Bestuursvoorzitter Becker Awad neemt donderdag afscheid van de grote, regionale zorgorganisatie Surplus.foto Robert van den Berge/het fotoburo ;Bestuursvoorzitter Becker Awad neemt donderdag afscheid van de grote, regionale zorgorganisatie Surplus.foto Robert van den Berge/het fotoburo ;Bestuursvoorzitter Becker Awad neemt donderdag afscheid van de grote, regionale zorgorganisatie Surplus.foto Robert van den Berge/het fotoburo
Heb daar op een Engelse school gezeten, maar kon daar niet verder studeren. Palestijnse jongeren gaan voor hun studie naar Europa, voor mij werd het Nederland, waar ik als 18-jarige in Breda aan de Sociale Academie heb gestudeerd. Ik woonde bij pleegouders in Hilvarenbeek. Na mijn studie ben ik aanvankelijk aan de slag gegaan als welzijnswerker. Later heb ik, naast een baan, nog sociale en culturele antropologie gestudeerd in Nijmegen en heb ik ook twee mastertitels behaald. Onder meer in het gezondheidszorgmanagement. Na mijn baan als welzijnswerker ben ik in dienst getreden van de Nationale Ziekenhuisraad. In de loop der jaren ben ik echt een Nederlander geworden. Ik ben met een Nederlandse vrouw getrouwd, mijn dochters zijn Nederlands en zelf voel ik me ook Nederlander."
- Toen u twintig jaar geleden in Zevenbergen directeur werd van Gasthuis St. Joseph kon u natuurlijk nooit voorzien dat u leiding zou gaan geven aan een complexe zorgorganisatie met meer dan drieduizend personeelsleden?
"Nee, het is heel hard gegaan. En toch ook geleidelijk. Het werkgebied bestond aanvankelijk uit de plaatsen Zevenbergen, Moerdijk en Drimmelen. Ik ben altijd een groot voorstander geweest van samenwerking. Organisaties kunnen dan door elkaar aan te vullen meerwaarde bereiken. Samenwerken is, let wel, iets anders dan overnames. Maar soms kwam van het een het ander. Voor een deel is de toename van vierhonderd naar drieduizend personeelsleden het gevolg van de groei van individuele onderdelen, voor een ander deel van fusies. Nu valt onder Surplus een veelheid aan zorgverlenende instellingen, van kinderopvang tot thuiszorg, van ouderenhuisvesting met tal van gemaksdiensten tot verpleeghuizen."
- Was groei altijd uw streven?
"Nee, ik zou haast zeggen natuurlijk niet. Alleen als groei ertoe leidt dat de zorg beter wordt, persoonlijker en met meer oor en oog voor de wensen van de klant, is groei verantwoord. In 1998 veranderde de naam van de organisatie van St. Joseph in Circonflex, we kregen er toen vijf huizen bij, in Terheijden en Lage Zwaluwe. In 2002 volgde de fusie met de thuiszorgorganisatie Markenlanden, die weer in andere delen van West- Brabant actief was. Toen werd de naam van de koepel Surplus, maar bekende namen als Markenlanden, De Werve en Vredenbergh zijn blijven bestaan. Deze twee zeer bekende Bredase instellingen zijn naar ons toe gekomen, omdat ze meerwaarde zagen in een samengaan. In 2005 kwamen er twee organisaties in Tilburg bij. We hebben - in opdracht van de regionale Kruisvereniging - de wijkzuster weer op de kaart gezet en inmiddels zijn we ook nauw betrokken bij Woningstichting Etten-Leur, waarvan de bestuurder ook in onze raad van bestuur zit. En de raad van bestuur van Surplus zit ook in de raad van bestuur van de woningstichting. Zo zijn we betrokken bij en verantwoordelijk voor vrijwel de hele keten van wonen, zorg en welzijn."
- Staat de welzijnstak onder enorme druk door de bezuinigingen?
"Dat is inderdaad een zorg. Maar we proberen met overheden, collega-zorginstellingen en andere partijen toch voldoende middelen te vinden om problemen in wijken aan te kunnen blijven pakken. Soms gaat dat op totaal andere manieren dan enkele jaren geleden. De wijkzuster kan daarbij een belangrijke rol spelen, want zij ziet van alles in buurten en straten. Maar we praten ook met de wijkagent, want die ziet uiteraard ook heel veel. We willen verbindingen maken met allerlei betrokken partijen. Ook met het onderwijs, want het is belangrijk dat we goed opgeleide mensen binnen krijgen met oog voor de veranderende behoeften van onze klanten."
- Dat klinkt als 'de klant is koning'?
"Klopt. De marktwerking in de zorg heeft ervoor gezorgd dat de behoefte van de klanten bepalend is voor wat zorginstellingen doen. Dat was een paar jaar geleden wel anders. De belangen van de klanten worden goed behartigd. De zorg past zich aan, al zal dat ertoe leiden dat de competitie tussen instellingen toeneemt. Het zal de kwaliteit zeker ten goede komen."
- Donderdag neemt u afscheid. Met pijn in het hart?
"Zeker, maar ook met de wetenschap dat ik een goede organisatie achterlaat. De continuďteit wordt gewaarborgd door de huidige drie leden van de raad van bestuur, in wie ik alle vertrouwen heb. De motivatie van onze medewerkers, hun betrokkenheid bij de organisatie maar vooral ook bij de klanten, dat is hartverwarmend. Ik zal dat zeker missen. Maar ik ga niet achter de geraniums zitten. Ik ben actief in de landelijke commissie volksgezondheid van de VVD, ik ga toekomstige leidinggevenden in de zorg coachen en ik zal mogelijk als interim-bestuurder mijn diensten aanbieden. Maar ik wil ook tijd vrijmaken voor het mooiste cadeau dat me wacht: twee van mijn dochters verwachten een baby."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.



Sorteer reacties















