Y. Né is gebundeld: deze week is een meer dan 400 bladzijden dikke bloemlezing verschenen met de gedichten van de Bredase dichteres én beeldend kunstenaar Y. Né. Y staat voor Yvonne, maar waar staat Né voor? Voor het eerst onthult de dichteres wat zij altijd voor zich hield. En verhaalt over haar passie voor de stad en het volk.
Ze is er gelukkig mee en trots op. Na twaalf publicaties met gedichten een bundel met haar verzameld werk van vijftien jaar, tot en met 2005, onder de titel 'Hier mag niets af zijn'. Bij de in Breda gevestigde uitgever De Geus.
Donderdag kwam het uit, een boek van 432 pagina's met gedichten, doorspekt
met haar fijnzinnige tekeningen. Want dichteres Y. Né (Goes, 1958) geldt als
'dubbeltalent': dichter én beeldend kunstenaar.
- Verzameld
werk? Maar je bent 50, toch nog lang niet dood?
"Ha, ha. Dat
heb ik zelf ook wel even gedacht: griezelig, nu kan ik doodgaan. Het was
Erik Visser van De Geus die me vroeg. Zijn uitgeverij had interesse in die
bloemlezing van mijn werk."
- Er wordt verschillend tegen je
gedichten aangekeken. Vaak zijn ze heel toegankelijk, vooral als ze over de
stad of over de natuur gaan. Literair criticus Michaël Zeeman noemt ze
'krokant, (...) de verfrissende kracht van een eerste wandeling in het
voorjaar; je kikkert ervan op'. Maar in deze krant ben je ook wel
'onnavolgbaar'
genoemd, in de zin van 'ik kan haar niet
volgen'.
"Ik wil juist universeel schrijven, ik maak geen
ego-gerichte poëzie. De lezers moeten met mij mee kunnen gaan, mee met mijn
associaties. Elk woord is een veld van betekenissen. Als een lied, als
muziek, met associaties, kleuren, klanken. Je moet lezen met al je zintuigen
aan. Ja, dat is mijn gebruiksaanwijzing. Met je buik lezen. Jazeker, de
gedichten zijn ook zintuigelijk geschreven. Dat werkt bevrijdend en
heelmakend, je hele wezen is erbij betrokken. Bij het schrijven is dat zo,
maar ik streef er ook naar dat dat bij het lezen zo werkt."
We
zitten aan de schrijftafel in haar atelier/huis uit 1930 in een levendige
straat van vooral arbeiderswoningen midden in de wijk Tuinzigt. Ze kon het
huren, het stond op de nominatie gesloopt te worden, later kon ze het kopen.
Beneden haar schilder- en tekenatelier, boven – onder het hoge houten
mansardedak – haar schrijfkamer. Overal veel ruimte en licht en vooral
opgeruimd. Partner Jaap Mulder (ook schilder en tekenaar; ze zijn al meer
dan 32 jaar een kunstkoppel) heeft beneden in de tuin zijn atelier. Als ze
poseert voor de foto's, kleurt de zon haar krullen koper. Een vrolijk,
goedlachs groot meisje van vijftig.
- Dichteres en kunstenaar,
maar wel
hartstochtelijk stadsmens.
"Dit is een
echte volkswijk, hier is het prettig toeven. Ik kom van het Zeeuwse
platteland, maar ben hier echt geworteld. Dit is aards. De stad is naar werk
en leven gericht. Ik kan niet in een hutje op de hei wonen, of in een flat
aan de rand van de stad. Het gevoel van ín de stad zitten, is belangrijk
voor me."
- Je naam. Op je bundels, ook de nieuwe, staat
altijd Y. Né. Het is de kortste
dichtersnaam die ik ken. Waar
komt die vandaan?
"Geen voornaam, het is altijd Y. Né geweest.
Ik vind dat typografisch ook mooi en de Y is een prachtige boomvorm."
Dan aarzeling: "Moet ik dat wel vertellen? Ik heb dit nooit publiek
willen maken."
- Is het een pseudoniem? Het is geen
schrijversnaam, want je signeert je
beeldende kunst er ook mee.
"Nee, ik bén Yvonne en ik héét Y. Né. Dat is mijn naam, maar mijn vader
heet anders. In mijn paspoort staat Né, met 'pseudoniem' en mijn
familienaam. Ik heb de naam zelf verzonnen en gekozen, in de jaren tachtig,
om me los te maken van de dominantie van mijn vader, de naamdrager. Het was
een daad om voor mezelf te kiezen, ik wilde met die naam neerzetten: dat ben
ik! Voor zover ik het kan, heb ik afstand van mijn vaders achternaam
genomen. Die naam was een psychologisch zware ballast geworden, het had met
verzuipen in moeras te maken. Ja, daarom ook heb ik op mijn zeventiende heel
bewust gekozen om het huis uit te gaan en in Breda te gaan wonen en
studeren, in de stad. Er zit ook 'nee' in, van 'nee' zeggen, je eigen keuzes
maken. En in het Frans is het 'er geboren', ook een mooie betekenis."
- Nou weten we nog niet hoe je heette en hoe het Né werd.
