Zie ook:
Rodenburgs alternatief: "De verantwoordelijkheid dáár leggen waar die thuishoort: bij de dader en diens ouders." Hiervoor bedacht hij het 'Pestbriefje'. Per incident worden twee formulieren ingevuld: één door de pester, één door de gedupeerde. "Die gaan naar de ouders en er komen kopieën in de leerlingendossiers. Want natuurlijk moet je de school er wel bij betrekken. Maar dan in een begeleidende rol, als expert."
Een ander bezwaar van Rodenburg is dat de bal vaak bij slachtoffers wordt gelegd. "Het gepeste kind zou op een of andere manier 'anders' zijn en moet op weerbaarheidstraining. Maar íeder kind is toch anders? Pesten mag niet. En wie toch pest, is aansprakelijk voor de schade. Of die nou uit een vernielde fiets, letsel of derving van levensvreugde bestaat."
Maar dan zijn kapitaalkrachtige ouders toch in het voordeel, doordat ze zich dure advocaten kunnen veroorloven? Rodenburg: "Nee, want alles hangt op het bewijs, zoals een factuur van de fietsenmaker, huisarts of psycholoog." Eventuele rechtszaken dienen hooguit als dwangmiddel: "Je enige doel is natuurlijk dat het pesten stopt. En dat gaat het snelst als iemand met ouderlijk gezag tegen de pester zegt: Hou daarmee op, anders gaat het me geld kosten. Punt uit."
www.pestbriefje.com,
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.



















