article
1.6233104
Het wielerseizoen houdt uiteraard niet op bij de Tour, maar voor de meeste Nederlanders is de Clásica San Sebastián niet meer dan mosterd na de maaltijd. Veel renners denken er na drie weken Frankrijk trouwens net zo over. Bauke Mollema dus niet. Hij wil de koers voor geen goud missen.
Column: Thanks
Het wielerseizoen houdt uiteraard niet op bij de Tour, maar voor de meeste Nederlanders is de Clásica San Sebastián niet meer dan mosterd na de maaltijd. Veel renners denken er na drie weken Frankrijk trouwens net zo over. Bauke Mollema dus niet. Hij wil de koers voor geen goud missen.
http://www.bndestem.nl/extra/columns/column-thanks-1.6233104
2016-07-31T21:59:00+0000
http://www.bndestem.nl/polopoly_fs/1.6163302.1467576571!image/image-6163302.jpg
columns,column
Columns
Home / Extra / Columns / Column: Thanks

Column: Thanks

Foto's
1
Reacties
Reageer
    • Afbeelding
      Beschrijving
      BNDS Column Ad Pertijs
    Het wielerseizoen houdt uiteraard niet op bij de Tour, maar voor de meeste Nederlanders is de Clásica San Sebastián niet meer dan mosterd na de maaltijd. Veel renners denken er na drie weken Frankrijk trouwens net zo over. Bauke Mollema dus niet. Hij wil de koers voor geen goud missen.
     

    Nee, dan Lance Armstrong. Hij kon de Spaanse koers juist missen als kiespijn. De van kanker genezen Texaan had in 1999 na het winnen van zijn eerste Tour totaal geen zin in de Baskische nastoot. De teambaas van US Postal Service sommeerde hem echter er ten tonele te verschijnen. Mokkend meldde Armstrong zich in San Sebastián.

    Achteraf mag het een wonder heten, dat iemand hem zover had weten te krijgen. Beducht voor ’s mans chagrijn, wierp ik me toch maar in de strijd om een quootje. Een teambus was er niet. Wel heel veel Amerikaanse aanbidders, die hem opzichtig verafgoodden voor zijn rol in de kankerbestrijding.

    Lance zat met het portier open op de achterbank van een ploegleidersauto. ‘Of hij zich zag als de patroonheilige van kankerpatiënten?’ The Boss keek me doordringend aan en schudde het hoofd van niet. Hij verrichtte geen wonderen. Vervolgens stelde hij mij de ene vraag na de andere. Hoe het bijvoorbeeld ging met de familie Overgaag. Met dochter Daniëlle (later Oerlemans) had hij enige tijd verkering gehad.

    Na een kwartiertje klonk de bel, die aangeeft dat de renners zich naar de start moeten begeven. Met zijn bekende grijnslachje zei hij thanks, klopte me op de schouder en stapte uit. Toen pas zag ik dat achter mij al die tijd meer dan een handvol cameraploegen op hun beurt hadden staan wachten.

    Ik ben toch benieuwd of ik me alsnog kan aanmelden als een van de slachtoffers van de sluwe streken van de heer Armstrong.