article
1.6286977
Toen ik achter de grote supermarkt door reed, moest ik plots op de rem. Tot mijn stomme verbazing bleek de straat deels versperd door een lange rij winkelwagens. De karrensliert begon gewoon onder het afdakje dat daarvoor was bedoeld, maar eindigde pas tientallen wagentjes later, halverwege het parkeerplaatsweggetje. Mijn auto kon er nog nét omheen.
Column: Wagen en waffel
Toen ik achter de grote supermarkt door reed, moest ik plots op de rem. Tot mijn stomme verbazing bleek de straat deels versperd door een lange rij winkelwagens. De karrensliert begon gewoon onder het afdakje dat daarvoor was bedoeld, maar eindigde pas tientallen wagentjes later, halverwege het parkeerplaatsweggetje. Mijn auto kon er nog nét omheen.
http://www.bndestem.nl/extra/columns/column-wagen-en-waffel-1.6286977
2016-08-23T21:30:00+0000
http://www.bndestem.nl/polopoly_fs/1.6039946.1463994270!image/image-6039946.jpg
column,columns
Columns
Home / Extra / Columns / Column: Wagen en waffel

Column: Wagen en waffel

Foto's
1
Reacties
Reageer
    Toen ik achter de grote supermarkt door reed, moest ik plots op de rem. Tot mijn stomme verbazing bleek de straat deels versperd door een lange rij winkelwagens. De karrensliert begon gewoon onder het afdakje dat daarvoor was bedoeld, maar eindigde pas tientallen wagentjes later, halverwege het parkeerplaatsweggetje. Mijn auto kon er nog nét omheen.

    Ietsje verderop stond nog zo’n karretjesstalling. Die was bijna leeg. En tien meter de andere kant op was de Hollandse hypermarché zelf, waar je eveneens je gebruikte boodschappenvierwieler kon inleveren. Maar ook dat was blijkbaar te ver lopen, want nog steeds bleven klanten hun leeggemaakte winkelwagen aansluiten in die toch al meterslange rij.

    Een oudere dame deed dat nog wat weggedoken, kennelijk toch schuldbewust. Maar een blonde dertigster klikte zonder schaamte keihard haar kar aan de keten. Ze hoorde me cynisch grinniken en keek om. „Gaan we dat nou allemaal doen tot de hele straat vol staat?”, vroeg ik. „Ach man”, snauwde ze wegbenend. „Bemoei je er niet mee!”

    Sloeg die beroemde Hollandse directheid nu ook al toe in ons zachtmoedige zuiden? De boodschap was in elk geval duidelijk: dat ik zelf mijn zachte-g-bakkes moest houden. Misschien had ze zelfs een punt: die tientallen aansluiters hadden hun zwenkwielwagentje immers niet in een parkeervak laten staan, in de sloot gemieterd of als barbecue gebruikt. En had het winkelpersoneel niet allang die hele karretjesslang naar binnen moeten halen?

    Maar aan grote waffels van onbekenden wen ik nooit. Dus liep ik toch nog enigszins beduusd de super in. „Wie was dat?”, vroeg mijn dochter. „Een kuddedier”, zei ik. „Een arm schaap.” Daar snapte zij niks van en ik besefte dat ik dat antwoord precies twee minuten eerder had moeten wagen.