Ooit had ik rood haar en werd daar, zoals de etiquette dat voorschrijft, een beetje mee gepest. Discriminatie schijn je dat tegenwoordig in Groot-Brittannië te mogen noemen.
Hoe dan ook, in vriendschapsalbums van klasgenoten op de lagere school
vulde ik bij haarkleur altijd in:
'kastanjebruin'.
De
kleur van mijn golvende manen is een kleine twintig jaar later niet
veranderd, de status echter wel. Mijn adoptielandgenoten, de Fransen, vinden
mij namelijk zelden 'roux', zoals dat hier heet. Als ik een
interviewafspraak met een onbekende heb, zeg ik vaak dat ik te herkennen ben
aan mijn aanzienlijke lengte én mijn rode haar. "Maar, Monsieur, u
bent niet rood, u bent blond", krijg ik meer dan eens te horen.
De bekroning kwam deze zomer, net nadat ik in de Parijse buurt Le Marais was
komen wonen. Ik was veel te lang niet naar de kapper geweest, er dreigde een
mat te ontstaan zoals West-Duitse voetballers die hadden. Daar kom je al
nauwelijks mee weg in het volkse oosten van Parijs, waar ik daarvoor woonde,
en al helemaal niet in de Marais. Ik belandde in een alleraardigst
kapperszaakje. Niet heel hip, maar ook geen oubollige herenkapper zoals op
de Amsterdamse Ferdinand Bolstraat, waar ik vaak heenging.
Kapper
David, een vriendelijke jonge homo, ontfermde zich over me. "Is dat je
echte kleur haar?", was zijn eerste vraag. Hoezo, denk je dat ik het
rood zou verven, dacht ik. Maar nog voor ik dat kon zeggen, wijdde hij uit
over hoe mooi en gewild mijn haarkleur was. En schaars. Goede verf in mijn
kleur, was volgens David niet of nauwelijks verkrijgbaar.
En toen
kwam het. Hij noemde mijn haar 'blond vénitien'. Venetiaans blond. Wat nou
vuurtoren, wat nou spring eens op groen, wat nou rooie dakduivel? Venetiaans
blonde dakduivel, s'il vous plaît.
Als je het woord intikt op
Google Afbeeldingen, kom je onder meer bij de Venus van Botticelli. Of, voor
wie het liever in het hedendaagse zoekt, bij Nicole Kidman. 'Venetiaans
blond' had natuurlijk ook allerminst misstaan in vriendschapsalbums.
David vond dat er niet te veel af mocht. Zou zonde zijn. Dat vond ik ook,
hoewel het me zou dwingen binnen redelijk korte tijd opnieuw naar de kapper
te gaan, waarvan ik doorgaans geen groot voorstander ben. David en ik
keuvelden nog wat verder terwijl hij me een fraaie coupe gaf. Hij had voor
een nieuwszender gewerkt, waar hij het kapsel van de presentatoren moest
voorbereiden. Vooral de jonge vrouwen waren steeds veeleisender, zei hij. "
Ze willen er allemaal uitzien als een filmster, terwijl ze over het nieuws
moeten vertellen."
Ondanks mijn goede voornemen snel weer naar
de kapper te gaan om iedere vorm van een mat te voorkomen, liet ik het toch
weer te lang doorgroeien. Begin deze maand ging ik eindelijk terug. Dat viel
niet tegen. David herkende me direct. Dit keer was er ook een collega, aan
wie hij enthousiast liet zien welke kleur ik had. Zij was daar iets minder
enthousiast over dan David zelf, maar toonde toch een mooie glimlach.
Oké, laat ik niet al te naïef zijn. David zat misschien wel een klein beetje
te flirten. Wie naar de kapper gaat in de Marais, erg populair bij homo's,
vraagt daar wellicht ook om. Maar hij was er toch maar in
geslaagd
me als klant te binden. En hij mocht mijn Venetiaanse blonde lokken nogmaals
onderhanden nemen.















