PORTO -Een wandeling door Porto is als een wandeling door een geschiedenisboek. Alles in de Portugese stad is door de tijd met elkaar verbonden. Jan de Hoon ging op zoek naar de verbindingen.Als je Porto wil verkennen, moet je op het São Bento treinstation beginnen, vindt gids Felix van Rijn.
De hal voor het station van de tweede stad van Portugal werd in 1915 ontworpen door Jorge Colaço. Hij liet de binnenmuren bekleden met azulejo-tegels die taferelen van transport, het landleven en historische gebeurtenissen laten zien.
Als je door de stad loopt, zie je dit soort muurtegels op bijna iedere kerk. Een eerste verwijzing naar het verleden? "Nee", zegt van Rijn, "de kerken werden betegeld in dezelfde tijd dat de stationshal gebouwd is." De traditie werd met de bouw van de metro voortgezet. Architect Eduardo Souto de Moura coördineerde de bouw van de metro en ontwierp samen met Álvaro Siza de stations. Hun bouwstijl is sober en de beelden op de muren verwijzen naar bijzonderheden in de stad.
Als we door de stad lopen, wijst Van Rijn naar de verschillende bouwstijlen. Art Deco, bombastische architectuur uit de jaren dertig en panden die eind negentiende eeuw werden gebouwd. We stoppen bij boekwinkel Livraria Lello, gebouwd in een neogotische stijl. Hier verkopen ze al sinds 1906 boeken. Volgens veel bezoekers is dit de mooiste boekwinkel ter wereld. In de winkel loopt een rails waarover een treinwagentje boeken kan vervoeren. Toeristen drommen nieuwsgierig binnen om een foto te nemen, maar dat wordt niet echt op prijs gesteld; wie flitst krijgt een reprimande.
Temidden van de historische gebouwen, is het Casa da Musica een geval apart. Het concertgebouw is ontworpen door de Nederlandse architect Rem Koolhaas. Hij zette het als een soort diamant op een kale plek in Porto. In de volksmond werd het muziekhuis al snel de meteoriet genoemd.
Het gebouw is met geen ander bouwwerk in de stad te vergelijken. Eenmaal binnen, blijkt de concertzaal, die centraal in het gebouw ligt, als een hoekige doos ontworpen met eromheen allerlei ruimtes en niveaus waarin het gemakkelijk verdwalen is. Maar alles staat in het teken van muziek en elke ruimte is daaraan ondergeschikt.
Wie door Porto wandelt, kan niet om de typerende bruggen heen, die de twee oevers van de stad verbinden. Ze vormen hét gezicht van de stad. Inmiddels zijn er in de loop van de jaren nieuwe bruggen bijgebouwd, maar de twee ijzeren boogbruggen, ontworpen door de Belg Théophile Seyrig, zijn nog steeds de blikvangers. De twee brugdekken van de Louis 1- brug verbinden de lagergelegen oevers met elkaar en de hogergelegen stadsdelen. Het bovenste brugdek wordt gebruikt door de metro. Vroeger, toen een flink deel van de inwoners uit de hogergelegen delen van Porto aan de kades werkte, waren er liften aanwezig in de pijlers. Die zijn nu verdwenen.
Aan de overkant van de Douro worden tradities nog in ere gehouden in het dorp Afurada. Je hoeft niet over de brug om er te komen. Je kunt ook met een pontje oversteken bij tramhalte Gás. Aan de kade staat een nieuw waslokaal, waar de meeste vrouwen nog op traditionele manier met de hand de was doen. We worden met een glimlach ontvangen en het is duidelijk dat de wasvrouwen ons bezoekje uitvoerig met elkaar bespreken. De was wordt gedroogd aan waslijnen even buiten het waslokaal.
Afurada is een vissersdorp. Dat vertellen niet alleen de vele boten in het haventje, maar ook de geur van versgegrilde vis. Wat dat betreft is het verleden ook hier dichtbij.
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.















