Fons Asselbergs: 'Kijk eerst naar mogelijke functies van bestaande gebouwen, voor je besluit tot sloop of tot nieuwbouw buiten.' foto Ruben Schipper
AMERSFOORT - Bergen op Zoom is 'een goed voorbeeld van een van de binnensteden die uit het dal gekropen zijn met projecten voor stedelijke vernieuwing'. Breda is 'prachtig, met een on-Nederlandse, mooie Grote Kerk met toren'.
Tilburg is 'uit een negatief imago teruggekomen'. En Den Bosch is 'weer een
van onze fantastische historische steden'. Aan zijn vader, beter bekend
onder zijn schrijversnaam Anton van Duinkerken, dankt hij een behoorlijke
affectie met (West-)Brabant.
Als oud-wethouder van Amersfoort, ook
zo'n historische stad met opgeknapt centrum én de opzienbarende
nieuwbouwwijk Kattenbroek, weet hij waar hij over praat.
Als
directeur Rijksdienst Monumentenzorg (tot 2005), hoogleraar Monumentaal
Bouwkundig Erfgoed blijft hij ijveren tegen verloedering en 'verrommeling'
van steden, dorpen en landschappen.
Prof. drs. Fons Asselbergs (67)
is afscheid aan het nemen als Rijksadviseur voor het Culturele Erfgoed.
De 'monumenten-hoogleraar' ziet verwantschap tussen zijn woonplaats Amersfoort
en Bergen op Zoom, waar zowel zijn vader als zijn moeder in 1903 werd
geboren ('ze hadden dezelfde baker').
"Rijk aan geschiedenis,
maar in de jaren zestig economisch arm. Kleine huisjes, arme lui, de pech
van slechte werkgelegenheid. Maar de laatste decennia is ook Bergen op Zoom
een van die steden die opgeklommen zijn uit het dal. Veel van die mensen
konden hun huisje kopen en gingen ze opknappen tot paleisjes. Goed voor de
stad."
Van zijn vader, Willem Asselbergs, staat een standbeeld
op de Grote Markt van de Markiezenstad: de dichter, polemist, essayist,
literatuurhistoricus, hoogleraar, levensgenieter en leidsman van katholiek
Nederland (1903-1968) is als Anton van Duinkerken een van de grote zonen van
de stad. Hij stamde uit een oude Bergse familie, zijn vader was bierbrouwer
en leverde in de hele regio.
Zelf is Fons Asselbergs in Amsterdam
geboren, waar zijn vader eind jaren twintig ging wonen en werken bij het
katholiek dagblad De Tijd, als redacteur en literair criticus. Hij trouwde
met het Bergse meisje op wie hij verliefd was geworden tijdens Vastenavend,
Nini Arnolds.
"In ons huis in Amsterdam-Zuid was het al snel
een centrum van dichters en schrijvers. Er werd, tussen de schuifdeuren,
veel toneel gespeeld. Met gasten als Godfried Bomans, Victor van Vriesland
en Michel van der Plas. Wij kinderen mochten dan opblijven zolang we het
volhielden."
Vader Willem Asselbergs, alias Anton van
Duinkerken, schreef in 1928 zijn Verdediging van carnaval, met als
achtergrond de Bergse Vastenavend waar hij zelf geestdriftig in opging.
Het was zijn aanval op de kritiek die er in die dagen op het carnavalsfeest
was. Het boek was de grondslag voor de later sterk oplevende Vastenavend in
zijn geboortestad.
Zoon Fons Asselbergs heeft als directeur van de
Rijksdienst Monumentenzorg meer met Bergen op Zoom en andere Brabantse
steden te maken gehad.
"Ik vond in de tijd van burgemeester
Ans van den Berg de stad al buitengewoon goed bezig. Door bijvoorbeeld in de
winkelstraten in het centrum er wat minder een 'reclameriool' van te maken.
En de aanpak van stadsherstel daar is fantastisch. Zoiets geeft zo'n stad
veel mogelijkheden."
Breda noemde hij, ook in 2003, 'de meest
moederlijke stad van Nederland'. Hoezo?
"De Grote Kerk, en
vooral de toren, lijkt op een mooie vrouw, een slanke, witte dame met ronde
vormen. Prachtig, die toren van lichte natuursteen die vooral in het
zonlicht zo mooi oplicht."
Asselbergs looft ook Breda's
stratenprofielen. "Dat hebben ze in de binnenstad goed gedaan. Ik heb
het nog meegemaakt dat het er erg rommelig was. In de jaren zestig had je
overal de cityvorming met doorbraken voor het verkeer. Veel mensen die er
woonden, werden de stad uitgejaagd. Beginnend in de jaren zeventig werden
stadsvernieuwing en monumentenzorg aangepakt. Als je nu vanaf het station,
het Valkenbergpark door, in de Catharinastraat komt en de Grote Markt
oploopt...prima."
Rijksadviseur voor het Cultureel Erfgoed
Asselbergs maakte zich sterk voor de strijd tegen leegstand, en blijft dat
ook doen. Want leegstand leidt tot verrommeling en verloedering.
De
steden en dorpskernen hebben een intensiever gebruik van oude panden juist
hard nodig, zegt Asselbergs. "Door inbreiding kan elke bestaande
vierkante meter van de openbare ruimte beter benut worden. Het moet
afgelopen zijn dat eigenaren van leegstaande panden leegstand als negatieve
inkomsten kunnen aftrekken van de belasting. Schaf liever de fiscale
beloning af."
De voormalig rijksadviseur meent dat te veel
bestuurders blijven kiezen voor de makkelijke weg van nieuwbouwwijken, 'naar
buiten bouwen'. Een proefonderzoek in Brabant vanaf 2005 wees uit dat
niemand een idee had van de leegstand, ook de provincie niet. Geen
inventarisatie, geen beleidsagenda bij de gemeentes.
"
Hergebruik van monumentale gebouwen die leegstaan, maar ook van
oninteressante gebouwen en gebieden, geeft juist de kans op renovatie en
versterking. Saneren betekent niet slopen, maar gezondmaken, helen."
Fons Asselbergs vindt dat stads-, dorps- en provinciebestuurders zich beter
moeten realiseren dat interessante gebouwen, 'zoals een oude school,
pastorie of zeemleerfabriek', goede ankerpunten zijn voor verdere
ontwikkelingen van een buurt.
"In die school kan dan een
medisch centrum komen, of een ouderencentrum."
"Kijk
eerst naar mogelijke functies van bestaande gebouwen, voor je besluit tot
sloop of tot nieuwbouw buiten. We moeten het gebruik van bestaande ruimte
optimaliseren. Oók om het landschap te sparen."



Sorteer reacties











