door Floor Ligtvoet
Ze was net een half jaar getrouwd en hard bezig zwanger te worden, toen Caroline Haasbroek (36) uit Noordwijk een pijnlijk knobbeltje voelde in haar borst. "Het was 6 december 2005", zegt Carolien. "Die datum vergeet ik nooit meer." Het knobbeltje bleek kwaadaardig.
Na een gesprek met de oncoloog had Caroline een week de tijd om te bepalen of ze haar borst operatief wilde laten verwijderen. Dit zou de kans op de terugkeer van kanker verkleinen.
"Maar ik vroeg alleen maar hoe de kanker mijn kans op zwangerschap zou beïnvloeden. Doordringend keek die arts me aan. Hij zei: mevrouw, u bent ernstig ziek. U moet nu helemaal niet aan het krijgen van kinderen denken."
De ernst van haar ziekte drong niet gelijk door. "Ik dacht nooit dat ik hieraan dood zou gaan", zegt Caroline. Het verlangen van haar en haar man naar een kind werd intussen niet minder. "Ik was er kapot van toen me werd verteld dat ik door de chemokuren vervroegd in de overgang kon raken en onvruchtbaar kon worden. Daar gaat onze droom, dacht ik."
Uit voorzorg begon het stel daarom met een ivf-behandeling en liet vijf embryo's invriezen. Maar daarna kon de lange weg met chemokuren, preventieve borstamputatie, mogelijke eierstokkanker en een verwijderde eierstok onmogelijk langer worden uitgesteld.
"Het was een vreselijk verdrietige tijd. Het ene moment waren we nog met kinderen krijgen bezig, daarna alleen maar met mijn ziekte en overleven." Caroline had er voor die tijd nooit bij stilgestaan dat ze een erfelijke borstkankergen bij zich droeg. Ze had nauwelijks of geen contact met de zussen van haar vader, waarvan er uiteindelijk twee aan de ziekte waren bezweken.
Het drama van een erfelijke ziekte werd pas echt duidelijk toen Caroline net haar ziekte had overwonnen en te horen kreeg dat haar eigen zus borstkanker had. "Op dat moment wist ik één ding zeker: ik wil dolgraag een kind maar die ziekte mag niet worden doorgegeven. Die moet stoppen bij ons."
Ze wil niet dat haar kind, als het een meisje is, bang moet zijn borstkanker te krijgen. Maar ze ziet het ook niet zitten om zwanger te worden en het kind weg te laten halen als blijkt dat het erfelijk is belast. "Daar ben ik niet sterk genoeg voor. Ik probeer al zo lang zwanger te worden. Ik kan het niet weg laten halen."
Nu biedt een andere behandeling, waarbij embryo's worden getest en een embryo zonder borstkankergen in de baarmoeder wordt geplant, misschien uitkomst. "Ik ben zo blij dat staatssecretaris Bussemaker dit mogelijk maakt. Ik kan die staatssecretaris wel zoenen. Eindelijk gloort er weer hoop."



Sorteer reacties















