nodig heeft. En op basis daarvan moet je het hulpgeld besteden."
Dat klinkt heel logisch, waarom gebeurt dat dan niet nu al?
"Het is een heel complexe materie en de hulpsector heeft zelf geen overzicht van wat er in een land aan hulp nodig is.
Veel organisaties geven hulp die ze zelf willen geven, niet hulp die nodig is. Op basis van mijn model kun je de onrust in Noord-Afrika verklaren: er is altijd veel aan armoedebestrijding gedaan en veel hulpgeld naar onderwijs gegaan. Maar nu zijn er geen banen voor hoogopgeleiden. Niettemin zijn er nog steeds hulpclubs die inzetten op onderwijs.
Beter kun je dat soort landen economisch helpen en bedrijven sturen, zodat hoogopgeleiden werk kunnen vinden. Het was niet verrassend dat de man die de aanzet gaf tot de Arabische Lente een hoogopgeleide Tunesiër was die fruit moest verkopen en zich uit wanhoop daarover in brand stak."
U zegt dat alle partijen op basis van uw model zouden moeten samenwerken. Dat klinkt mooi, maar is nou juist niet het probleem dat ze dat niet willen?
"Tijdens mijn onderzoek merkte ik dat non-gouvermentele organisaties, bedrijven en politici allemaal hetzelfde willen: armoede oplossen. Ik geloof dat als ze alle drie hun eigen belang van samenwerken inzien, die samenwerking er ook komt.
Als in Nigeria bijvoorbeeld Shell, milieuorganisaties en de staat hun belangen in mijn model zouden samenbrengen, kunnen ze elkaar daaraan houden en ook sturing geven. Op die manier kunnen problemen van een land integraal worden aangepakt, in plaats van maar één of twee aparte problemen. Nu houdt het na armoedebestrijding vaak op. Dat komt doordat de partijen geen overzicht hebben. Mijn model biedt hen een instrument om wel goed samen te werken."
Rechtse partijen als de VVD en PVV willen voor een deel of geheel af van structurele hulp aan arme landen.
"Mogelijk zullen zij kritisch zijn. Er ligt ook een zweem van geldverspilling over de sector. Maar dan kun je twee dingen doen: hulp afschaffen of radicaal veranderen.
Ik kies voor het laatste. Wat de PVV voorstelt, afschaffen, heeft niet zo gek veel zin. Je bezuinigt vier miljard euro, maar als je dat bedrag investeert in economieën van arme landen - ook markten voor Nederlandse bedrijven - is dat niet zo heel veel en kun je veel bereiken."
Het blijft utopisch klinken, alle partijen die op basis van uw model samenwerken en die op die manier de armoede de wereld uit helpen. Is de praktijk niet veel weerbarstiger?
"Als de grote clubs meedoen, ook de Wereldbank en het IMF, dan gaat het vanzelf lopen en doet iedereen mee. Volgend jaar gaan studenten van de Technische Universiteit Delft (waaraan Van den Noort promoveert - JB) in honderd landen dit model uittesten.
Daarnaast wil ik via Facebook mensen overal ter wereld cijfers over armoede in hun land laten aanleveren. Bij de officiële instanties lopen die data vaak drie jaar achter. De accurate gegevens zijn voor bedrijven en overheden ook interessant, zodat ik denk dat ze zullen participeren. Ik ben ervan overtuigd dat het werkt."



Sorteer reacties




















