Paul Verbeek, bedevaartspecialist bij het bisdom - 'Naast diep religieuze beweegredenen gaan mensen ook ter bedevaart voor de gezelligheid, je gaat ook naar Zegge vanwege de koffie met worstenbrood na de mis'. foto Jan van Zuilen
BEDEVAARTPLAATSEN - Wat is er nog over van de ooit zo rijke pelgrimstraditie van de katholieke kerk? Met die vraag gaat BN DeStem de komende maanden op pad langs West-Brabantse bedevaartplaatsen.
Het is weer mei. En behalve dat dan de vogeltjes fluiten en de bijtjes zoemen,
is de meimaand voor gelovige katholieken ook synoniem met Mariaverering en
bedevaart. In West-Brabant hebben we het dan vooral over het kapelletje van
Onze Lieve Vrouw 'van de Zeg' in Zegge, de Lourdesgrot in Sint Willebrord en
de Kapelberg bij Roosendaal, trekpleisters waar gelovigen van heinde en
verre op af komen. Toch heeft West-Brabant nog meer bedevaartplekjes. In
bijna elk dorp en iedere stad zijn bedevaartplaatsen, soms meerdere
tegelijk. Er zijn er bij die alleen nog in historische zin een
bedevaartsoord waren, maar ook plekken die tot in de jaren zestig druk
bezocht worden, maar waar, om uiteenlopende redenen, de klad ingekomen is.
Niet in de laatste plaats door de ontkerkelijking. Het zijn vaak nog wel
plekken die door een handjevol getrouwen gekoesterd worden en waarbij
vrijwel dagelijks een of meer kaarsjes worden opgestoken.
Hoe het komt dat Zegge en Willebrord nog wel overspoeld worden door pelgrims
en veel andere West-Brabantse bedevaartplaatsen niet? Dat heeft volgens
pastoor Paul Verbeek vooral te maken met de volkse tradities rond een
bedevaart. "Naast diep religieuze beweegredenen gaan mensen ook ter
bedevaart om anderen te ontmoeten en voor de gezelligheid. Zo heb ik het
zelf ook altijd ervaren. Ik herinner me uit mijn jeugd in Steenbergen dat we
te voet naar het Kapelbergje bij Roosendaal gingen. Daar mochten de kinderen
een kaarsje opsteken en na afloop kregen we een ijsje. Dat was een feest. En
als je nu mensen vraagt waarom ze naar Zegge gaan, zullen de meesten ook die
combinatie noemen; eerst naar de mis, daarna naar het café voor koffie met
worstenbrood. Net zo goed als ze naar de Paters in Meerseldreef gaan voor
Belgische chocolade en naar de Zoete Lieve Vrouwe in Den Bosch om een
kaarsje aan te steken en te bidden en genieten van de Bossche bollen.
De kunst is om die volkse tradities in stand te houden. In Zegge zijn ze daar
uitermate bedreven in, hebben ze een heel goede antenne voor publiciteit."
Er zijn, zegt Verbeek, ook voorbeelden van bedevaarten die na een periode van
rust opnieuw in de belangstelling staan en weer meer pelgrims trekken nadat
een aantal mensen er de schouders onder had gezet.
"Kapelaan De Bok is het gelukt met de grot in Willebrord en die krijgt nu
weer een nieuwe impuls door het opknappen van het processiepark. En emeritus
pastoor Pitt is het ook gelukt met de St. Clemenskapel in Bosschenhoofd in
al die jaren de St. Clemensverering levend te houden. Nu komt er zelfs een
pelgrimsbus van boven de rivieren."
De West-Brabander Paul Verbeek, geboren in Bergen op Zoom, opgegroeid in
Steenbergen, was tot 2007 pastoor in Oudenbosch. Tegenwoordig is hij deken
van Zeeland.
Hij is al van jongs af aan geïnteresseerd in het fenomeen bedevaart en dat is
tijdens zijn studie theologie in Heerlen nog verder aangewakkerd. Hij geldt
binnen het Bisdom Breda dan ook als de specialist op dit terrein, reden
waarom het bisdom Verbeek naar voren heeft geschoven als onze
gesprekspartner.
Op bedevaart gaan is typisch iets katholieks. Protestanten kennen deze
traditie niet. "Dat komt", doceert Verbeek, "doordat die bij
de Reformatie de beeldenverering hebben afgezworen. Maar dat doen wij
eigenlijk ook niet. Als wij bidden voor een beeld, bidden we niet voor een
stuk steen of brons, maar voor de heilige die wordt uitgebeeld. Net zo goed
als mensen een foto van een overleden familielid op het dressoir van de
woonkamer hebben staan. Niet om dat stuk papier, maar om de persoon te
gedenken die op de foto staat afgebeeld."
Op bedevaart gaan is ook niet exclusief iets voor katholieken. Moslims gaan op
pelgrimsreis naar Mekka en ook de Joden kenden al voor het ontstaan van de
christelijke kerk hun eigen bedevaartstraditie.
"Denk maar", zegt Verbeek, "aan het verhaal dat Jezus als
jongen van twaalf met zijn vader en moeder mee mocht naar het paasfeest in
de Tempel van Jeruzalem en daar achterbleef . Die gang naar de tempel met
Pasen is ook een bedevaart."
Bedevaartplaatsen worden ook geassocieerd met wonderen, in het bijzonder met
wonderbaarlijke genezingen.
Verbeek gelooft daarin. "Ik was bij afgelopen najaar bij de heilig
verklaring van pater Damiaan in Rome. Daar sprak ook een vrouw die genezen
is na het bidden op zijn voorspraak. Zij was zo oprecht, zo overtuigend, dat
ik haar wel moet geloven. Uit eigen ervaring kan ik vertellen dat ik ooit
met een groep naar Lourdes ben geweest. Daar was ook een jongen bij die
moeilijk kon lopen. Dat maakte hem ontzettend onzeker. In Lourdes zag hij
andere mensen met andere kwalen, hij ontdekte dat hij niet de enige was. Dat
gaf hem zelf vertrouwen en daardoor is hij beter gaan lopen, nog niet goed,
wel makkelijker."
© BN DeStem 2012, op dit artikel rust copyright.
Wij plaatsen alleen reacties die ondertekend zijn met uw voornaam, achternaam en woonplaats.