"
Ik heb het lang geheim gehouden, maar nu kan ik het wel zeggen, de
familienaam is Van der Weerd. Een naam uit de riviergebieden, van
uiterwaarden, land dat vaak onderloopt. Mijn voorouders waren altijd mensen,
gesteld op hun onafhankelijkheid en zelfstandigheid. Né heeft ook te maken
met de Russische rivier de Neva; ik heb een tijdje Russische les gehad en
hou van die klanken. Maar het is óók een afsplitsing van mijn voornaam
Yvonne, Yvon Né."
- Vanwaar je keus voor de stad Breda,
als Zeeuws meisje?
"Ik ben als 17-jarige begonnen aan de
Academie St. Joost en wilde meteen ook op kamers. Tot mijn negende heb ik in
Goes gewoond, daarna in het dorp 's-Heer Hendrikskinderen, daar vlakbij. Op
de middelbare school dacht ik Nederlands te gaan studeren. In Leiden, ik was
daar al op de universiteit geweest. Maar op een avond heb ik besloten dat ik
naar de kunstacademie wilde. Kiezen wat bij m'n natuur past. Ik was daar
heel zeker van. Ik koos grafische vormgeving om mijn ouders een plezier mee
te doen - daar kon je nog wat mee verdienen. Maar al binnen drie maanden zat
ik op schilderen en tekenen."
- Wanneer kwam het dichter
willen zijn?
"Dichten heeft altijd een grote plek gehad, maar
ik had daar lang geen pretentie mee. Ik ben wel altijd bezig geweest mijn
gedachten helder te formuleren. Rond 1980, ik was toen net klaar met de
academie, dacht ik zelf: hé, dit is meer dan zomaar taal, het is poëzie. Mij
werd toen ook gevraagd: jij schrijft toch wel eens, we hebben een
poëzieavond, wil je wat komen doen? Toen stond ik als dichteres voor te
lezen. En ben ik gaan nadenken wat ik daarmee wilde doen, of ik niet moest
kiezen. Ik heb gekozen voor beide, voor de beeldende kunst en voor dichten,
anders was het kunstmatig mezelf amputeren. Beide kunstvormen zijn evenveel
waard voor me. Een ander zou misschien zeggen: die kan niet kiezen, maar ik
heb heel bewust gekozen voor beide."
- Vooral in je latere
gedichten gaat de stad steeds meer spreken; in de eerdere klinkt nog sterk
de natuur van het platteland door.
"De stad is een grotere rol
gaan spelen. Ik heb ook nadrukkelijk voor de stad gekozen. Mijn gedichten
een lofzang op de stad? Ja, maar vooral op de schepping. Niet in
christelijke zin, maar ik bedoel de diversiteit, die hier in de stad sterk
tot uitdrukking komt. Ik ben weggegaan uit die stilte, die vond ik dodelijk.
Ik voelde dat op mijn zeventiende al. Dat er iets essentieels aan het
uitdoven was. Ik heb mezelf gereanimeerd in deze stad, het was een
transformatie. Ik was een stil kind, voelde me niet meer begrepen door mijn
ouders, voelde dat ik niet vooruitkwam. Ik kon niet bij mijn talenten. Kunst
heeft álles te maken met het onderhouden van je zintuigen. Je inleven in
zaken. Ik heb toen in Zeeland een streep onder alles gezet. Een nieuwe
start, een nieuw leven. Niet dat ik niks meer met Zeeland heb, hoor. Mijn
vader is overleden, maar ik kom nog regelmatig bij mijn moeder."
- Kun je van je kunst leven?
"Jáááh, ongesubsidieerd en daar ben
ik heel trots op. Ik kom niet uit een rijke familie en heb ook nooit een
grote opdracht gehad waardoor ik 'binnen' ben. Geen toelages, geen
subsidies, ik leef van verkoop en opdrachten. En het komt me niet zomaar
aanwaaien, hoor, het is hard werken. Ik kan van mijn werk rondkomen, maar
leef sober. Verre reizen wil ik helemaal niet maken. Ik zoek het dicht om me
heen. Wat je daar niet aantreft, is niet wezenlijk genoeg. Wie reist, is
geen maker, vind ik. Ik reis in mijn geest en daar belast ik niemand of
niets mee."
- Een klimaatneutraal dichteres.
(Lachend) "Ver reizen zou me van mijn werk afhouden. Er wordt veel
gereisd, maar aan mij voegt dat niets wezenlijks toe. Ik ben nog lang niet
klaar, ik heb geen tijd om op reis te gaan. Met vakantie gaan Jaap en ik
wel, met mijn oude karretje en een klein tentje kamperen in Frankrijk."
- En graag in het café.
"Ik zoek geen afstand tot de
wereld, ik ben geen asceet. We gaan beiden graag op vrijdag de stad in. Op
heel Bourgondische wijze, niet met water, niet stilletjes in een hoekje,
maar onder de mensen. Een elitaire dichter, dat wil ik niet zijn en dat bén
ik ook niet. Poëzie als iets elitairs, dat past niet bij me."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.















