Veel leerlingen in het basisonderwijs kunnen niet goed rekenen. Dat constateert de Inspectie van het Onderwijs in een rapport dat dit najaar verschijnt. Liefst 27 procent van de basisscholen presteert slecht, terwijl het aantal scholen dat als 'taalzwak' wordt aangeduid, 'slechts' 12 procent bedraagt.
Dat de aandacht de laatste jaren met name uitging naar verbeteren van lezen
en schrijven, is dan ook onterecht. Basisscholen zouden ook veel meer tijd
moeten besteden aan het rekenwerk.
In de discussie over de oorzaak
van de grote groep zwak rekenende kinderen, wordt met de beschuldigende
vinger gewezen naar de rekenmethode die de meeste basisscholen in Nederland
gebruiken. Kinderen leren rekenen volgens de realistische methode: sommen
worden niet sec als cijfers aangeboden, maar in een context waarbij kinderen
zich iets kunnen voorstellen. Het rekenen wordt op deze manier minder
abstract en vooral leuker, zo is de gedachte erachter. Daarnaast leren
kinderen zo dat er meer manieren zijn een som op te lossen. Zo zou ieder
kind zelf kunnen ervaren wat voor hem of haar de meest handige manier is om
een rekenprobleem op te lossen.
De realistische rekenmethode ligt
al langer onder vuur. Critici menen dat rekenen op deze manier vooral taal
wordt. Kinderen die moeite hebben met lezen, leren zo niet goed rekenen. Ook
de onderwijsinspectie heeft twijfels over de realistische methode en
constateert dat het nut van aanbieden van meerdere oplossingsstrategieën
niet is aangetoond. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die moeite hebben met
rekenen in elk geval geen veelheid aan verschillende oplossingsmethoden
voorgeschoteld moeten krijgen. Zij moeten één manier leren, die ze
vervolgens oefenen, oefenen, oefenen.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.



Sorteer reacties











