De kalender hangt nog op de maand en het jaar dat het seinhuisje voor het laatst dienst deed: mei 1994.
En ook de kranten en tijdschriften op het bureau van de seinhuiswachter zijn
van die datum. Hij had er ook tijd voor om ze te lezen.
Vooral in
de nachtdienst kon het gebeuren dat er urenlang geen treinen langskwamen en
er dus ook geen wissels en seinen hoefden te worden verzet. Want daar was
dat seinhuisje voor: met grote hendels en kettingen en tandwielen bediende
de seinhuiswachter de wissels en seinen van een deel van het grote
Roosendaalse spoorwegemplacement: eerst de wissels omzetten, daarna het sein
op groen zetten, zo werkte dat. En hoe verder weg de wissel, hoe meer kracht
de seinhuiswachter moest zetten om de hendels over te halen. Tot de wissel-
en seinbediening in 1994 helemaal werd overgenomen door de computer. Toen
verloor het seinhuisje zijn functie en had niemand er meer iets te zoeken.
Als het toen al niet op de monumentenlijst had gestaan, was het
waarschijnlijk gesloopt. Net zoals eerder wel gebeurde met drie andere
seinhuizen, die ooit op het station in Roosendaal stonden.






















