(ACHTERGROND) Er is veel kritiek op de manier waarop de media de lotgevallen van prins Friso verslaan. Henri Beunders over het recht op privacy versus ons recht op informatie.
Zie ook:
Ongelooflijk vond neurochirurg Kees Tulleken het, dat de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) het goede nieuws verzweeg. Prins Friso had géén schedelbasisfractuur - dat had Tullekens in Innsbruck persoonlijk gehoord van de dienstdoende arts. Dus besloot hij het medisch beroepsgeheim opzij te schuiven. Zijn echtgenote, journaliste bij NRC Handelsblad, kreeg de primeur. En de krant vervolgens ongenadige kritiek. Henri Beunders, hoogleraar Geschiedenis, Cultuur en Media, blikt terug.
Volgens de critici is de privacy van prins Friso door Tulleken en NRC geschonden. Maar hoe zit het met ons recht op informatie als het gaat om een telg van de koninklijke familie?
"Aangezien prins Friso door zijn huwelijk met Mabel geen lid van het Koninklijk Huis meer is, heeft hij in onze rechtsstaat geen verankerde functie. Dus gaat het hier om een privépersoon. Maar het is een eeuwenoude discussie hoeveel daglicht de monarchie kan velen. Te weinig betekent dat het volk zou vergeten dat er een monarchie is. En met teveel wordt het alledaags, dan gaat de glans van mystiek eraf. De koninklijke familie is dus permanent bezig met de vraag: wanneer treden we in de publiciteit en wanneer niet?"
De RVD komt maar mondjesmaat met mededelingen. Als het zo stil blijft is het toch niet vreemd dat media andere wegen zoeken om de honger van het volk te stillen?
"Ik heb het sterke idee dat dit ongeval door koningin Beatrix en zeker door prins Willem Alexander, die al helemaal niet zoveel met de pers opheeft, wordt gezien als privé. Je kunt het vergelijken met hoe Beatrix met de publiciteit omging toen in de jaren tachtig prins Claus werd opgenomen. 'Wegens klachten van depressieve aard', meer dan dat werd niet gezegd. Toen was er ook geen wekelijks communiqué over zijn toestand. Dit zijn voor hen privézaken die slechts tegen grote heugen en meugen bekend worden gemaakt."
Maar dan moeten er extra journaals worden gevuld en hebben de actualiteitenrubrieken nog maar één onderwerp.
"Met die honger van het volk is iets vreemds. Vanaf vrijdagmiddag was er in Nederland sprake van een aan hysterie grenzende opgewondenheid. De week daarvoor was het de Elfstedentocht. Er ontstaan in de media heel snel spiraalsgewijs opwindingsverschijnselen. De informatiehonger van het volk wás vrijdag natuurlijk groot. Het volk leeft ook erg mee. Maar als wordt gezegd: we weten pas over een week meer, dan neemt het volk daar na de eerste schok ook wel weer genoegen mee."
Hoe verklaart u het dat de krant die als enige toch meer nieuws had, het bij de lezers moest ontgelden?
"Ze zullen zich bij NRC wel achter de oren krabben. Doen ze eindelijk eens leuk mee, krijgen ze op hun donder. Het duidt op de zeer grote gevoeligheid als het gaat om het Koninklijk Huis, je opereert in een schemergebied en de grens tussen privé en monarchie is bijna onmogelijk te trekken. En ik geloof dat de mensen achter al die hysterie ook wel kunnen nadenken. Dat ze na een dag bedolven onder een lawine van nieuws bedenken: hoe zou ik het vinden als ik daar zelf lag? Misschien is er een beetje schaamte dat ze zich zo hebben laten meeslepen, en projecteren ze dat nu op de krant. Ze reageren zich af op de boodschapper."
Kees Tullekens legt uit in Pauw en Witteman (vanaf 17.13 min):
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.



Sorteer reacties



















