article
1.6275990
Als stadsverslaggever loop ik dagelijks rond in het centrum van Breda. Zeker nu de zon uitbundig schijnt, zie ik hoe bizar goed wij het hebben. Terrassen puilen uit, het aantal cafés en restaurants lijkt maar te blijven groeien.
Column: IJssalon
Als stadsverslaggever loop ik dagelijks rond in het centrum van Breda. Zeker nu de zon uitbundig schijnt, zie ik hoe bizar goed wij het hebben. Terrassen puilen uit, het aantal cafés en restaurants lijkt maar te blijven groeien.
http://www.bndestem.nl/extra/columns/column-ijssalon-1.6275990
2016-08-18T21:59:00+0000
http://www.bndestem.nl/polopoly_fs/1.6039823.1464339525!image/image-6039823.jpg
column,columns
Columns
Home / Extra / Columns / Column: IJssalon

Column: IJssalon

Foto's
1
Reacties
Reageer
    Als stadsverslaggever loop ik dagelijks rond in het centrum van Breda. Zeker nu de zon uitbundig schijnt, zie ik hoe bizar goed wij het hebben. Terrassen puilen uit, het aantal cafés en restaurants lijkt maar te blijven groeien. 

    Dat geldt zeker voor ijssalons. Het zijn net de Olympische Spelen, alleen worden die tenten niet sneller, hoger en sterker, maar groter, uitbundiger en decadenter. 

    Tientallen soorten ijs nemen wij verwende consumenten tot ons. Al lang niet meer alleen roomijs, chocolade- of aardbeiensmaak. Nee, het wordt werkelijk steeds gekker: van fruitella- tot appeltaartijs en als klap op de vuurpijl knalblauw smurfenijs...

    Het is donderdag, in afwachting van een afspraak geef ik er zelf ook aan toe. Salted caramel en yoghurtijs. Genietend op een bankje moet ik plots denken aan een oude foto. Het bankje in de stad wordt het bankje van mijn opa en oma in Heemstede. De tragedie die zich daar afspeelt, kan ik me niet meer bewust herinneren, het trauma dat die foto me oplevert wel.

    Traditiegetrouw mogen we bij bezoek aan mijn grootouders een ijsje gaan halen. Bij Keizer, een merkwaardige winkel om de hoek, in een soort van schuur. Mevrouw Keizer heeft schepijs en een schelle stem. Ze stelt altijd dezelfde vraag: ‘Zijn jullie weer bij opa en oma?’

    Met de ijsco - vanille, één bolletje - lopen we terug naar de tuin van opa en oma en gaan op het bankje zitten. Mijn broer, zus, twee nichtjes en ik. Daar gebeurt het. Het bolletje ijs valt uit mijn hoorntje, pardoes op de grond....

    Een onverlaat maakt vervolgens een foto van mijn zo immense peuterleed. Ontroostbaar ben ik. Voor eeuwig, in zwart-wit. Als ik aan dat beeld denk, voel ik weer mijn vergeten verdriet.

    En besef dat ik na al die jaren zo’n luxe lekkernij, salted caramel en yoghurtijs, dubbel en dwars verdiend heb.