Sleutelen aan levende wezens doet al snel het onaangename gevoel opkomen dat we een grens overschrijden en 'voor God spelen'. Met de levende natuur mag je niet knoeien, zo luidt de redenatie. Anders betreed je een hellend vlak naar een Frankenstein- maatschappij, bevolkt door menselijke kloonzombies. Om maar eens één van de populaire doemscenario's te noemen.
In werkelijkheid zijn we echter allang omringd door Nieuwe Dieren, betoogt Leidenaar Bart Braun. De kip die we eten, is kunstmatig doorgefokt om altijd honger te hebben. Ook puur mensenwerk is het varken, dat dankzij ons mijlenver afstaat van het wilde zwijn dat het ooit was. De hond is honderden jaren zo gekruist dat hij inmiddels onherkenbaar is als nazaat van zijn voorvader, de wolf. Een volstrekt onnatuurlijk dier dus, ook al zien hondenbezitters dat anders.
Knoeien aan beesten kan op allerlei manieren. Sommige zijn maatschappelijk geaccepteerd, andere worden met argusogen gevolgd. Fokken is een veel oudere en meer geaccepteerde manier om genen aan te passen. Alle huisdieren en vrijwel alle boerderijdieren zijn het resultaat van selectief fokken, waardoor de eigenschappen langzaam maar zeker zijn veranderd. Niemand die er kwaad in ziet, al kan fokken wel degelijk Frankenstein-achtige monsters opleveren. Zoals de 'plofkip', die maar eet en eet, met als enig doel zo snel mogelijk dik en slachtrijp te worden.
Ook kruisen roept weinig ethische verontwaardiging op, hoewel het wel degelijk nieuwe, enigszins kunstmatige dieren oplevert. De muilezel (een kruising van paard en ezel) is het bekendste voorbeeld. Maar ook leeuwen en tijgers zijn te kruisen tot een nieuwe diersoort met andere eigenschappen.
Genetische manipulatie blijft de meest omstreden knutselmethode. Hier grijpt de mens rechtstreeks in in het DNA om een bepaalde eigenschap op te wekken of te onderdrukken. De Leidse stier Herman was een omstreden voorbeeld. Het was het eerste rund met een menselijk gen. Genetisch gemanipuleerde muizen zijn er inmiddels in talloze soorten. Jaarlijks komen er honderden genetisch gemanipuleerde dieren bij, zonder dat dat nog het nieuws haalt.
Klonen is een minstens even omstreden techniek uit de biotechnologie. Bij klonen wil je erfelijke eigenschappen niet veranderen, maar juist een genetisch vrijwel identieke kopie maken van een donor. Kloontechniek biedt hoop dat lang uitgestorven beesten ooit weer als Nieuw Dier het levenslicht zien. Het beroemde boek Jurassic Park, waarin dinosaurus-DNA tot leven werd gewekt, is het bekendste voorbeeld. Ook dodo's, mammoeten, buidelwolven of beroemdheden als Elvis zou de mens zo kunnen 'herscheppen'. Maar ook klonen van dictators als Hitler kunnen herrijzen, zoals gebeurt in het sf-werk The Boys from Brazil. Daar komt opnieuw de angst om de hoek kijken voor knutselen aan het leven.
- Bart Braun, Nieuwe Dieren. Uitg. Veen Magazines, 22,50 euro.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.









Sorteer reacties











